Nachiketa zat in kleermakerszit en begon met gevouwen handen en gesloten ogen te mediteren op Yamaraj. Langzaamaan vergat hij de wereld om hem heen. Plotseling had hij had gevoel alsof iemand hem riep en toen hij zijn ogen opende zag een prachtige plaats. Voor hem stond een paleisachtig gebouw en de muren waren bedekt met stukken goud. Voor het gebouw stonden twee wachters met zwaarden en toen Nachiketa hen zag, schrok hij. Toch vermande hij zich en stapte op hen af: “Heren, mag ik weten waar ik ben en wie u bent?” Als antwoord kreeg hij: “Dit is het paleis van koning Yama in de stad Samyamani. Wat brengt jou hier jongeman?”
Nachiketa was opgewekt en voelde zich bevoorrecht. Hij vertelde wie zijn vader was en dat hij de opdracht had gekregen om Yamaraj te ontmoeten. De wachters gingen naar binnen met deze informatie en kwamen terug met een boodschap van de koningin: “De koning is weg voor zaken, maar over drie dagen is hij weer terug. Maak het jezelf gemakkelijk als gast in dit paleis.”
Hiermee was Nachiketa het oneens, want hij wilde zijn instructies precies volgen en dus bleef hij wachten bij de poort totdat Yamaraj terug zou keren. Hij ging op zoek naar een geschikt plekje om te mediteren en bewoog drie nachten niet van zijn plaats. Al die tijd had hij niets gegeten en gedronken en nog steeds raakte hij niet afgeleid. Hij concentreerde zich op Bhagvaan alleen. Devi’s en Devta’s in de hemel waren wonderlijk verbaasd toen ze zagen dat zo een kleine jongen zo een zware meditatie uit kon voeren.
Drie gunsten
Toen Yamaraj terugkeerde naar het paleis, kreeg Hij direct van de koningin te horen dat het onaangename consequenties kan hebben om een gast te laten vasten en daarom vroeg Zij Hem hun gast direct binnen te laten.
Yamaraj was zeer tevreden met de boetedoening van Nachiketa en ondanks dat hij nog maar een jongen was benaderde Yamaraj hem met gevouwen handen. Nachiketa opnde langzaam zijn ogen en hij zag Yamaraj in al Zijn hemelse glorie. Direct stond hij op en sprak: “O Heer, ik ben hier in opdracht van mijn vader. Ik sta nu onder Uw bevel.”
Yamaraj nam hem mee het paleis in en wees een zitplaats aan. Vervolgens waste Yamaraj Nachiketa’s voeten en bood melk en fruit aan. Nachiketa accepteerde dit en Yamaraj opende het gesprek: “Gasten worden in ons land als Goden gezien. Helaas heb jij drie dagen moeten vasten ondanks dat je Mijn gast was. Ik vraag vergiffenis voor deze fout van Mij. Omdat je drie dagen hebt gevast, schenk Ik je drie gunsten.”
Nachiketa antwoordde: “Heer, Uw zegen is genoeg voor mij. Mijn vader heeft mij opgedragen dat ik slechts naar Uw instructies moet handelen.” Yamaraj was tevreden met deze nederigheid, maar stond erop drie wensen te vervullen.
Nachika vertelde dat hij geloofde dat woede slecht is voor elk mens, want iemand in boosheid weet niet wat hij zegt en achteraf krijgt hij spijt. Als zijn vader kalm was gebleven tijdens het offer, dan zouden al deze droevige gebeurtenissen niet nodig zijn. Iemand die rust wil, die moet tevreden zijn met zichzelf en Nachiketa’s vader had meer spijt omdat het offer niet is gepleegd zoals het moest. Daarom was de eerste wens van Nachiketa rust voor zijn vader. Zijn vader zou hem bovendien bij terugkomst moeten herkennen en evenveel liefde moeten tonen als voordat Nachiketa wegging.
Yamaraj vervulde deze wens: “Het offer zal voltooid worden en je vader zal tevreden zijn. Hij zal tweemaal zo blij zijn om je weer te zien.”
Agnividya
Nachiketa vervolgde met zijn tweede wens. Hij had namelijk geleerd dat Devi’s en Devta’s in de Hemel verblijven. Ook kennen Zij geen angst, hebben geen last van ouderdom en kunnen niet sterven. Volgens zijn denken was het nodig om Agnividya (Kennis van Vuur) te moeten bezitten om een soortgelijke toestand te verkrijgen en dit werd dan ook zijn tweede wens.
Yamaraj verkeerde nu in een dilemma, want hoe kon Hij zulke machtige kennis aan zo een kleine jongen overdragen? Toch vertelde Hij Nachiketa om goed te luisteren en Yamaraj begon te onderwijzen. Toen Hij klaar was sprak Hij: “Nachiketa, alleen wie een goed geheugen heeft, zal deze kennis kunnen vasthouden. Laat mij eens zien of jij deze lessen kan herhalen.”
Nachiketa was te slim voor zulke testen, zijn kracht om dingen op te nemen was geweldig. Alles dat hij leerde, al werd het slechts één keer uitgelegd, zat voor eeuwig in zijn geheugen en hij kon alles ophalen alsof hij het gisteren had geleerd. Hij herhaalde alles dat Yamaraj hem had geleerd, waarop Yamaraj zo blij was dat Hij Nachiketa uit Zichzelf een gunst schonk: “Deze kennis van het vuur zal vanaf vandaag bekend staan als Nachiketagni, genoemd naar jou. Wie zich deze kennis eigen maakt zal automatisch goddelijkheid verwerven en natuurlijk heb ook jij goddelijkheid verworven. En met deze woorden plaatste Hij een mala van prachtige edelstenen rond Nachiketa’s nek.
Atmavidya
Nu had Nachiketa nog een wens over en hij begon diep na te denken. Hij herinnerde zich dat hij eens in de ashram was en huilde om de dood van een koe en hij zei tegen Yamaraja: “Elk levend wezen op de wereld is sterfelijk. Ze gaan door een cyclus van geluk en verdriet die overeenkomt met hun goede en slechte daden. Er wordt gezegd dat wanneer het lichaam sterft, de ziel nog steeds blijft leven. Dat betekent dat er cycli zijn van geboorte en dood. Wat is het geheim hiervan? Zijn er geen manieren om dit verdriet te ontstijgen? Alstublieft, laat het mij weten wanneer er eentje is. Dit is mijn derde verzoek.”
Yamaraj was stomverbaasd toen Hij dit hoorde, want het is niet makkelijk voor kinderen in zulke diepe kennis te duiken en Hij verzocht Nachiketa vriendelijk iets anders te wensen. Hij kon rijkdom, geld, keizerschap of wat dan ook krijgen, maar Atmavidya is een moeilijk onderwerp, zelfs voor ouderen. Dus daarom vroeg hij Nachiketa een andere wens te doen.
Nachiketa echter was standvastig en hij zou niet zomaar afwijken van dit pad. Hij had immers de kennis over het vuur al en daardoor had hij goddelijkheid bereikt. Waarom zou hij dan achter wereldse zaken aanrennen? Kennis zou juist de hele wereld kunnen verrijken. Zo een kans voorbij laten gaan was niet wijs volgens Nachiketa en dus drong hij aan bij Yamaraja: “Heer, U hebt een belofte gedaan. Alstublieft, onderwijs mij Atmavidya. Waar anders kan ik een leraar krijgen zoals U?”
Yamaraj had geen enkele andere keus dan de jongen toch maar te onderwijzen. Ook leerde hij Nachiketa het ritueel bij deze kennis hoorde. Yamaraj wenste de gehele mensheid niets dan goeds toe en sprak tot Nachiketa: “Het is een inderdaad een geluk om als mens geboren te worden. Een mens moet goede vrienden hebben, goede dingen leren en ook anderen goed doen. Slechte vrienden hebben en handelen volgens kwade gedachten zijn zondes. Een ander mag niet lijden vanwege ons en wie zich zondig gedraagt roept niets anders dan verdriet over zich af.”
Yamaraj ging verder: “Wijzen zullen zich nooit wenden tot zondes, alleen een onwetend persoon zal dit doen. Onwetenden zullen zullen de gevolgen van hun zondes ervaren door opnieuw geboren te worden. Daarom wordt er gezegd dat alleen het lichaam sterft en niet de ziel. Verlossing verkrijgen is de enige manier om verdriet te voorkomen en de weg naar verlossing loopt via devotie voor Bhagvaan. Wij vereren Bhagvaan als Alomtegenwoordig en Alwetend. Wij kunnen Hem zien in de zon, maan, mensen en ook dieren. We moeten de aanwezigheid van Bhagvaan overal voelen. We moeten een ieder gelijk behandelen en goed zijn voor een ieder. Eigenlijk is dit pas echt Bhagvaan dienen en mensen die dit doen zullen verlossing bereiken. Nachiketa, moge jij een toegewijde van Bhagvaan worden en goed doen voor iedereen.”
Nachiketa veranderde in een andere persoon. De schittering van zijn gezicht werd zelfs feller dan die van de Devta’s. Vreugdevol vroeg hij Yamaraja toestemming om te vertrekken en hij betoog zijn respect. In de Hemel heerste ook vreugde en de Devi’s en Devta’s gooiden bloemen op Nachiketa. Ook Yamaraj zegende Nachiketa en vertelde hem deze kennis over de wereld te verspreiden en naar zijn vader te gaan.
Met luide stem hoorbaar door heel de wereld sprak Yamaraj nog: “Mensheid! Sta op! Mogen jullie het pad van Dharma volgen dat de verlichten aan jullie wijzen. Wordt wakker!”
Terug bij zijn ouders
De stem van Yamaraj was overal op de wereld te horen. Alle bossen waarin Rishi’s tapasya deden werden ook bereikt en zo hoorde Rishi Vajashravas de stem van Yamaraj ook. Samen met andere Rishi’s rende hij naar buiten en zij zagen een fel stralend object afdalen naar de Aarde. Dat bleek Nachiketa te zijn.
Zijn vader sloot hem in zijn armen en vroeg hem om vergiffenis. Zijn moeder zat vol met vreugde en vroeg hem hoe die gloed op zijn gezicht kwam en hoe hij aan die mala kwam.
Nachiketa vertelde aan iedereen wat hij had meegemaakt en alle aanwezigen prezen hem. Ook Rishi Vajashravas werd geprezen: “Rishi Vajashravas, u hebt een geweldige zoon. Yamaraj Zelf heeft hem gezegend. U en uw vrouw zijn zeer fortuinlijk om Nachiketa’s ouders te zijn. De vruchten van dit offer worden dankzij hem verdubbeld, hij heeft gestreden zodat u goddelijkheid kon verwerven. Hij moet met veel respect benaderd worden, want hij is verantwoordelijk voor de kennis van Nachiketagni op deze wereld. Hij heeft kennis over de ziel met zich meegebracht en ondanks dat hij een jongen is, is hij al Rishi geworden. Zijn naam zal een plaats in onze heilige geschriften krijgen.”
Kathopanishat
Het verhaal van Nachiketa komt uit de Veda’s. Om precies te zijn uit de Kathopanishat in de Krishna Yajurveda. Het bezoek van Nachiketa aan Yamaraj, de wensen die hij mocht doen en details over de lessen van Yamaraj zijn hierin uitgebreid beschreven.
Bron: Kaipu Lakshminarasimha Sastri
