De Pandava’s gingen naar de Svayamvar (ritueel waarbij een vrouw haar man kiest) van Draupadi, de dochter van koning Drupad. Draupadi werd de vrouw van de Pandava’s en pas toen kwam Vidur erachter dat de Pandava’s veilig waren en dat hun eer was toegenomen. Vidur was erg blij toen hij dit nieuws te horen kreeg, de Kaurava’s daarentegen waren dat niet. Ze waren niet alleen ongelukkig met de situatie, omdat hun plan om te Pandava’s op te ruimen was mislukt, maar ook omdat de Pandava’s met Draupadi waren getrouwd, de dochter van een machtige koning. De Pandava’s hadden nu de steun van koning Drupad en dat stemde de Kaurava’s niet blij.

Onderling bespraken ze wat hun volgende stap zou zijn. Bhishma, Drona en de andere ouderen suggereerden: “Laat er geen haat zijn. Het is goed om de Pandava’s de helft van het koninkrijk te geven en in vriendschap met hen te leven.” Vidur was het ook met deze kijk eens. Toen iedereen dit tegen hem zei, ging Dhritirashtra akkoord met deze suggestie, maar de taak om de Pandava’s terug te brengen naar Hastinapur kreeg Vidur toegewezen, want iedereen wist dat de Pandava’s wel naar Vidur zouden luisteren.

Dhritirashtra nam de Pandava’s voor een paar dagen in zijn huis en zorgde goed voor hen, daarna gaf hij hen de helft van het koninkrijk en stuurde hen naar Khandavprast. Daar gingen de Pandava’s wonen, ze bouwen de stad Indraprast en maakten deze tot hun hoofdstad. Ze versloegen hun vijanden en breidden hun rijkdom uit. Ze behandelden hun vrienden vriendelijk en liefdevol en wonnen hun steun.

Zo vestigden de Pandava’s hun superioriteit ten opzichte van andere koningen en besloten om de Rajasuya Yagya uit te voeren. Ze begonnen met de voorbereidingen en nodigden al hun familieleden uit. Vidur werd gevraagd het hoofd te zijn van de kas en hij stemde hiermee in. Hij was erg tevreden toen hij zag dat de yagya met zoveel toewijding werd uitgevoerd en zonder problemen verliep.

Op Duryodhan echter had dit alles een ander effect. Tijdens de yagya zou Duryodhana giften en cadeaus ontvangen van andere prinsen en vrienden. Kijkend naar de grote hoeveelheden van parels, diamanten en goudstukken die werden geschonken, werd Duryodhan jaloers op de Pandava’s. Hun rijkdom, roem en macht maakte hem afgunstig. Zodra hij Hastinapur binnenkwam vertelde hij alles aan zijn mama (broer van zijn moeder) Shakuni. Shakuni zei: “Yudhishtira houdt erg van dobbelen, maar is niet goed in dit spel. Laten we hem uitnodigen om te dobbelen en al zijn rijkdom van hem winnen. Ik ken het geheim van dobbelen.” Shakuni en Duryodhan gingen naar Dhritirashtra en kregen zijn toestemming om het spel te beginnen.

Vidur kwam dit alles te weten en zei tegen Dhritirashtra: “Ik keur dit niet goed. Er zal een gevecht ontstaan tussen broers, dat zal leiden tot een ramp.” Dhritirashtra echter luisterde niet naar deze woorden. “Wanneer jij, onze grootvader Bhishma en ik hier zijn, zal er niks ontoelaatbaars gebeuren.” zei hij. Omdat Vidur niet ongehoorzaam wilde zijn aan de bevelen van zijn oudere broer, ging hij naar Indraprast en haalde de Pandava’s, Draupadi en Kunti naar Hastinapur.

Shakuni speelde namens Duryodhan en won een groot deel van Yudhishtira’s rijkdom. Vidur voelde al dat als het spel zo zou doorgaan er problemen zouden ontstaan. Hij ging naar Dhritirashtra en adviseerde hem: “U zal niet genieten van deze woorden, zoals een stervende man niet van medicijnen geniet, maar luistert naar mij. Duryodhan is een kwade man. Hij is geboren om het volk van Bharat uit te roeien. Hij is een vos die zich verstopt in uw huis. Alhoewel u het weet, let u niet op. Als hij niet wordt gecontroleerd, zijn de Kaurava’s niet veilig. Voor het welzijn van een familie, mag iemand worden achtergelaten; voor het welzijn van een dorp, mag een familie worden achtergelaten; voor het land mag een dorp worden achtergelaten. Wenst de Pandava’s niets slechts toe vanwege grote liefde voor rijkdom. Weest niet gelukkig omdat Duryodhan aan het winnen is. Wanneer het spel over is en het conflict begint, zal dit resulteren in een totale ramp. We kennen Shakuni’s spel. Hij is een oplichter. Laat hem deze plaats verlaten.”

Duryodhan werd ondertussen opgewonden van het succes en hij werd boos toen hij de woorden van Vidur hoorde. Hij wendde zich tot Vidur en zei boos: “Alhoewel u één van ons bent, wenst u ons niets goeds toe, u bent als een slang in onze schoot. Hebben wij u om advies gevraagd over wat goed is voor ons? Verlaat deze plaats meteen.”

Vidur verloor zijn zelfbeheersing niet en bleef rustig. Hij hield het goede voor de koninklijke familie in zijn achterhoofd en gaf Duryodhan advies: “Er zijn misschien een aantal mensen die zeggen wat jij leuk vindt, maar het is moeilijk om mensen te vinden die zeggen wat goed is voor je, alhoewel het onaangenaam lijkt. Echte vrienden moeten niet verwaarloosd worden, je moet luisteren naar hun advies.

Niemand echter luisterde naar Vidur en het dobbelen ging gewoon door. Yudhishtira verloor alles, zelfs zijn broers. Vidur kon zijn verdriet niet onderdrukken en ging zitten. Yudhisthira zette nog één keer in, maar hij verloor weer en dit keer was de inzet Draupadi.

Vanwege deze triomf, verloor Duryodhan zijn verstand. Hij zei tegen Vidur die net als zijn vader was: “Gaat en brengt mij Draupadi, de geliefde vrouw van de Pandava’s. Laat haar met onze slaven blijven en het huis vegen. Laat ons dat plezier beleven.”

Toen hij deze woorden hoorde, werd Vidur niet boos. Hij had meedelijden met hem vanwege zijn dwaasheid. Hij vertelde hem: “Wat een dwaas ben jij! Jij ziet de strop om je nek niet. Jij bent niet in staat te begrijpen dat jij wankelt op de rand van een afgrond! Zal het hert dat een tijger verstoort blijven leven? Dit zijn de laatste dagen van de Kaurava’s. Jij luistert niet naar woorden van wijsheid, jouw hebzucht groeit.” Vidur waarschuwde Duryodhan tegen de dreigende ramp, maar niemand luisterde naar hem. Vidur ging Draupadi niet halen en Duryodhan stuurde een ander, die haar meesleepte naar de samenkomst. Hijzelf en zijn broer Dushassana maakten haar te schande. Uiteindelijk gaf Dhritirashtra alle rijkdom terug aan de Pandava’s, stelde hen en Draupadi gerust en stuurde hen terug met eer.

De Pandava’s waren nog niet eens weg of Duryodhan ging al naar zijn vader en smeekte: “Laat ons een andere wedstrijd houden. De verliezer moet in ballingschap leven.” Dhritirashtra ging akkoord met dit voorstel. Vidur, Bhishma, Drona en anderen waren tegen, maar Dhritirashtra veranderde zijn beslissing niet. De Pandava’s kwamen terug en gingen opnieuw dobbelen. De voorwaarde was dat de verliezers 12 jaar in het bos moesten leven en het dertiende jaar mochten zij niet worden herkend. Yudishtir verloop opnieuw en de Pandava’s maakten zich klaar om naar het bos te gaan. De Kaurava’s beledigden de Pandava’s en Draupadi nog enkele maken. De Pandava’s werden boos en zworen de Kaurava’s te doden in een oorlog.

Die ramp, die Vidur koste wat kost wilde voorkomen, ontstond. En waarom? Omdat Duryodhan en zijn vader Dhritirashtra niet wilden luisteren naar het advies van Vidur.

De Pandava’s en Draupadi gingen naar het bos: wat zou er gebeuren met de oudere Kunti? Zou zij hen wel kunnen vergezellen naar het bos en daar de ontberingen ondergaan? Vidur dacht hierover na, want waar zou Kunti moeten wonen? Als zij in het paleis van Dhritirashtra zou wonen, zou ze vanzelfsprekend ongelukkig zijn. Het zou makkelijker zijn om op haar te letten als ze bij hem thuis woonde, dacht Vidur en daarom nam hij Kunti mee naar zijn huis.

Voor de zelfzuchtige Dhritirashtra was het op een bepaalde manier plezierig dat zijn zoons het koninkrijk en de rijkdom van de Pandava’s hadden overgenomen. Toch waren de Pandava’s nog steeds sterk. Wat zou er gebeuren als zij, die op deze manier waren bedrogen en omvergelopen, boos zouden worden en een gevecht zouden beginnen tegen zijn zoons? Deze gedachte maakte hem ongerust. Wanneer zijn geest rusteloos was vanwege dit soort zaken, ontbood hij altijd Vidur en vroeg dan om zijn advies. Nadat de Pandava’s vertrokken waren naar het bos, zei Dhritirashtra tegen Vidur: “Vidur, jij kent het geheim van Dharmisch handelen. Jij hebt evenveel interesse in de Pandava’s en de Kaurava’s. Daarom, vertel mij wat goed is voor hen beiden: wij moeten niet vernietigd worden door de Pandava’s en de Pandava’s moeten niet vernietigd worden door ons. Hoe is dit mogelijk? Vertel het mij.”

Vidur antwoordde: “Broer, als u doet wat Dharmisch is, zullen uw kinderen en de Pandava’s gelukkig leven. U steunde uw zoon die het verkeerde pad volgde en u hebt een grote fout gemaakt. Zorgt ervoor dat de Pandava’s terugkrijgen wat van hen is weggenomen. Dan zal alles goed komen. Uw zoon Duryodhan echter zal het hier niet mee eens zijn, als hij hier niet akkoord mee gaat, moet u hem straffen en wegsturen. Anders is de vernietiging van de Kaurava’s onvermijdelijk. Ik heb u dit al een aantal malen gezegd.”

Toen Dhritirashtra dit hoorde, werd hij kwaad en begon Vidur te beschuldigen: “Jij steunt de Pandava’s altijd, jij staat nooit aan onze kant. Wil je dat ik mijn zoon opgeef omwille van de Pandava’s? Mijn zoon is als mijn lichaam, moet ik mijn lichaam vernietigen? Wat voor advies geef jij? Jij bent een schurk. Jij hebt geen waardering voor ons, geen respect. Als je het niet leuk vindt om hier te blijven, ga dan weg!” Schreeuwend liet hij Vidur achter en ging naar zijn vertrek.

De woorden en het gedrag van Dhritirashtra maakten Vidur misselijk. Hij maakte zich ook zorgen over de ontberingen van de Pandava’s in het bos en hij ging naar het bos om hen te ontmoeten.

Toen Vidur aankwam bij hen, verwelkomden de Pandava’s hem. Daarna vertelde Vidur hem de omstandigheiden die leidden tot zijn vertrek uit Hastinapur, hij vertelde hen over de woordenwisseling met Dhritirashtra.

“De geduldige man zegeviert. Of men nu in moeilijkheden of geluk verkeert, man moet op dezelfde manier omgaan met familie, zij moeten altijd met fatsoen worden behandeld. Personen met zo een nobele natuur zullen vooruitgaan. Gedraag jezelf op deze manier.” Zo preekte hij tot de Pandava’s en zij beloofden Vidur zijn advies op te volgen. Toen Dhritirashtra hoorde dat Vidur Hastinapur had verlaten, was hij erg ongelukkig en verloor zijn bewustzijn. Toen hij bijkwam riep hij Sanjaya, zijn wagenmenner, en zei: “Vidur is mijn broer, mijn vriend en niet alleen dat, hij kent de Dharm. Sinds hij is vertrokken, ben ik rusteloos van geest. Als hij niet bij me is, kan ik niet leven. Zoek hem op en breng hem snel hier.” Vidur kwam erachter dat zijn oudste broer was rusteloos en ongelukkig was. Daarom keerde hij meteen terug naar Hastinapur. Dhritirashtra was blij dat Vidur terugkwam, maar Duryodhan niet.