Ook ik zal met u meegaan
Zoals gewoonlijk begon Sathyavantha zijn dag met het kappen van bomen en hout te verzamelen. Op die dag echter kon zij de scheiding met hem niet verdragen, maar ze wilde hem niet vragen bij haar te blijven, want anders kwam ze midden in zijn werk. Stel je voor dat hij zou vragen: “Waarom?” Wat voor antwoord zou ze hem dan moeten geven? Kon ze maar zeggen dat zijn dood nadert! Maar hoe kon ze hem alleen sturen? Haar hart huiverde over de pure gedachte om wat er zou gebeuren.
Savithri ging naar Sathyavantha en zei: “Mijn heer. Ik wens met u mee te gaan naar het bos vandaag. Ik wil de pracht van het bos zien en ik wil u helpen in uw werk. Ik zal met u meegaan. Alstublieft, zegt niet nee”.
Sathyavantha was verrast. Hij zei: ”Mijn lieverd, je brengt mij in verrukking als je meegaat met mij. Maar na drie dagen van strikte religieuze riten ben je moe en zwak. Je hebt nog niets gegeten. Het is niet gemakkelijk om in het bos te lopen. Je zult moe worden. Waarom alleen vandaag? Je kunt met me meekomen als je jouw riten gedaan hebt.”

Savithri sprak tegen haar man: “Het zal helemaal geen probleem zijn. Ik wil de bloemen zien die bloeien in het bos. Ik wil het gezang van de vogels horen. Ik zal met u meegaan vandaag.”

Sathyavantha zei: Savithri, ik wil jou geen pijn doen. Als het jou blij maakt, zal ik niet in jouw weg komen. Ik zal ook heel gelukkig zijn als je met mij bent. Ga, vertel het je schoonouders en vraag om hun toestemming.
Savithri ging samen met haar man naar het bos met de toestemming van haar schoonouders. Ze sprak vrolijk, maar haar hart deed pijn. Sathyavantha was blij omdat Savithri met hem was meegekomen. Hij liep met grootsere levendigheid dan ooit te voren en wees naar de pracht van het bos. Hoewel de geest van Savithri als een vulkaan was, praatte ze met haar man over de pracht en dat maakte hem blij.
Samen verzamelde ze bloemen om te offeren aan Bhagvaan. Ze verzamelden fruit. Sathyavantha liet Savithri zitten onder een boom en hij begon een boom te kappen. Met wijde ogen dan ooit te voren zonder haar oogleden naar elkaar te brengen staarde Savithri naar hem. Zij dacht: “Het verschrikkelijke moment, dat Narada Muni had voorspeld nadert.” En haar hart huiverde. Zij zat in een onverdraagbare angst.

Ik ben Yamaraj
Plotseling begon Sathyavantha te transpireren. Zijn hoofd deed pijn alsof het in duizend stukjes uit zou barsten. Hij riep: “Savithri….” Savithri rende naar hem toe en sprong naar zijn voeten.

Sathyavantha zei: “Savithri, ik heb een vreselijke hoofdpijn, die ik niet kan verdragen. Mijn lichaam transpireert en ik voel me alsof mijn hoofd zal barsten.”

Savithri zei tegen haar man: “Mijn heer, u bent te moe. U was bezig de boom te kappen. Uw hoofdpijn zal verdwijnen als u een tijd zal rusten. Gaat liggen met uw hoofd in mijn schoot en slaapt voor een tijd. Savithri legde haar mans hoofd in haar schoot. Het volgende moment verscheen er een donker, machtig figuur naast de voeten van Sathyavantha. Hij was Yamaraj, de God van de Dood.

Savithri legde het hoofd van haar man op de grond en stond op. Ze boog tot Yamaraj. Met grote eerbied vroeg ze Hem: ”Heer, wie bent U? Waarom bent U hier gekomen?” Yamaraj, de God van de Dood, is niet zichtbaar voor de ogen van normale mensen. Maar Savithri was erg toegewijd aan haar man en zij had veel verschillende religieuze rituelen uitgevoerd. Daarom was het mogelijk voor haar om Yamaraj te zien.