Prahlad werd als kleine jongen in hun asram onderwezen door Shanda en Amarka, de twee zoons van Shukracharya. Daar kreeg hij les over de drie vormen van materiële vooruitgang: aardse religie, economische ontwikkeling en bevrediging van de zintuigen.
Prahlad, die een devoot van Vishnu Bhagvaan was, hield niet van deze lessen aangezien deze gebaseerd waren op de dualiteiten van wereldse zaken, die mensen op een materialistische manier betrekt in zaken als leven, dood, ouderdom en ziektes.
Wanneer zijn leraren Shanda en Amarka naar huis gingen om zich te richten op hun huishouden, instrueerde Prahlad, die een devoot was van Vishnu Bhagvaan, zijn medeleerlingen over de zinloosheid van een materialistisch leven:
"Iemand die over voldoende intelligentie beschikt moet van jongs af aan zich bezighouden met devotie voor Bhagvaan en alle andere zaken opgeven. Het menselijk lichaam wordt zeer zelden bereikt en ook al is het slechts tijdelijk, het is toch zinvol omdat men in menselijke vorm zich bezig kan houden met devotie voor Bhagvaan. Zelfs een schrijntje van oprechte devotie kan iemand complete perfectie schenken.
Het leven in menselijke vorm stelt men in staat om terug te keren naar Bhagvaan. Geluk, dat ervaren wordt in relatie tot de bevrediging van de zintuigen, kan verkregen worden in iedere levensvorm en komt, afhankelijk van iemands karma, net als problemen, vanzelf.
Iemand die zijn zintuigen niet beheerst, zal de helft van zijn levensjaren alleen al verspillen aan slapen. Voor een klein kind gaan 10 jaren voorbij, waarin het in verwondering leeft. Vervolgens gaan nog eens 10 jaar voorbij waarin men zich bezighoud met sporten en spelen. Op deze manier worden 20 jaren verspild. Op dezelfde manier gaan er 20 jaren voorbij, wanneer men oud en invalide is en niet eens materiële activiteiten kan ontplooien.
Een volwassene die steeds meer gehecht raakt aan het gezinsleven wegens onstilbare vleselijke verlangens en sterke illusies zal de resterende jaren eveneens verspillen, omdat hij zich gedurende die levensfase niet richt op devotie aan Bhagvaan. Zo'n persoon is als een zijderups, die een cocon spint en zichzelf zo gevangen houdt. Men raakt gebonden aan materiële toestanden en het vergaren van rijkdom, alleen maar voor de bevrediging van de twee belangrijkste zintuigen, de geslachtsdelen en de tong.
Zo'n persoon ziet niet in dat het doel van het menselijk leven, een leven dat geschikt is om de Absolute Waarheid te realiseren, onbewust verspild wordt. Aan de andere kant draagt zo'n persoon er wel alle zorg voor dat geen enkele cent zomaar verspild wordt door slecht beheer ervan. Geld is zoeter dan honing. Dieven, soldaten en handelaren proberen geld te vergaren, zelfs door hun leven op het spel te zetten.
Het is zeker dat niemand, die geen kennis heeft van de Ultieme Persoonlijkheid Gods, zich heeft kunnen verlossen van de materiële slaafsheid in welke tijd of land dan ook. Aan de andere kant is het een feit dat iemand die Bhagvaan niet kent, gebonden is aan de materiële wetten.
De Ultieme Persoonlijkheid Gods, Narayan, is de oorspronkelijke Superziel, de vader van alle levende wezens. Om die reden is er geen enkel obstakel om Hem gunstig te stemmen of Hem onder welke omstandigheden dan ook te vereren, of men nu een kind is, of een oude man. De relatie tussen de levende wezens en de Ultieme Persoonlijkheid Gods is altijd een feit en om deze reden is het niet moeilijk om Bhagvaan tevreden te stellen."
Al zijn medeleerlingen stelden de instructies van Prahlad zeer op prijs en namen ze zeer serieus. Ze verwierpen de materialistische lessen van hun instructeurs Shanda en Amarka en door hun omgang met Prahlad groeiden ze spiritueel.
Prahlads vader, die Vishnu Bhagvaan als zijn persoonlijke vijand zag, was hier niet van gediend. "Mijn zoon Prahlad, jij deugniet, jij weet dat wanneer ik boos ben alle planeten van de drie werelden in angst beven samen met hun heersers. Door wiens macht kom het dat een deugniet als jij zo brutaal is geworden, dat je onbevangen lijkt door angst en mijn macht om over jou te heersen overtreedt?" Vroeg hij eens aan zijn zoon. Prahlad antwoordde hierop: "Mijn geliefde koning, de bron van mijn kracht, waar u naar vraagt, is dezelfde bron als die van u. De oorspronkelijke bron van iedere vorm van kracht is dezelfde. Hij is niet alleen uw kracht of die van mij, Hij is de enige kracht voor iedereen. Zonder Hem, kan niemand aan kracht komen. Of het beweegt of bewegingsloos is, superieur of inferieur, iedereen, inclusief Brahma Bhagvaan wordt beheerst door de kracht van de Ultieme Persoonlijkheid Gods."
De standvastige devotie voor Vishnu Bhagvaan van Prahlad maakte Hiranyakashipu woedend. Meerdere malen heeft hij getracht om Prahlad te laten doden, maar iedere keer bleef Prahlad ongeschonden door zijn devotie aan Vishnu Bhagvaan.
Bij één van de pogingen om Prahlad om te brengen, riep Hiranyakashipu de hulp van zijn zus Holika in, die de speciale gave had dat het vuur haar niet kon deren. Zij zou samen met de kleine Prahlad op haar schoot in een groot vuur zitten in de hoop dat dit Prahlad zou doden. Het omgekeerde gebeurde echter. Omdat Prahlad zijn toevlucht zocht bij Vishnu Bhagvaan verbrande Holika en bleef hijzelf ongeschonden.
De verhalen over Prahlad zijn prachtig. Niet alleen laten ze zien dat wanneer je devotie hebt voor Bhagvaan en toevlucht in Hem zoekt dat je beschermt bent tegen het kwaad, maar ook kunnen we veel leren over zijn houding en van de lessen die hij aan zijn leeftijdgenoten gaf. Deze zijn onder meer te vinden in de Vishnu Puran, canto 1, hoofdstukken 16 t/m 20 en de Shrimad Bhagavatam canto 7, hoofdstuk 5 t/m 8.
Vooral in deze tijd, waarin we duidelijk zien dat de politiek en het dagelijks leven wordt beheerst door materiële vooruitgang, kunnen we terugvallen op de lessen van Prahlad. "In deze oceaan van de wereld, de zee van verdriet, is Vishnu Bhagvaan je enige hoop."





