Shri Aurobindo is niet alleen een uitmuntend politiek leider van India geweest, maar ook was hij een revolutionair, een yogi en een voorname leraar van de Indiase cultuur. Net nadat hij van het basisonderwijs in Bengal had genoten, werd hij naar Engeland gestuurd, vanwaar hij terugkeerde om een Engelse spreker in Baroda te worden. Niet lang hierna nam hij deel aan de strijd voor de onafhankelijkheid van India en werd lid van de revolutionairen in Bengal. Hij draaide op voor een bomaffaire in Alipore en werd in de gevangenis opgesloten. Hij nam deel aan de journalistiek als uitgever en redacteur van de dagelijkse krant Vande Mataram om te preken over zijn cultus van het nationalisme en later bracht hij ook de kranten Arya en Karmayogi uit.
Vanaf dat moment nam zijn leven een wending in de richting van intense spiritualiteit en de beoefening van yoga in Pondycherry, waar hij in 1920 een Ashram opzette. Terwijl hij daar was, schreef hij veel om de concepten van Integrale Yoga, Bovenrationele Geest, Goddelijk Leven en dergelijke uit te leggen. Naast zijn magnum opus, een diep filosofisch en spiritueel werk “Life Divine”, schreef hij “Essays on Gita”, “Secret of Vedas”, “The Upanishads” en “Savitri” (een poëtische beschrijving over het geheim van leven en dood).
Door zijn moederland India als een spirituele representatie van Gods kracht te visualiseren verzorgde hij een spirituele en culturele basis voor het Indiase nationalisme. Hij toonde ook welke grote bijdrage India moet leveren aan een toekomstige wereldcultuur. Zijn voorspelling is dat het in 1947 verdeelde India ooit weer verenigd zal worden.

Shri Aurobindo (Aravinda)
Shri Aurobindo aanschouwde op 15 augustus 1872 voor het eerst het daglicht in Calcutta. In 1879, op zevenjarige leeftijd, werd hij met zijn twee oudere broers meegenomen naar Engeland voor hun educatie en daar hebben zij veertien jaar gewoond. Opgegroeid bij een Engelse familie in Manchester, ging hij naar de St. Paul School in Londen in 1884. Vervolgens ging hij in 1890 met een beurs naar King’s College in Cambridge, waar hij twee jaar studeerde. In datzelfde jaar slaagde hij ook voor de Indiase Ambtenarij, maar na de twee jaar durende proeftijd lukte het hem niet om zich te bewijzen en werd hij ongeschikt verklaard. In deze tijd was ook de heerser van Baroda in Londen. Toen Aurobindo met hem sprak, kreeg hij een aanstelling in de ambtenarij van Baroda en verliet Engeland weer voor India, waar hij in februari 1893 aankwam.

Dertien jaar heeft Shri Aurobindo daar gewerkt. Hij begon eerst op de inkomensafdeling en deed daarna secretarieel werk voor de Maharaja, vervolgens werd hij docent Engels en uiteindelijk conrector van het Baroda College. Dit zijn jaren van zelfstudie, literaire activiteiten – veel van de poëzie gepubliceerd in Pondicherry kwam uit deze tijd – en voorbereiding op zijn toekomstige werk geweest. In Engeland had hij een pure westerse opvoeding gekregen zonder enig contact met de cultuur van India en het Oosten, precies zoals zijn vader dat wilde.1 Dit tekort deed hij teniet in Baroda, hij leerde Sanskriet en enkele moderne Indiase talen en ook bestudeerde hij de vroegere en huidige Indiase beschaving. Een groot deel van de laatste jaren van deze periode besteedde hij aan zijn verlof van stille politieke activiteiten, want hij werd uitgesloten van openbare activiteiten door zijn positie in Baroda. De uitbraak van de ergernis tegen de verdeling van Bengal in 1905 bood hem een uitstekende mogelijkheid om openlijk lid te worden van een politieke beweging. Eén jaar later verliet hij Baroda en vertrok naar Calcutta als rector van het pas opgerichte Bengal National College.

De politieke activiteiten van Shri Aurobindo duurden acht jaar, van 1902 tot en met 1910. De eerste vijf jaar werkte hij achter de schermen. Samen met collega’s bereidde hij de beginselen van de Swadeshi (Indiase Sinn Fein) voor, totdat de agitatie in Bengal een opening creëerde voor de publieke initiatie van een meer vooruitstrevende en directe politieke actie dan het gematigde reformisme, dat tot dan toe de geloofsbelijdenis van het Indiase Nationale Congres was. In 1906 kwam Shri Aurobindo naar Bengal met dit voorstel en werd lid van de Nieuwe Partij, een geavanceerde sectie, klein van aantal en nog niet met een sterke invloed, die pas was gevormd door het Congres. De politieke theorie van deze partij was vage gospelmuziek van slechte samenwerking; wat daden betreft waren ze niet verder gekomen dan enkele doelloze confrontaties met de gematigde leiders tijdens de jaarlijkse vergadering van het Congres. Deze vergadering vond altijd plaats achter de geheime sluier van de ‘Onderwerpen Commissie’. Shri Aurobindo overtuigde de leiders in Bengal ervan om naar voren te treden als een ‘All-India’ partij met een definitief en uitdagend programma om de dominante gematigde (gereformeerde of liberale) oligarchie van veteranenpolitici gevangen te nemen. Dit is de oorsprong van de historische strijd tussen de gematigden en de nationalisten (extremisten genoemd door hun opponenten), die in twee jaar tijd het gezicht van alle Indiase politici heeft veranderd.

De pasgeboren Nationalistische Partij had Swaraj (onafhankelijkheid) als doel in tegenstelling tot de hoop van de gematigden om koloniale zelfregering te realiseren binnen één of twee eeuwen door langzame vooruitgang; het werd voorgesteld als executie van een programma, dat overeenkomsten vertoonde met het beleid van Sinn Fein een paar jaar later en dat in Ierland tot successen leidde. Het principe van dit nieuwe beleid was zelfhulp; het doelde aan de ene kant op een effectieve organisatie van de krachten van de natie en aan de andere kant verklaarde het een non-coöperatie met de regering. Het boycotten van Britse en buitenlandse goederen en hun vervanging door industrieën van Swadesh, het boycotten van de Britse wet en de stichting van een rechtbank daarvoor in de plaats, het boycotten van universiteiten en colleges van de regering en de creatie van een netwerk van nationale colleges en scholen, de formatie van netwerken van jongemannen, die het werk van politie en justitie moesten doen en waar nodig een beleid van passief verzet waren belangrijke onderdelen van het programma. Shri Aurobindo hoopte het Congres over te nemen en het te maken tot een directiecentrum van een georganiseerde nationale actie, een informele staat binnen de staat, die de strijd voor vrijheid zou leiden tot die gewonnen zou zijn. Hij overtuigde de partij ervan om de dagelijkse krant, Vande Mataram, te hervatten en te financieren. Van deze krant was hij indertijd de optredende redacteur. Vande Mataram, die gedrukt werd vanaf 1907 tot het abrupte eind in 1908, toen Shri Aurobindo in de gevangenis zat, werd geheel door hem geleid. Deze krant circuleerde bijna in heel India. Tijdens het korte, maar belangrijke bestaan van deze krant veranderde de politieke gedachte van India, die altijd fundamenteel bewaard is gebleven, zelfs tijdens de latere ontwikkelingen. De strijd echter begon op deze lijnen, hoewel het hevige en veelbewogene uit het programma dat heel belangrijk was voor de toekomst niet lang standhield; het land was nog onrijp voor zo’n stoutmoedig programma.

Shri Aurobindo werd aangeklaagd voor de opruiing in 1907 en vrijgesproken. Tot nu toe was hij als organisator en schrijver door deze gebeurtenis en de gevangenschap of verdwijning van andere leiders verplicht gesteld om zich aan te bieden als het erkende hoofd van de partij in Bengal en voor de eerste keer ten tonele te verschijnen als spreker. Hij was voorzitter van de Nationalistische Conferentie in Surat in 1907, waar na een flinke confrontatie van de twee gelijke partijen het Congres uiteenviel.
In mei 1908 werd hij gearresteerd in de zaak: ‘Samenzwering van Alipore’. Alles wees erop dat de revolutionaire beweging, die geleid werd door zijn broer Barindra, verantwoordelijk was, maar er konden geen belastbare bewijzen worden gevonden en dus werd hij wederom vrijgesproken. Toch moest hij naar de gevangenis in Alipore en toen hij een jaar later vrijkwam, zag hij dat de organisatie van de partij gebroken was: de leiders waren verstrooid door gevangenschap, deportatie of zelfopgelegde ballingschap. De partij zelf bestond nog steeds, maar was ontmoedigd en niet in staat om een effectieve daad tot stand te brengen.

Bijna een jaar lang streed hij als enige overgebleven leider van de Nationalisten in India om de beweging nieuw leven in te blazen. Hij publiceerde wekelijks in een Engelse krant, de Karmayogin, en een Bengaals weekblad, de Dharma, om zijn moeite kracht bij te zetten. Uiteindelijk was hij toch genoodzaakt in te zien dat de natie nog niet goed genoeg getraind was om zijn beleid en programma uit te dragen. Een tijdje dacht hij dat de noodzakelijke training als eerst gegeven moest worden door een minder gevorderde Huisregelbeweging of er moest een agitatie van een passief verzet gecreëerd worden, die overeenkwam met die van Mahatma Gandhi in Zuid-Afrika.
Hij zag echter in dat het niet de juiste tijd was en dat hijzelf niet hun voorbestemde leider was. Bovendien eiste zijn innerlijke spirituele leven een exclusieve concentratie. Dit kwam doordat hij de tijd, die hij had terwijl hij twaalf maanden gevangen zat in de gevangenis van Alipore, helemaal aan het beoefenen van yoga besteedde. Daarom besloot hij zich van het politieke veld terug te trekken, in elk geval voor een tijdje.

In februari 1910 trok hij na zijn geheime pensionering naar Chandernagore en in het begin van april zeilde hij naar Pondicherry. Een derde aanklacht werd op hem afgevuurd voor een artikel in de Karmayogin; vanwege zijn afwezigheid was de aanklacht gericht tegen de drukker van de krant, die veroordeeld moest worden. Deze veroordeling werd in hoger beroep in de rechtbank van Calcutta verworpen. Voor de derde keer werd hij aangeklaagd en liep het goed af. Shri Aurobindo had Bengal verlaten met de intentie om terug te keren op het politieke terrein onder gunstigere omstandigheden, maar al gauw zag hij de omvang van zijn spirituele werk in en toen besefte hij dat hij al zijn energie hiervoor nodig zou hebben.

Uiteindelijk verbrak hij alle banden met de politiek, weigerde herhaaldelijk het presidentschap van het Nationale Congres en trok zich volledig terug. Gedurende zijn gehele verblijf in Pondicherry vanaf 1910 bleef hij toegewijd aan zijn spirituele werk.

In 1914, na vier jaar in alle rust en vrede yoga beoefend te hebben, begon hij met de publicatie van een filosofisch tijdschrift, de Arya. De meeste van zijn belangrijkere werken verschenen geregeld in de Arya. Deze werken bevatten veel van de innerlijke kennis die hem binnen was gegaan tijdens zijn beoefening van yoga. Andere werken hielden zich meer bezig met de geest en gewichtigheid van de Indiase beschaving en cultuur (Het Fonds van de Indiase Cultuur), de werkelijke betekenis van de Veda’s (De geheimen van de Veda), de vooruitgang van de menselijke beschaving (De Menselijke Cyclus) , de natuur en evolutie van de dichtkunst (De Toekomstige Dichtkunst), de mogelijkheid tot unificatie van het menselijke ras (De Idealen van de Eenheid der Mensen). Rond deze tijd begon hij ook zijn gedichten te publiceren, zowel de gedichten die hij in Engeland had geschreven als die uit Baroda en ook de gedichten die geschreven zijn tijdens zijn politieke activiteiten en in de eerste jaren van zijn verblijf in Pondicherry, alhoewel dit er een stuk minder waren. De Arya hield op met bestaan in 1921 na zes en een half jaar ononderbroken verschenen te zijn. Shri Aurobindo leefde eerst teruggetrokken met vier of vijf leerlingen. Met de tijd kreeg hij steeds meer leerlingen, die hem wilden volgen op het spirituele pad en dit aantal werd zelfs zo groot dat er een gemeenschap gevormd moest worden voor het onderhoud en collectieve leiding van hen, die alles hadden gelaten omwille van een hoger leven. Dit was de stichting van de Shri Aurobindo Ashram, die niet zozeer gecreëerd als om hem heen gegroeid is.

Shri Aurobindo begon met yoga in 1904. Eerst nam hij een kijkje in de elementen van het spirituele bestaan, die verkregen worden door de paden van goddelijk genootschap en spirituele realisatie, zoals dat nu nog gevolgd wordt in India. Daarna ging hij verder met het zoeken naar een meer complete ervaring door de twee eindes van het bestaan te verenigen en te harmoniseren, de Geest en de Materie. De meeste wegen van yoga zijn paden die voorbij de Geest leiden en uiteindelijk weg van het leven; Shri Aurobindo’s opstijgingen naar de Geest om af te dalen met de verkregen winst hebben het licht, de kracht en de zegen van de Geest meegebracht in het leven om het te transformeren. Het huidige bestaan van de mens in de materiële wereld is vanuit dit perspectief een leven in onwetendheid met het Onbewuste aan de basis daarvan, maar ook in de duisternis en onwetendheid zijn de aanwezigheid en mogelijkheden van het Goddelijke betrokken. De geschapen wereld is geen fout of ijdelheid of illusie, die opzij wordt gezet door de ziel, die naar de hemel of Nirvana gaat, maar het decor van spirituele ontwikkeling waardoor uit deze materiële onbewustheid het Goddelijke Bewustzijn in dingen zal worden aanschouwd. De geest is de hoogste term die in de evolutie bereikt kan worden, maar het is niet het hoogste van zijn kunnen. Daarboven zit een ‘Supergeest’ of een eeuwige Waarheidsbewustzijn, die van nature de zelfbewuste en zelfvastgestelde licht en kracht van de Goddelijke Kennis is. De geest is een onwetendheid, die naar de Waarheid zoekt, maar dit is een zelf bestaande Kennis die harmonieus het spel van zijn vormen en krachten toont. Het is alleen door de afdeling van deze Supergeest dat de perfectie, waarvan iedereen droomt, de hoogste is die in de mensheid bereikt kan worden. Het is mogelijk door een groter Goddelijk Bewustzijn te openen om tot deze macht van licht en zaligheid te stijgen, waar men zijn echte zelf kan ontdekken. Door in een constante unie met het Goddelijke te zijn kan men de bovennatuurlijke Kracht naar beneden brengen voor de transformatie van de geest, het leven en het lichaam. Dit realiseren is het dynamische doel van Shri Aurobindo’s yoga geweest.

Shri Aurobindo heeft zijn lichaam verlaten op 5 december 1950. Zijn moeder ging verder met zijn werk tot 17 november 1973. Hun werk wordt voortgezet.