De zevende van onze negen vijanden die wij tijdens Navatri proberen te overwinnen is Dvesh. Dvesh kunnen we vertalen als haat.

Haat kan iemands onderbewustzijn en bewustzijn totaal overnemen en consumeren zodanig dat het effect heeft op alle aspecten van het leven. Ook jouw naasten en de mensen van wie je houdt voelen het effect ervan en zullen uiteindelijk geraakt worden door alle negatieve energie die je in jezelf hebt opgewekt.

Haat heeft niet alleen een negatief effect op degene die gehaat wordt, maar ook op degene die deze emotie voelt. In feite heeft het meer effect op degene die de haat voelt dan op degene die gehaat wordt.

In de Mahabharat is te zien hoe Duryodhan met zo’n haat zat voor zijn neven, de Pandava’s, dat hij erdoor opgevreten werd. Hij kon later geen rationele beslissingen meer nemen en was ongelukkig met alle geluk dat hij had, omdat hij de Pandavas vernietigd wilde zien. Uiteindelijk heeft hij niet alleen zijn koninkrijk vernietigd, maar ook zijn familie en vrienden die hij in zijn haat had meegesleurd.
Haat kan tijd overbruggen. Iemand kan met haat zitten jegens een ander om een simpel iets dat jaren geleden gebeurd kan zijn. Ook heeft haat negatieve effecten op drie niveaus:

  • Fysiek: Het lichaam wordt star, de spieren in het gezicht zijn gespannen. Het kost zoveel energie om haat te voelen dat je langzaam wordt in je doen en denken.
  • Mentaal: Vele ervaringen gaan gepaard met geluk en ongeluk in het leven van een mens. Een mens heeft veel in zijn leven om gelukkig mee te zijn, maar emoties als haat zorgen ervoor dat jijzelf niet kunt genieten van jouw geluk en dat je ook een ander niet kunt laten genieten.
  • Spiritueel: Haat wordt vaak gezien als het omgekeerde van liefde. Maar om haat te bestrijden moet je beseffen dat haat en liefde niet elkaars tegenovergestelden zijn. Iemand die liefde voelt, kan ook makkelijk haat voelen. Het een sluit de ander niet uit. Wat wel gebeurt, is dat haat langzaam maar zeker alle liefde die een mens in zich heeft kan vernietigen. Liefde voor een ander, maar ook zelfs de liefde voor het leven.

Waar een mens het meest mee bezig is, dat heeft de meeste invloed op hem. Ben je meer bezig met Bhakti, dan zal Bhakti de meeste invloed op jouw leven hebben. Maar als je veel bezig bent met datgene dat je haat, dan neem je automatisch de eigenschappen over van datgene dat je haat, maar dan de eigenschappen die jij daaraan toekent. Haat je dus iemand en vind je die persoon slecht, dan hoeft die persoon niet eens slecht te zijn, maar dat slechte zal jij zelf overnemen.

Datgene wat je haat, dat word je ook. Zo hatelijk als je een ander persoon ziet, zo hatelijk zal jij ook worden. Al het negatieve dat je in de ander ziet, die negatieve aspecten zullen jouw eigen worden en zul je afreageren op jezelf en jouw naasten.

Haat overwin je door te proberen te begrijpen waarom je met haat zit. Het is meestal een gevolg van een van de andere negatieve aspecten zoals moha, kama, irsha, jalan en ahankar. Wanneer je deze negatieve aspecten weet te overwinnen, kan haat jou nooit overwinnen.

Haat bindt jou vast aan de ander. Je blijft verbonden aan datgene waar je haat voor voelt. Het is niet voor niks dat de Upnishads zeggen dat haat een mens tot een vrijwillige slaaf maakt van datgene waar hij haat voor voelt.

Wil je hiervan bevrijd worden? Dan moet je kunnen loslaten en jezelf als vrij zien van datgene waar je die haat voor voelt, want als je iemand haat dan kies je ervoor om verbonden te zijn met die persoon. Jezelf als vrij zien van datgene waar je die haat voor voelt, is alleen mogelijk als je jezelf ook los kunt zien van datgene dat je haat. Wat is jouw identiteit los van datgene of diegene die je haat? Heb je dat wel gevormd? Heb je jouw eigen leven nog niet kunnen opbouwen en wil je dat niet opbouwen in plaats van jouw totale gesteldheid afhankelijk te maken van iets anders?

Kijk bijvoorbeeld naar Duryodhan en Yudhistir. Duryodhan haatte Yudhistir. Iedere keer dat Yudhistir een stuk grond kreeg, voelde het voor Duryodhan alsof hij minder land had. Maar dat is helemaal niet waar, want zijn koninkrijk stond al vast. Als Yudhistir lachte om een grap, dan voelde Duryodhan nog meer woede en haat. Dat terwijl hij zelf ook zou kunnen lachen en genieten van de grap. Maar omdat zijn wezen afhankelijk was van Yudhistir, kon hij niet vrij zijn.
De Shastras leren ons dat gerichte meditatie om onafhankelijke karaktervorming te verkrijgen de oplossing is voor haat. Want wie zichzelf kent als zichzelf, los van anderen, kan geen slaaf worden van haat.