Inmiddels waren dertien jaren voorbij gegaan. Aan het eind van deze periode trouwde de dochter van koning Virat met de zoon van Arjun, Abhimanyu. Hun familieleden, onder wie Shri Krishna Bhagvaan, Balram, koning Drupad en vrienden kwamen naar het huwelijk om hen te ontmoeten. Toen rees de vraag hoe zij hun koninkrijk terug zouden krijgen.

De gedachte om over te gaan tot oorlog en familieleden te vermoorden sprak Dharmaraj Yudhisthira niet aan. Dit in het achterhoofd houdend, stelden enkelen voor om eerst te onderhandelen, voordat er daadwerkelijk besloten zou worden oorlog te voeren. Daarom stuurde koning Drupad zijn Purohit naar het hof van Dhritirashtra. De Purohit zei in de vergadering waar ook Bhishma, Dhritirashtra, Vidur, Duryodhan en anderen aanwezig waren, heel duidelijk: “Jullie moeten verzekeren dat de Pandava’s terugkrijgen wat ze is afgenomen. Laat deze kans niet ontglippen. De Pandava’s willen geen oorlog, maar ze zullen niet aarzelen om te vechten om te krijgen wat ze is afgenomen.”

Bhishma was het erover eens dat de Pandava’s als vrienden behandeld moesten worden, maar Karna, Duryodhans boezemvriend, was het hier niet mee eens. Karna zei: “Laat er oorlog zijn!” Dhritirashtra accepteerde de suggestie van Bhishma en stuurde Sanjay om te onderhandelen met de Pandava’s. Dharmaraj Yudhisthir herhaalde wat de Purohit al eerder had gezegd en gaf de volgende woorden mee voor Vidur: “Als u Yudhisthir wilt helpen, voorkom dan een oorlog.”

Het was al avond toen Sanjay aankwam in Hastinapur, maar toch ging hij meteen naar Dhritirashtra en vertelde hem het volgende: “De lange reis heeft mij vermoeid, morgen zal ik in het hof vertellen wat Dharmaraj Yudhishtir mij heeft verteld. U hebt het vijandschap van de Pandava’s verdiend en brengt de ondergang van uw onderdanen mee. Ik heb geen keus, ik kan alleen maar u beschuldigen.”

Toen hij Sanjays woorden hoorde werd Dhritirashtra weer rusteloos. Hij kon niet slapen en liet Vidur halen. Hij vertelde hoe Sanjay hem had beschuldigd en zei: “Alsjeblieft, vertel me wat Dharmisch is en wat ons echt voorspoed zal brengen. Dat kan mij rust brengen.”

Dhritirashtra’s toestand zorgde ervoor dat Vidur medelijden kreeg en hij herinnerde zich Yudhishtira’s verzoek om een oorlog koste wat het kost te voorkomen. Tot diep in de nacht gaf hij Dhritirashtra advies over een aantal onderwerpen. Dit advies staat bekend als ‘Vidurs Voorschriften’.

Eerst beschreef Vidur wie een wijs man is en wie niet en hoe elk van beiden zich gedraagt. Hij maakte duidelijk dat een aantal mensen lijden onder een zonde die gepleegd is door één man. Het pad van Dharma en eerlijkheid is de weg naar echte voorspoed. “Geeft de Pandava’s dat deel van het rijk dat hen toekomt, dan kunnen u, uw kinderen en de Pandava’s gelukkig leven.” suggereerde hij.

Na geluisterd te hebben naar Vidur, zei Dhritirashtra: “Vidur, alles wat jij zegt is correct. Je hebt deze woorden altijd herhaald. Ook voor mijzelf klinkt jouw advies juist. Ik wil jouw advies graag opvolgen, maar wat kan ik doen? Wanneer Duryodhan tot mij praat, verandert het hele plaatje.” Zo drukte Dhritirashtra zijn hulpeloosheid en bezorgdheid uit.

De volgende dag legde Sanjay Dharmaraj Yudhishtira’s mening en houding duidelijk uit. Dhritirashtra luisterde aandachtig en sprak: “Laat er geen oorlog zijn, laten we zorgen voor vrede.” Bhishma was het hiermee eens, maar Duryodhan niet en zei: “Ik ben gebrand op een oorlog.”

Uiteindelijk ging Shri Krishna Bhagvaan zelf naar Hastinapur om te onderhandelen met de Kaurava’s. Toen Dhritirashtra hierachter kwam liet hij Vidur halen en zei tegen hem: “Morgen komt Shri Krishna hierheen, we moeten een groot ontvangst voor Hem regelen en ervoor zorgen dat Zijn verblijf hier comfortabel zal zijn. De stad moet versierd worden. Dushassana’s huis is beter dan dat van Duryodhan, laten we zijn huis apart houden voor het verblijf van Shri Krishna. We moeten Hem mooie en kostbare geschenken geven.”

Vidur zei: “Broer, u bent een oud man, wees nu dan tenminste toch wijs, anders zal uw hele familie vergaan. Shri Krishna verdient de alle hulde en eer die u Hem wil bieden, maar u biedt deze Hem niet aan als daad van Dharm of uit liefde. U wil de liefde van Shri Krishna winnen door deze show van beleefdheid en u wil de Pandava’s zelfs de vijf dorpen afnemen, die ze hebben gevraagd.
Shri Krishna zal hier niet in trappen. Hij houdt van de Pandava’s met heel Zijn hart, Hij zal hier komen om een oorlog te voorkomen en de Kaurava’s te redden van een ramp. Daarom bewijs Hem eer zonder veel show en schikt u naar Zijn advies.”

Duryodhan zei: “Als wij Shri Krishna veel respect tonen, denkt Hij dat wij bang zijn. Als wij Shri Krishna in de gevangenis stoppen, zal dat de ruggegraat van de Pandava’s breken.” Alle ouderen waren ongelukkig deze woorden te horen.

De volgende ochtend naderde Shri Krishna Bhagvaan Hastinapur. Bhishma, Drona en anderen ontmoetten Hem al buiten de stad en verwelkomden Hem. Nadat zij Hastinapur binnenkwamen, ging Shri Krishna meteen naar het paleis, groette Dhritirashtra en vroeg hem naar zijn gezondheid. Dhritirashtra behandelde Shri Krishna met beleefdheid en vervolgens ging Shri Krishna naar het huis van Vidur. Daar werd hij verzorgd als een welkome gast, met veel devotie, liefde en eerbied. Na het eten en nadat Hij had gerust, ontmoette Shri Krishna Bhagvaan Kunti en vertelde haar over het wel en wee van de Pandava’s. Hij zei ook dat aan al hun lijden een eind was gekomen en dat zij al gauw triomfantelijk en gelukkig zouden leven. Zo stelde Hij Kunti gerust.
Na de avondmaaltijd gaf Vidur Shri Krishna Bhagvaan zijn kijk op de zaak: “Duryodhan is een dwaas, die het onderscheid tussen Dharm en adharm niet ziet. Hij heeft een kort lontje en is arrogant. Bovendien denkt hij ook dat alleen hij wijs is. Hij respecteert zijn ouderen niet. Ik vind het niet leuk als u naar het hof gaat, waar zo iemand aanwezig zal zijn.”

Toen Vidur was uitgesproken nam Shri Krishna Bhagvaan het woord en zei: “Vidur, wat je zegt is waar. Ik weet dit alles, maar Ik ben hier gekomen om te onderhandelen. Als het mogelijk is, wil Ik grote legers van hun ondergang redden. Dit is moreel rechtvaardig. Zelfs als alle volgelingen van Duryodhan Mij samen aanvallen, kunnen ze Mij niets doen. Wees niet ongerust over Mij.”

De volgende ochtend ging Shri Krishna Bhagvaan naar het hof vergezeld door Vidur. In het hof nam Vidur plaats naast Hem. Shri Krishna Bhagvaan sprak tot Dhritirashtra en Duryodhan en gaf hen zelfs advies, maar het had geen effect. Duryodhan en de zijnen dachten eraan om Shri Krishna Bhagvaan gevangen te nemen.

Toen Dhritirashtra hierachter kwam, stuurde hij een boodschap via Vidur naar Duryodhan: “Dit is een dwaze onderneming, geef het op.” Vidur zelf was het ook eens met de woorden van Dhritirashtra en hij beschreef de kracht van Shri Krishna Bhagvaan en vertelde over Zijn prestaties. Hij waarschuwde Duryodhan: “Kruis Shri Krishna’s pad niet.” Duryodhan echter negeerde ieders advies zoals gewoonlijk en hij probeerde Shri Krishna Bhagvaan gevangen te nemen, maar dit mislukte.