Mira’s prestaties in de muziek zijn merkwaardig. Zij heeft zelf de melodieën in haar liedjes geplaatst en heeft de ragas vermeld. Rag Govinda en Rag Malhar zijn haar eigen creaties. De liedjes van Mira kunnen gemakkelijk in muziek geplaatst worden. Dit is de reden waarom die liedjes al honderden jaren door mensen gezongen worden.

Er bestaan verschillende composities op de lijst waarvan wordt gezegd dat het haar werk is. Maar alleen de songteksten kennende, zoals Padas (liedjes uit de volksstijl) zijn belangrijk. Tot nu toe zijn er meer dan 400 van zulke liedjes verzameld.

Mira’s naam wordt niet genoemd in al die koninklijke kronieken van Rajasthan. Geen enkele details zijn gevonden in de schriften van tijdgebonden historici. Uit al deze verhalen is het merkwaardig dat er een doelbewuste poging was om haar naam uit de geschiedenis te wissen. Sommige mensen hebben geprobeerd haar te vermoorden. Waarschijnlijk hebben ze geprobeerd te voorkomen dit te vermelden in haar geschiedenis. Dit zou niet erg verrassend zijn. Jaloezie en haat laten iemand buigen voor elke kwaadaardige handeling. De beweging van de liedjes van Mira had vele harten van mensen gewonnen en nog steeds is dit te horen en dus leeft ze nog steeds.

De machtige koningen van die tijden haatten haar niet echt en behandelden haar met minachting, maar ook zij probeerden haar uit de bladzijdes van de geschiedenis te stoten. Vandaag de dag, als we informatie zoeken over de geschiedenis van Mira’s biografie, moeten wij ze negeren. Maar Mira, die erg had geleden door hun wreedheid, haatte hen niet noch toonde ze boosheid. Zoals een druppel van zoete nectar behouden blijft, zelfs temidden van gif, haat, geweld en schandalen, vestigde Mira haar geest op Lal Giridhar en zong lovend tot de Heer. Als wij Mira horen, denken wij met een glimlach aan: “Een aanbidder lijdt elke soort ontbering voor zijn God, hij geeft nooit zijn God op. Bij het zorgen voor zijn eigen zaken, zal hij zijn doel bereiken.”

Het liedje vloeit voort uit honderden jaren geleden:

Mere tho Giridhar Gopal
doosaro na koyi II
Mata chodi, pita chode,
Chode saga soyi I
Sadha sang baith baith
Lok laj khoyi II
Santh dekh dowdi aayi,’
Jagat dekh royi I
Prem aasu dar dar
Amar bel boyi I
Marag me taran mile
santh nam doyi I
Santh sada sees par
Nam hridou hoyi II
Ab tho bath phail gayi,
Janou sab koyi I
Dasi Mira Lal Giridhar
Honi so hoyi II

“Ik heb niemand anders dan Giridhar Gopal. Ik heb mijn moeder opgegeven, mijn vader en mijn hutje. Ik heb mijn verlegenheid in het bijzijn van wijzen opgegeven. Ik rende vurig, op zoek naar de heiligen, maar de wegen en de manieren in de wereld stonden mij in de weg. Toen weende ik. Die tranen hebben de kern van liefde leven gehouden. Heiligen en de heilige naam van Shri Krishna waren de leidende lichten die ik langs mijn pad vond. Shri Krishna van binnenuit en de heiligen van buiten. Mijn Heer, deze slaaf Mira is de Uwe. En U bent het Doel dat zij wenst te bereiken. Laat mensen roddelen als zij willen. Wat maakt het uit? “