De politieke situatie in Medatha en Chittor had veel veranderd. Niemand gaf om Mira. Iedereen had haar bestempeld als een schande voor de gemeenschap. Haar oom, Beerama Dev, moest hard vechten om zijn koningschap te behouden. Hij had geen tijd om aan Mira te denken. Zij ook gaf helemaal niet om deze dingen. In een toestand van afstandelijkheid ging ze op bedevaart met de heiligen. Uiteindelijk kwam ze aan in Dwaraka. De Mandir van Ranchodji (andere naam voor Shri Krishna) in Dwaraka werd haar heiligdom.

Hoewel Mira extreem populair was, aarzelden de koninklijke families van Rajashtan om haar te accepteren. Het nieuws dat de Rana erg oneerlijk tegenover Mira was, had zich al verspreid. Nadat Ratan Simha de Tweede was vermoord, was Udaya Simha gekroond. Hij dacht dat als Mira alleen leefde in het bijzijn van apen de koninklijke familie een slechte naam zou krijgen. Dus vroeg hij haar naar huis te laten brengen naar Chittor. Omdat Mira al eens vele martelingen heeft moeten doorstaan, wenste ze niet om terug te keren naar die kooi. Er is een interessant verhaal hierover.

Udaya Simha realiseerde al gauw dat Mira niet zou terugkeren. Hij stuurde vijf Brahmans van Chittor om haar te ontmoeten. Zij vroegen haar om terug te keren naar Chittor. Mira voelde dat als zij terug zou keren naar het paleis, hetzelfde oude verhaal herhaald zou worden. In die tijd was zij waarschijnlijk rond de 48 jaar oud. Zelfs toen haar man, Bhojaraja, in het paleis leefde, was het moeilijk om Shri Krishna te vereren. Mira moest zich verplaatsen naar een Mandir. Nu zijn er vijfentwintig jaren gepasseerd sinds zijn dood. De koninklijke familie heeft zelfs geprobeerd haar te vermoorden. Daarom was zij naar Dwaraka gekomen om te wonen, ver weg van hen allen. Zij had opgelost dat zij gerelateerd was tot niemand alleen dan Giridhar Gopal.

Was ze van plan terug te keren naar dat paleis, naar die gevangenis? “Ik zal niet teruggaan.” was haar antwoord, maar het was de Rana die de Brahmans gestuurd had. Zij durfden niet voor hem te staan zonder hun taak te hebben volbracht, zonder Mira dus. Zij smeekten, zij baden en zij probeerden meer dan wie dan ook haar ervan te overtuigen. “Nee.” zei Mira, ”Ik zal niet komen.” Toen gebruikten de Brahmans hun laatste wapen. “We zullen niet terugkeren zonder jou,” zeiden ze. “Als je niet meekomt met ons, zullen we vasten tot onze dood.”

Mira zat in een moeilijke situatie. Zij wilde helemaal niet terugkeren naar Chittor, maar zij wilde ook niet verantwoordelijk zijn voor de dood van deze Brahmans. Dus vroeg ze hen die nacht te wachten in de mandir. Ze ging akkoord om de volgende morgen terug te gaan naar Chittor. De Brahmans waren erg blij en bleven in de mandir.

De dag brak aan, maar Mira was nergens te vinden. De Brahmins werden erg bang. Ze zochten haar. De andere aanbidders en heilige zochten ook. Maar ze was nergens te zien. Alleen haar kleding aan de voorzijde van Ranchodji’s Mandir werd gevonden. De aanbidders concludeerden dat zij misschien was opgegaan in haar liefdevolle Heer, Lal Giridhar.

Zelfs nu geloven aanbidders dit. Er zijn mensen die dit verhaal niet geloven. Maar er kan geen mooiere conclusie zijn voor het verhaal van Mira’s leven. Mensen die geloven dat dit waar is, denken dat dit rond 1547 is gebeurd. Een andere conclusie is, dat Mira niet dood was gegaan, maar was ontsnapt in vermomming. Maar niets konden ze zeggen over haar leven na deze tijd. Er werd niets meer vernomen van haar.