De vierde van onze negen vijanden die wij tijdens Navatri proberen te overwinnen is Lobha. Lobha wordt vertaald als hebzucht. Hebzucht is niets meer dan op een zodanige manier geen genoegen nemen met wat je al hebt dat je jezelf en soms ook anderen schaadt. Zo iemand denkt in termen van schaarste en gaat ervan uit dat er straks niet genoeg zal zijn.

Iemand die hebzucht als karaktereigenschap heeft, wilt steeds meer. Meer geld, meer macht, meer eten, meer vrienden, meer vriendinnen, meer bekendheid en grotere huizen zijn allemaal in gedachten van zo iemand. Hoe meer er is, hoe beter de persoon zich voelt.

Identiteit
Zo’n iemand associeert zijn identiteit met materiële zaken. Hoe meer de persoon van iets heeft, hoe beter hij zich voelt. Als er minder van is, dan voelt hij zich minderwaardig. Voor een hebzuchtig persoon zijn waardigheid en veiligheid verbonden aan wat hij heeft.

Destructie
Iemand die geen genoegen vindt in wat hij heeft, weet het ook niet te waarderen. Dit breekt een persoon van binnen, want innerlijke rust is moeilijk te vinden in zo iemand. Ook vernietigt deze houding de relaties die zo iemand kan hebben. Zo een karakter is makkelijk te herkennen. Men merkt op dat zo iemand gierig is. Iemand die bijvoorbeeld niet graag kennis wilt delen wordt niet geapprecieerd en afgestoten.

Vertrouwen
Er ligt een pijnlijke achterliggende gedachte in iemand die gierig is. Zo iemand voelt zich van nature minderwaardig zonder materiële zaken. De Purana’s vertellen dat zo iemand geen vertrouwen heeft in zichzelf of in Bhagvaan en zijn vertrouwen plaatst in materiële spullen om zekerheid te vinden. Zo een tekort aan eigen vertrouwen en vertrouwen in Bhagvaan heeft nadelige gevolgen in het privé, sociale en religieuze leven van een persoon.

Alles is tijdelijk
De eerste stap om over hebzucht te komen is om te beseffen dat alles op deze wereld tijdelijk is. Als het ooit een begin heeft gehad, dan zal het een einde hebben. Wat nu van ons is, zal op een dag niet meer van ons zijn. Niks op deze wereld is permanent. Het enige dat wij hebben is de ziel en Bhagvaan die Sanatan (oneindig, onsterfelijk) zijn. Vertrouwen op ons innerlijk is bouwen op een sterk fundament.

Wees geen armoedzaaier
De Dharm leert ons niet dat wij in armoede moeten leven of genoegen moeten nemen met een slechte situatie. Het is niet zo dat wij niet vooruit moeten blijven gaan in het leven en dat wij stil moeten staan in ons ontwikkeling. De Artha Shastras leren ons dat het heel goed is om materieel vooruit te gaan. Wat het ons wel leert is dat iemand die zelfvertrouwen heeft en bouwt op zichzelf en Bhagvaan, altijd de middelen zal kunnen creëren om verder te komen ongeacht de situatie. Zo iemand zal precies weten wat hij wel nodig heeft of wat overbodig is.

Wie is de beheerder?
De Arthashastra leert ons dat wij voorzichtig moeten zijn met het materiële. Wanneer een mens meer neemt dat hij nodig heeft, dan gaat een groot deel van zijn tijd moeten gaan naar het beheren van de middelen die niet nodig zijn (veel spullen opruimen, onoverzichtelijk beheren van geld, kleding, voedsel etc.). Zo wordt een mens slaaf van zijn materiële spullen.

Eenvoud en tevredenheid
Zelfvertrouwen en vertrouwen in Bhagvaan zijn de eerste twee stappen die nodig zijn om innerlijke rust, tevredenheid en eenvoud te bereiken. Door te waarderen wat je al hebt, en ermee tevreden te zijn, leer je het optimaal te benutten. De Yogasutras leren ons dat een eenvoudig persoon veel machtiger is dan iemand met vele materiële zaken. Een eenvoudig persoon heeft al een grote voorsprong omdat hij geen slaaf is van het materiële. Een eenvoudig en tevreden persoon benut het materiële, maar is er geen slaaf van. Het materiële is immers alleen maar tijdelijk. Hebzucht is voor een mens een grote last.