Een groot man die schittert, zelfs temidden van de machtige karakters van de Mahabharat. Genegenheid verduisterde zijn wijsheid niet. Onbevreesd bewandelde hij het pad van Dharm. Hij toonde ditzelfde pad ook aan anderen. Als Dhritirashtra en Duryodhana aandacht hadden geschonken aan zijn advies, zou het verschrikkelijke bloedbad van Kurukshetra voorkomen kunnen worden.

Vidur
“Er zijn wapens die, hoewel ze geen wapens zijn, het lichaam kunnen vernietigen; een vijand kan iemand die zulke wapens begrijpt niet doden. Datgene wat sneeuw en gras kan vernietigen, kan geen object verbranden dat zich verschuilt in een gat in een groot bos. Een blinde man kan zijn weg niet vinden of een bepaalde richting kiezen; een schuchtere man kan geen rijkdom verwerven. Begrijp dit en wees voorzichtig.”
Deze woorden, die als raadsels klinken, zijn gesproken door Vidur. Hij sprak deze woorden tot de Pandava’s toen zij met hun moeder Kunti naar Varnavath gingen en de burgers van Hastinapur, de hoofdstad van de koningen van de Kurudynastie, zich verzamelden in de buitenwijken om afscheid te nemen van de Pandava’s. Dharmaraj Yudhishtira, die Vidurs advies begreep, zei niets. Hij knikte alleen om duidelijk te maken dat hij het had begrepen.

De betekenis
Zoals de woorden van Vidur een raadsel waren voor vele mensen, die deze hadden gehoord, waren ze ook een raadsel voor Kunti, de moeder van Dharmaraj Yudhisthira, en zijn broers. Hun nieuwsgierigheid was opgewekt.
Toen zij een eindje verderop waren, zei Kunti tegen haar oudste zoon: “Ik kon Vidur niet volgen, maar jij knikte, dus jij hebt het begrepen. Wat bedoelt hij? Als je geen bezwaar hebt, vertel het ons dan.”
Dharmaraj Yudisthira zei tegen zijn moeder en broers: “Moeder, dit is wat het betekent om voorzichtig te zijn met vuur en vergif. Er is een geheime gang ergens, we moeten het vinden. Weest dapper, dit zal u voordeel brengen.”
De Pandava’s en hun moeder begrepen niet waarom Vidur hen had gewaardschuwd toen ze op weg gingen naar Varnavath. Toch besloten ze dat ze voorzichtig zouden zijn in hun nieuwe huis, waar ze al bijna waren aangekomen.

Een man die de Dharmische handelswijze kent
De koninklijke familie van Hastinapur was verwant aan Vidur, zijn moeder was namelijk een trouw dienstmeisje van de koninginnen in het paleis in Hastinapur. Ambika en Ambalika waren de echtgenotes van Vichitraveerya, de zoon van keizer Shantanu. Dankzij de genade van Maharishi Vyas, kregen zij Dhritirashtra en Pandu als hun zoons. Vidur werd ook geboren dankzij Maharishi Vyas, maar zijn moeder was het dienstmeisje van de koninginnen. Zij waren dus drie broers. Dhritirashtra was de oudere oom van de vijf zonen van Pandu, de Pandava’s. Vidur was de jongere oom.

Vidur groeide ook op in het paleis samen met zijn twee broers, Dhritirashtra en Pandu. Hij heeft zijn hele leven ook doorgebracht als Dhritirashtra’s metgezel en vertrouweling. Hoewel de drie broers geboren waren dankzij de genade van Maharish Vyas, hadden zij een verschillende natuur. Dhritirashtra, die blind was geboren was hypocriet en egoïstisch; hij was niet erg toegewijd aan Dharmisch handelen. Pandu echter was zeer nauwlettend in het volgen van de Dharm; hij werd geliefd door zijn onderdanen en hij was een dapper man. Vidur was godvrezend. Hij wist wat moreel en Dharmisch was en hij volgde het pad van de Dharm. Zonder enige angst sprak hij altijd uit wat hij dacht en hij had altijd gelijk. Om deze reden hadden de hypocriete Dhritirashta en zijn zoons, de Kaurava’s, een afkeer tegen Vidur, maar omdat iedereen Vidur respecteerde lieten zij hem hun metgezel zijn. De Kaurava’s wilden Vidur niet in het openbaar veroordelen en tegenspreken.

Zo lang Pandu leefde werd Vidur met veel respect behandeld en nadat Pandu was gestorven deden zijn zoons dat nog steeds. Vidur vertoonde grote genegenheid voor de Pandava’s. Toen Pandu stierf, waren zijn vijf zoons allemaal kleine jongens. Vidurs wens was dat hen geen verdriet zou worden aangedaan door hun neven, de Kaurava’s, en dat zij zouden opgroeien tot sterke mannen met een glorieus leven. Daarom was Vidur actief betrokken bij het welzijn van de Pandava’s. Hij dacht dat het zijn plicht was om hen te redden van de sluwe plannen van de Kaurava’s.

Toen Vidur erachter kwam dat Dhritirashtra en zijn kinderen van plan waren om de Pandava’s en hun moeder van Hastinapur naar Varnavath te sturen, vermoedde hij dat er sprake was van bedrog. Daarom had hij de Pandava’s op zo een manier gewaarschuwd dat anderen het niet zouden begrijpen.

In Varnavath was een nieuw paleis gebouwd voor de Pandava’s en dit had de naam Mangala Mandir gekregen. Duryodhan, de oudste zoon van Dhritirashtra, had de opdracht gegeven om het paleis te laten bouwen. Het was ingericht voor een leven vol luxe.

Toen de Pandava’s hun intrek namen in Mangala Mandir waren zij de waarschuwing van Vidur niet vergeten. Zij bestudeerden het nieuwe paleis grondig. Er was geen twijfel over mogelijk dat het paleis er prachtig uitzag, maar de gebruikte materialen, zoals hout, kool en ontvlambare lak, konden makkelijk in brand vliegen. De broers realiseerden dat het snode plan bedacht door de Kaurava’s bestond uit het in brand steken van het huis en hen te verbranden.

Vidur had al verwacht dat Duryodhan eraan dacht om Mangala Mandir in brand te steken wanneer de Pandava’s zich daar op hun gemak zouden voelen. Vidur wilde iets regelen, zodat de Pandava’s zouden kunnen ontsnappen als zoiets verschrikkelijks zou gebeuren. Daarom stuurde hij een architect naar de Pandava’s. Zonder dat iemand het wist groef de architect een tunnel, die de Pandava’s een ontsnappingsroute zou bieden.

Op een zekere nacht stak Bhim zelf het paleis in brand. De Pandava’s ontsnapten meteen via de tunnel, terwijl het paleis hevig begon te branden. De burgers zagen dit alles gebeuren en snelden naar het paleis, maar het was een onmogelijke klus om dit vuur te doven. Binnen enkele minuten was van Mangala Mandir niets meer over.

De mensen dachten dat de Pandava’s en hun moeder waren omgekomen in het vuur en dit bericht ging naar Dhritirashtra in Hastinapur. Toen hij en zijn kinderen dit nieuws hoorden, waren ze allen erg blij dat de Pandava’s dood waren, maar van buiten toonden ze niets dan verdriet.

Vidur geloofde er heilig in dat de Pandava’s niet waren gestorven tijdens de brand, maar waren ontsnapt via de tunnel. Omdat hij wist niet waar ze waren en wat ze deden, was hij toch erg bezorgd.