Er bestaat een fascinerend verhaal dat gaat over het leven van Mira in Brindavan. In Brindavan waren er veel heiligen. Jeeva Gosvami was de belangrijkste onder hen. Hij volgde een erg strikte gelofte. Hij liet zelfs niet toe dat de schaduw van een vrouw hem aanraakte. Dus vrouwen konden nooit naar hem toe gaan en zien.

Mira keek op tegen heiligen en wijzen en ging op weg naar Brindavan om de grote man te zien. Bij de ingang van de hermitage werd ze tegengehouden door een discipel van Gosvami. Hij zei: ”De Svami wil geen enkele vrouw zien.” Mira lachte alleen op hetgeen wat gezegd werd en zei: ”Ik dacht dat de enige man in Brindavan Shri Krishna was. Nu zie ik daar een rivaal.” Deze woorden doorboorden het hart van Gosvami als een scherpe puntige lans. Hij kwam uit zijn huisje, liep op blote voeten en leidde Mira met alle eer naar zijn hermitage.

Dit is het verhaal. In de Bhakti cultus wordt gezegd dat de liefde van de vrouw voor haar man de beste vorm van devotie is. Daarom is iedereen in de wereld een vrouw. Bhagvaan is de enige Man. In Brindavan is de enige man Shri Krishna. Alle anderen, de aanbidders, zijn Gopi’s. Er is geen onderscheid van geslacht onder de aanbidders. Zijn moeten het gevoel dat God hun Man is, hun eigen maken. Als een aanbidder dit gevoel heeft, dan kan hij niet koppig weigeren geen vrouwen te zien. Dit wetende, als hij zich gedraagt met de veronderstelling dat hij een man is, komt dit erop neer dat hij een rivaal wil zijn van God. Na het verlaten van het paleis, kwam Mira in contact met vele grote mensen en bekende dichters. Dit versterkte haar devotie en poëtische talent.