Naag Devta (Nagaraj)

Het Hindoeisme leert de mens om in harmonie te kunnen leven met de natuur. Dit houdt niet alleen de planten in, maar ook de dieren. Zelfs de dieren die door velen worden gevreesd. Het erkennen en het zien van het Goddelijke in verschillende vormen in de natuur is in dit concept verweven. Dit is waarom een Hindoe het Goddelijke kan erkennen in de bergen, de bomen, het water en ook in dieren. Naag (slang)) Devta (Goddelijke verschijning) staat symbool voor de oneindigheid van het Goddelijke in dierlijke vorm.

 

Naag Panchami

Naag Panchami is de feestdag ter ere van Naag Devta en wordt gehouden op de vijfde dag van de Hindu maand Shravan. Het is een periode van veel regen waardoor in agrarische landschappen veel slangen uit de grond komen. Dit is ook de periode waar er niet op het land gewerkt wordt. De natuur neemt weer over en de mens maakt plaats voor de natuur (waaronder regen en slangen) om te regeren.

Shri Krishna en Naga Kalki

Aan Naag Panchami is het verhaal verbonden van Shri Krishna die in zijn jeugd in Vrindavan met zijn vrienden speelde op de oever van de Jamuna rivier. Hun bal viel in het water waarna Shri Krishna het probeerde te halen. Onder het water sliep Naag Devta in de vorm van Kaliya. Hij stond er bekend om dat hij zowel de mensen als de dieren die in zijn territorium kwamen, dood maakte. Ondanks dit stapte Shri Krishna toch in het water. Hoewel Kaliya Hem probeerde te bijten greep Shri Krishna hem bij zijn nek. Hij besefte dat dit geen gewone mens kon zijn en vroeg Shri Krishna om hem te besparen. Shri Krishna vertelde hem dat hij alleen recht had op een voor bepaalde seizoen. En dat de rest van de tijd voor de mens bedoeld was. Zo kon iedereen in balans levens met de natuur.

De les hieruit is dat alles een seizoen heeft. De mens kan niet altijd overheersen over de dood of de natuur. De slang staat voor verandering en oneindigheid tegelijk. Hoe constant wij alles ook willen hebben, is alles onderhevig aan verandering. Dit is een oneindig proces.