De wijze Rishi Uddalaka werd beroemd door het uitvoeren van vele yagya’s. Hij kwam uit een familie van filantropen en zowel zijn vader als grootvader stonden bekend om hun vrijgevige natuur. Rishi Uddalaka werd ook wel Vajashravas genoemd omdat hij vaak anderen te eten gaf.

De Rishi had slechts één slechte eigenschap: hij werd gauw boos en de ravage die hierdoor werd aangericht was erger dan die van vuur. Niemand durfde in zijn aanwezigheid te zijn wanneer hij boos was. Niemand durfde ook maar één lettergreep uit te spreken. Toch was de Rishi geen slecht persoon, want niemand kon hem voorbijstreven in zijn goedheid wanneer hij niet boos was.

Zijn vrouw Vishwara was in tegenstelling tot haar man een stille en rustige vrouw. Ze was netjes en zorgvuldig wat betreft haar huishoudelijke taken. Zij hielp haar man bij het uitvoeren van yagya’s en was een heel toegewijde vrouw. Zij beschouwde haar man als een Avatar van Bhagvaan.

Ondanks de woede van de Rishi, had Vishwara geen problemen met haar man. Het enige wat zij wilde was een kind en in haar dagelijkse gebed vroeg zij Bhagvaan dan ook om een zoon en wel eentje die de roem van de familie zou vergroten. De Rishi stelde haar altijd gerust door te zeggen dat hij de Devta’s zou plezieren door yagya’s en Zij zouden hen dan zegenen met een zoon.

De Rishi hield zich aan zijn woord en voerde toen yagya’s uit en inderdaad zijn vrouw kreeg een kind. Een schitterende zoon, die Nachiketa werd genoemd, kwam ter wereld. De vreugde van de Rishi en zijn vrouw kende geen grenzen.

Nachiketa

Als peuter was Nachiketa gefascineerd door de plaats waar zijn vader yagya’s uitvoerde, maar hij was bang om in de buurt van zijn vader te komen als hij bezig was. Daarom stond hij altijd op een afstand te luisteren naar de mantra’s die werden gereciteerd reciteerden. Ook vroeg hij zijn moeder of zij hem haar dagelijkse mantra’s wilde leren. Door slechts te luisteren naar wat zijn moeder reciteerde, leerde hij de mantra’s uit het hoofd. Nachiketa was erg toegewijd en had een goed geheugen. Het was voor hem voldoende om iets maar één keer te horen, want het volgende moment kon hij het al herhalen.

Nachiketa haalde geen kattenkwaad uit en deed nooit iets stouts. Hij stond altijd vroeg op en het eerste wat hij deed was bloemen plukken voor zijn moeder. Na het bad ging bidden en daarna met zijn moeder naar de stal waar zij de koeien vereerde, die Rishi Vajashravas had gekregen van koningen omdat hij hen hielp in het uitvoeren van yagya’s. Pas daarna dronk Nachiketa zijn eerste glas melk in de ochtend.

Op een dag was Nachiketa’s moeder bezig met haar dagelijkse verering van de koeien in de stal toen hij zijn moeder vroeg waarom koeien vereerd werden. Zijn moeder antwoordde: “Koeien gedragen zich als moeder, zij geven ons namelijk melk. We noemen haar daarom ook Gau-Mata en het vereren van een koe is even goed als het respecteren van je eigen moeder. Rond de koe lopen is even goed als op een pelgrimstocht gaan. Hierdoor krijg je veel punya (religieuze verdienstelijkheid) en dat is een opstapje naar de hemel, waar de Devi’s en Devta’s wonen en waar al je verlangens worden vervuld.”

Meteen gingen de gedachten van Nachiketa uit naar zijn vriend Soma, ook zoon was van een Rishi maar eentje die geen koeien bezat. Nachiketa wilde natuurlijk ook dat Soma de kans had om de hemel te bereiken en sprak tegen zijn moeder: “Er zijn geen koeien in Soma’s huis. Kunnen we hem tenminste een oude koe geven? Laat hem ook de hemel bereiken.” Zijn moeder legde uit dat het zondig is om iemand een oude koe te geven. Als die koe geen melk geeft, heeft die persoon niet zoveel aan die koe en degenen die die koe hebben gegeven zullen ook naar de hel worden gestuurd vanwege de zonde die zij hebben begaan.

Over de hel had Nachiketa nog niet eerder gehoord en hij vroeg zich af wat daar gebeurde, zouden daar geen verlangens vervuld kunnen worden? Hij kreeg te horen dat zondaars gestraft worden en als hij meer hierover wilde weten, dan moest hij geleerde worden.

Nachiketa zei toen vastberaden: “Moeder, in dat geval zal ik nu meteen op zoek gaan naar kennis.” En vanaf dat moment was hij oprecht bezig kennis te verwerven, niet dat zijn vader daar al niet genoeg aandacht aan had besteed. Rishi Vajashravas had hem de fundamenten reeds onderwezen en de jongen bleek echt een wonderkind. Hij was heel scherp en had een geweldig vermogen om te begrijpen.

Op een dag kwam een Rishi uit de omgeving langs bij Rishi Vajashravas. Nachiketa groette de Rishi respectvol en ging toen op zijn schoot zitten. De Rishi speelde met de jongen en bood hem een mango aan, die hij speciaal voor Nachiketa had meegenomen.  Nachiketa echter wilde dit fruit helemaal niet, want hij wilde kennis en toen de Rishi vroeg wat voor kennis Nachiketa zocht, kreeg hij te horen dat de jongen kennis wilde die hem inzicht zou geven.

Rishi Vajashravas volgde het gesprek, maar plotseling stond hij op en schreeuwde: “Dwaas! Praat geen onzin in het bijzijn van ouderen. Ga naar binnen.” Nachiketa was gekwetst en teneergeslagen ging hij naar zijn moeder.

De Rishi vond het zielig voor Nachiketa en vroeg waarom zijn vader hem had berispt: “Nachiketa vroeg om kennis en niet om snoep. U moet juist trots op hem zijn. Kijk naar de glans op zijn gezicht, dit is een teken van een aankomend groot man. Voert u alstublieft de Upanayana sanskaar uit en zorg dat hij wordt onderwezen.” Rishi Vajashravas was sprakeloos, maar accepteerde dit voorstel. De enige voorwaarde die hij stelde was dat deze Rishi Nachiketa zou aannemen als zijn leerling en hem de Veda’s zou onderwijzen. De Rishi voldeed met alle plezier aan deze voorwaarde, want zo een geweldige leerling zou hij nergens anders kunnen krijgen.

Na het uitvoeren van de sanskaar was Nachiketa klaar om met zijn Acharya mee te gaan. Rishi Vajashravas zegende zijn zoon en zei: “Zoon, je bent welkom nadat je je opleiding hebt voltooid. Zolang je bij je Acharya bent, moet je hem nooit tarten. Kwets hem nooit door slechte daden. Alleen nederigheid en dienstbaarheid zullen jou goed doen.”

Voordat Nachiketa vertrok, ging hij naar zijn moeder en zei: “Moeder, ik ben klaar voor vertrek. Ik vraag uw zegen.” Toen raakte hij haar voeten aan. Zijn moeder had gemengde gevoelens. Aan de ene kant was ze blij omdat haar zoon goed opgeleid zou worden, maar aan de andere kant stemde de scheiding met hem haar erg droevig. Haar tranen drogend, zei ze: “Zoon, vanaf nu moet jij je leraar en zijn vrouw als je ouders behandelen. Hun huis is nu jouw thuis. De leraar die jou kennis zal schenken is Bhagvaan. Volg zijn instructies goed op.”