Er is geen twijfel over het feit dat Mira behoorde tot Medatha in Rajasthan. Zij noemt zichzelf in een van haar liedjes een Medathani (een vrouw die behoort tot Medatha). Zij heeft ook verklaard dat ze een Doodaji is (lid van Doodaji’s familie) van de koninklijke Rathod dynastie. Er zijn verschillende kleine feodale staten in Rajasthan. Medatha was een van deze staten. Rao Doodaji was de Rana van Medatha. Prinsen in Rajasthan werden gewoonlijk Rana’s genoemd. Rana Dao Doodaji had vier kinderen. De oudste was Beerama Dev en de jongste Ratan Simha.

Ratan Simha was een moedige strijder en lange tijd had hij geen kinderen. Uiteindelijk, dankzij de gratie van God, kreeg hij een dochter en zij heette Mira. Waarschijnlijk is ze in 1498 geboren. Toen ze een kind was, verloor ze haar moeder. Op dat moment waren in India verschillende koninkrijken, zowel kleine als grote. Bovendien was het de tijd van de barbaarse moghuls. Oorlogen waren er regelmatig. Toen Ratan Simha zijn meeste tijd in oorlogen moest besteden, moest het kind opgroeien in het paleis van haar grootvader, Doodaji. Op een dag passeerde er een optocht voorbij langs het paleis. Mira was nog maar een klein meisje. Mensen in de optocht bogen voor Rana en gingen verder.

Het was een bruiloft. De bruid en de bruidegom waren erg mooi gekleed. Mira zag de bruidegom. Hij zou misschien als een grote pop eruit gezien hebben voor haar onschuldige ogen. “Wat is dat?”, vroeg ze aan haar grootvader. “Hij is de bruidegom,” antwoordde hij. Maar het kleine meisje kon de betekenis van het woord bruidegom niet begrijpen. “Ik wil ook eentje om ermee te spelen. Alsjeblieft, mag ik er een?” vroeg het meisje.

Wat kon iemand zeggen op een dergelijk verzoek van een kind? Het is heel natuurlijk voor kinderen om dingen te vragen die ze voor het eerst zien. Zonder een tweede woord bracht de grootvader een mooie pop van Shri Krishna en gaf het aan haar en zei: “Kijk, mijn lieverd, hier is jouw bruidegom. Zorg goed voor hem.” Mira had gekregen wat ze wilde en ze gaf nergens anders om. Ze speelde met haar pop en gedroeg zich alsof Shri Krishna haar echtgenoot was.

Dit is een van de verhalen over Mira. Daar zit niets onwaarschijnlijks in, maar er kan niet met zekerheid gezegd worden dat dit alles echt gebeurd is.

Nog een verhaal over hoe Mira de pop van Shri Krishna waardig acht: Rao Doodaji had veel respect voor apen en heiligen. Bijna elke dag kwam er een aap of een heilige naar zijn paleis als een eregast. Een keer kwam er een kluizenaar, Raidas, naar zijn paleis. Hij had een mooie pop van Shri Krishna, zijn gewoonte was deze pop te aanbidden als zijn persoonlijke God. Mira zag dit en wilde de pop hebben. Ze vroeg erom. Ze zou naar niemand luisteren en was koppig en standvastig om deze pop te krijgen. Maar wie zou ertoe bereid zijn om van zijn persoonlijke God te scheiden alleen om een kind te kalmeren? De kluizenaar verliet het paleis na het genieten van de gastvrijheid van de koning.

Mira stopte niet met huilen. Ze gaf eten en drinken op en ging door met huilen voor de pop. De volgende morgen keerde Raidas terug naar het paleis en legde de pop van Shri Krishna, die heel dierbaar was aan hem, in Mira’s handen. Haar vreugde kende geen grenzen.

Tot zijn grote verbazing vroeg Doodaji: “Wat is dit?”. De kluizenaar zei: “Afgelopen nacht verscheen Shri Krishna in mijn dromen en zei tegen mij: ‘Mijn dierbare bhakt schreeuwt naar Mij. Ga en geef de pop aan haar.’ Het is mijn plicht het bevel van mijn God te gehoorzamen. Dat is de reden waarom ik terug ben gekomen. Mira is een groot persoon.” Na gesproken te hebben zegende de kluizenaar Mira en ging weg.

Dit is een ander verhaal. Sommige geleerden zeggen dat dit is gebeurd in het jaar 1501of 1502. Er zijn ook mensen die zeggen dat de kluizenaar niet Raidas was maar iemand anders. Mira zelf heeft in een liedje gezegd: “Mijn ziel is één geworden met Hari. Ik kan mijn pad helder zien. Mijn meester Raidas zelf heeft mij de pil van wijsheid gegeven. De naam van Hari is diep gegraveerd in mijn hart….”

Mira heeft dus helder aangegeven dat Raidas haar sprituele meester was. Het verhaal dat eerder is verteld mag geloofd worden. Het probleem ligt niet zo erg in de naam, zoals de naam van Raidas, die genoemd is in het verhaal.

Raidas was geboren rond het jaar 1400. Het verhaal kan alleen waar zijn als Raidas meer dan 100 jaar geleefd heeft. Een ander belangrijk punt is dat Raidas een bewonderaar van Shri Rama was. Daarom geloven veel mensen niet dat hij een pop van Shri Krishna had. Maar er kan niet gezegd worden dat hij nooit Shri Krishna heeft aangebeden en dat hij helemaal geen pop van Shri Krishna had. Brindavana, Dwaraka en de oevers van de rivier Jamuna, die worden geassocieerd met het leven van Shri Krishna, zijn plaatsen in Noord-India. Dus van nature waren de mensen die daar leefden in het bijzonder toegewijd aan Shri Krishna. In zulke omstandigheden zou het niet ongewoonlijk zijn dat zelfs Raidas een pop van Shri Krishna had.

Sommige geleerden zeggen dat de kluizenaar van het verhaal een discipel van Raidas was. Het was traditie dezelfde naam van de Guru te geven aan de discipel zodra hij de positie van de Guru had bereikt. Dus deze visie kan correct zijn.

Hoe dan ook, de pop van Shri Krishna kwam in de belangrijke kleine handen van kleine Mira, als een geschenk van een heilige man. Shri Krishna werd haar metgezel voor haar hele leven.