Mira was grootgebracht in het paleis van haar grootvader. Naast haar hoofdstudie kreeg ze ook dans- en muzieklessen. Ze verkreeg een goed meesterschap over deze kunsten. Ze moest zeker erg bekwaam zijn geweest in de muziek. De mooie muzikale kwaliteiten van haar liederen is zelden in andere poëzie gevonden. Deze melodie is de belangrijke reden voor de immense populariteit van haar liederen. Shri Krishna had reeds haar hart gevuld.

Na Doodaji’s dood, werd zijn eerste zoon, Beerama Dev, de Rana. Hij dacht aan het vieren van het huwelijk van Mira. Er werd besloten dat ze moest trouwen met Bhojaraja, de kroonprins van Chittor. Hij was de zoon van Rana Sanga. Het huwelijk werd met groot vertoon en pracht gevierd in 1516. Het blijkt dat Mira haar pop van Shri Krishna naast haar had geplaatst zelfs op de bruidstoelen.

Mira had sinds haar kindertijd Shri Krishna vereerd. Niemand in haar ouderlijke huis had haar in de weg gestaan. Aan de andere kant, hadden ze het afgeraden. Maar toen ze met haar man ging leven, begon haar verering aan Shri Krishna haar schoonfamilie in de weg te staan.

De familie waar Mira kwam te wonen, was beroemd om hun moed en heldhaftigheid. Hoewel de Rana alle tegenslagen alleen onder ogen moest zien, handelde hij ze met moed af, maar nooit heeft hij de regels van de moghuls geaccepteerd in Rajasthan. Door voortdurend te vechten tegen de moghuls, hield hij het vaandel van Rajashtans vasthoudendheid, moed en heldhaftigheid hoog. Zo’n man was haar schoonvader en zijn oudste zoon Bhojaraja was haar man. Deze moedige geest van Rajasthan was de trots van India. Ook Bhojaraja was een held. Zijn familie offerde sinds mensengeheugenis bloemen voor de Shakti cultus: dit houdt in dat ze de Godin van Kracht in de gedaanten van Durga Mata, Kali Mata, Chamundi Mata en Parvati Mata vereerden.

Ze deden niet zoveel aan de verering van Shri Vishnu. In het bijzonder hield Mira’s schoonmoeder er helemaal niet van.

Het mag misschien vreemd lijken dat iemand God als de man moet zien en zich ook ernaar moet gedragen, maar het is niets nieuws in Bhakti. Er bestaan verschillende typen Bhakti. Zij worden geclassificeerd in overstemming met de relatie die bestaat tussen God en de aanbidder. Als God wordt aanbeden met ouderlijke affectie, wordt het als iemands eigen kind “Vatsalya Bhava” genoemd (of de devotie van een ouder aan een kind). De relatie tussen Yashoda en Shri Krishna is een goed voorbeeld van dit type.

Als een aanbidder God als zijn Meester beschouwt en standvastig gelooft dat hij alleen leeft door de genade van de Meester en alles bezit in het leven dankzij Hem, zal de relatie zijn zoals die bestaat tussen een meester en dienaar. Het wordt ook wel ‘Dasya Bhava’ genoemd (devotie van een dienaar aan zijn meester). De relatie tussen Hanuman Svami en Shri Ram is een voorbeeld hiervan.

Wanneer God wordt gezien als een intieme vriend, wordt het ‘Sakhya Bhava’ genoemd, de devotie van vriend tot vriend. De vriendschap van Shri Krishna en Kuchela is een voorbeeld hiervan.

Wanneer de relatie tussen God en de aanbidder gebaseerd is op de liefde en intimiteit die bestaat tussen een man en zijn vrouw, wordt dit ‘Madhurya Bhava’ genoemd. Dit wordt beschouwd als de hoogste vorm van verering. De aanbidder is de vrouw en de God is de man. Een vrouw dient haar man in verschillende rollen. Ze zorgt voor hem met liefdevolle zorg als een moeder; ze behandelt hem met lieflijke vertrouwdheid als een vriend. In ‘Madhurya Bhava’ is de aanbidders relatie met God precies zoals die tussen de vrouw en haar man.

Direct uit haar kinderjaren had Mira deze soort liefde voor God meegekregen. Tijdens haar huwelijk, heeft ze gewezen, in het bijzijn van alle mensen dat Shri Krishna haar man was. Dat werd de veroordeling van haar leven. In haar moeders huis was er geen bezwaar tegen haar verering aan Shri Krishna. In feite was dat de enige plaats waar het geloof zich diep in haar hart nestelde.