Op het moment dat Savithri naar het paleis terugkeerde, arriveerde Narada Muni. Hij was in staat het verleden te zien en de toekomst te voorspellen. Hij wist alles omdat Hij in alle drie de werelden rondreisde, namelijk aarde, hemel en onderwereld.
Ashwapathi verwelkomde Narada Muni met groot respect. Hij waste de voeten van Narada Muni met devotie en aanbad hem. Juist op dat moment arriveerde Savithri in het paleis. Zij boog voor de wijze Narada Muni en haar vader.

Narada Muni zegende haar. Toen Hij zich naar Ashwapathi keerde sprak Hij: “Koning, waar is jouw dochter naartoe geweest? U bent gezegend met zo’n dochter. Hebt u nagedacht over haar huwelijk?”
Ashwapathi legde alles uit aan Narada Muni en zei: “Ik heb haar gestuurd om een echtgenoot te kiezen.” Narada Muni wendde zich tot Savithri: “Mijn kind, vertel me, wie heeft jouw hart gewonnen?”

Savithri antwoordde: Heilige, ik heb alle landen bezocht. Maar nergens heb ik een man gevonden die mijn hart gewonnen heeft. Uiteindelijk kwamen we in een bos. Daar zag ik een jongeman genaamd Sathyavantha. Zijn vader is Dyumathsena. Hij was de koning van Salvadesha. Nu heeft hij zijn twee ogen en zijn koninkrijk verloren, en leeft nu in het bos. Ik heb mijn hart verloren aan Satyhavantha.
Narada Muni was een grote wijze en ook een ziener. Ashwapathi keek naar Narada Muni en wachtte op zijn reactie. Hij wilde weten wat de mening van Narada Muni was over de keuze van zijn dochter.
De wijze Narada Muni zat voor een moment met zijn ogen dicht. Toen zei Hij: “Oh koning, de keuze van je dochter is perfect. Deze jongeman spreekt altijd de waarheid en daarom heet hij Sathyavantha. Sinds zijn kindertijd heeft hij altijd van paarden gehouden. Daarom heeft hij ook een andere naam, Chithrashwa. Hij is zo helder als de zon, intelligent, erg knap en geduldiger dan de wereld, grootmoedig en moedig, vriendelijk en vrij van afgunst.”

Ashwapathi sprak: “Heilige, ik ben erg gelukkig om deze woorden van U te horen. U bent een wijs man. U hebt mij alleen verteld wat prijzenswaardig is in Sathyavantha. Heer, ik smeek u om te vertellen of er iets is tegen dit koppel.”
Narada Muni werd donker van kleur. Ashwapathi werd ongerust na het zien van het donkere gezicht van de wijze. Ashwapathi zei: “Grote heilige, vergeef mij als ik verkeerd gesproken heb. Ik smeek U, Heer, vertelt me elk bezwaar dat U ziet.”
Aan de ene kant was Ashwapathi ongelukkig door niet te weten hoe hij de wensen van zijn dochter moest ontzeggen. Aan de andere kant was hij erg ongerust door de woorden van Narada Muni. Hij wist niet wat hij moest doen.

Niemand anders dan Hij
Ashwapathi, die inmiddels al wist waarom Narada Muni niets zei, keerde zich naar zijn dochter en zei: “Mijn kind, Savithri, onze keus is uitstekend. De man die jij gekozen hebt, Sathyavantha, is een wijs en intelligent man. Maar mijn kind, hij heeft een korte tijd om te leven. Dit wetende, hoe kan ik je uithuwen aan hem? Kies een andere man, ik zal erg blij zijn om jou aan die persoon te geven.”
Savithri keek naar Narada Muni en toen naar haar vader. Narada Muni keek naar Savithri, wachtende op een antwoord. Haar vaders gezicht was ongerust door droevige gedachten.

Savithri sprak: “Vader, ik heb mijn keus gemaakt. Of Sathyavantha een kort of een lang leven heeft, niemand anders dan hij kan mijn echtgenoot worden.”

Ashwapathi reageerde: “Savithri, jij bent nog erg jong. Wordt niet te haastig. Denk voor een tijdje na. Wat een verschrikkelijk leed wacht je volgend jaar!”

Savithri zei: “Vader, denkt niet dat ik ongehoorzaam ben. Lang of kort leven, Sathyavantha alleen is mijn echtgenoot. Ik zal niet van gedachten veranderen. Ashwapathi sprak tot Narada Muni : “Heilige, ik smeek u om mijn dochter te adviseren. Alstublieft, laat haar niet meer aan Sathyavantha denken.”

De wijze sprak: “Ashwapathi, jouw dochter heeft al besloten. Bovendien, niemand heeft zoveel deugden als Sathyavantha. Op elke manier is hij jouw dochter waardig. Laat dit huwelijk plaatsvinden. Alles zal goed komen.”
Ashwapathi wilde niet tegen de wensen van zijn dochter ingaan en de zegen van Narada Muni gaf hem hoop.

Man en Vrouw
Op een veelbelovende dag reisde Ashwapathi naar de hermitage van Dyumathsena met een paar van zijn hovelingen. Hij ontmoette Dyumathsena en informeerde naar zijn welzijn. Hij noemde zijn dochter en zei tegen Dyumathsena: “Zij is mijn dochter Savithri. Ik smeek u om haar te accepteren als uw schoondochter.”

Dyumathsena zei: “Koning, wij hebben ons koninkrijk verloren en wonen nu in het bos. Hoe kan de zachtzinnige Savithri de moeilijkheden in het bos onder de ogen zien. Kan ze in het bos leven?”
Ahswapathi sprak: “Meneer, alstublieft willig mijn gebeden in en maak mijn dochter uw schoondochter. Onder uw bescherming en liefde zal ze alle moeilijkheden vergeten. Ik ben er zeker van dat mijn dochter zal bewijzen dat ze uw affectie waard is.”

Dyumathsena zei: “Zelfs voordat u kwam was dit mijn wens. Maar we hadden ons koninkrijk verloren en nu leven wij in het bos. Hoe kon ik spreken over dit huwelijk?”

Het huwelijk van Sathyavantha en Savithri werd gevierd. Zij werden nu man en vrouw. Savithri verheugde zich erop dat zij kon trouwen met de man die haar hart had gewonnen. Sathyavantha was erg blij dat hij zo’n mooie, goede en edele vrouw had. Ashwapathi had achttien lange jaren gebeden om te worden gezegend met een dochter als Savithri. Het was niet gemakkelijk voor hem gescheiden te worden van haar. Hij keerde terug naar zijn koninkrijk met een droevig hart.

Smart onder Geluk
Savithri droeg een jurk die was gemaakt van de basten van bomen. Zij verwijderde al haar juwelen. Zij diende haar schoonvader en schoonmoeder erg graag. Zij lachte altijd en was altijd vrolijk. Zo won ze alle harten. Zij werd de beminde vrouw van Sathyavantha.
Maar zij kon de woorden van Narada voor geen enkele moment vergeten. De hele tijd door brandden de woorden in haar hart. Zij kon het zelfs niet in haar dromen vergeten dat Sathyavantha een kort leven had. Haar geest was altijd geketend aan de woorden van Narada Muni. Eén dag passeerde, twee dagen, drie dagen, zo ging ze door met het tellen van de dagen.
Tien maanden waren voorbij! Net alsof de dagen voorbij vlogen. Zij werd steeds beangstigder. Hoewel haar hart vol van leed was, miste ze geen enkel deel van haar werk en ze liet niets blijken van haar verdriet.

Nog maar vier dagen te gaan
De tijd bleef doorgaan. Maanden en dagen gingen voorbij. Nog vier dagen van het leven van Sathyavantha waren overgebleven! Savithri bracht drie dagen in religieuze plechtigheden door van de meest strenge soort. Zij vastte drie dagen lang. Zij was vastbesloten niet te drinken, zelfs geen druppel water. Zij aanbad Godin Savithri, dag en nacht. Zij smeekte de Godin, die haar vader had gezegend, om haar man te beschermen. Zij luisterde naar niemand. Dyumathsena zei:”Mijn dochter Savitrhi, Waarom ga je strenge plechtigheden onder? Is het niet moeilijk voor jou om drie dagen te vasten?” Savithri sprak: “Vader, alstublieft, zegen mij dat mijn religieuze plechtigheden elk probleem zullen beëindigen. Ik smeek u, alstublieft, vraagt mij niet om op te geven.

De zenuwslopende dag
Ook de laatste drie dagen waren voorbij. Voor Savithri waren die drie dagen net als drie momenten. De dag die ze het meest vreesde, de dag dat de zekere gedachte die haar ziel deed rillen, was aangebroken! De nacht ervoor kende haar kwelling geen grenzen. Ze kon niet op één plek blijven, maar ze bleef rusteloos bewegen.
Woorden konden haar angst niet beschrijven. Maar Savithri vergat niet haar dagelijkse verplichtingen te doen. Ze hielp de ouderen in de eredienst voor familieverplichtingen. Ze diende haar schoonvader en schoonmoeder. Ze gaf hen eten. Ze boog neer voor de ouderen en raakte hun voeten aan. Zij zegenden Savithri met de woorden: “Moge jij lang leven met je man!” Savithri voelde dat de woorden van de grote wijzen nooit vals konden zijn, zij zijn mensen van de waarheid. Zij hoopte en bad dat de zegens uit zouden komen. Sathyavantha’s dood was zo dichtbij. Er waren te weinig momenten om te tellen!