Het epos de Mahabharata is een veel geprezen geschiedschrijving uit het Hindoeïsme. Het klassieke beeld dat Shri Krishna wagenmenner is van zijn beste vriend Arjuna en te midden van een groot oorlogsveld staat is in ons geheugen gegrift.

Shri Krishna stuurt als wagenmenner Zijn vriend Arjuna tijdens de 18-daagse oorlog aan. Arjuna strijdt tegen een deel van zijn familietak: zijn leraren, neven, schoonfamilie, dierbare vrienden en zijn oudste broer, Karna.

DE STRIJD TUSSEN BROERS

Hoewel Arjuna geen idee heeft over de bloedband tussen hem en Karna, weet Karna dat wel. Aan zijn moeder Kunti belooft Karna vóór de oorlog dat van haar zes kinderen er zeker vijf zullen blijven leven en dat hij wel de strijd aan zal gaan met zijn jongere broers, maar ze zeker niet zal doden. Met deze belofte is Karna een duel aangegaan met Arjuna, terwijl hij twee lasten op zijn schouder droeg: enerzijds de belofte aan zijn moeder en anderzijds een vloek van een Rishi (wijze ziener). De vloek zou in werking treden wanneer Karna zijn belangrijkste strijd zou uitvechten.

Een oorlog van die tijd is niet te vergelijken met een oorlog van nu vanwege de wapens die wij in deze moderne tijd om handen hebben. Wapens werden gestuurd door innerlijke krachten en de mate van energie die vrijkwam moest sterker zijn dan die van de tegenstander. In onze tijd kennen wij machines en tanks gestuurd door menselijke handen of computers. In de tijd van de Mahabharat was de geest van een krijgsheer de bestuurder van zijn voertuig (vimaan).

Tijdens zijn strijd met Arjuna is de vloek van de Rishi in werking getreden en Karna was niet meer in staat om zijn voertuig te besturen. Het wiel van zijn wagen zakte in de grond en terwijl Karna zijn uiterste best deed om haar uit de grond te trekken en hij onbewapend was doorboorde Arjunas pijl de borstkast van Karna.

KIEZEN TUSSEN LEVEN EN VERLICHTING

Karna was één van de sterkste krijgers in de geschiedenis. Ondanks dat Arjuna hem had doorboord en daarmee had verslagen, had Karna nog voldoende levensenergie over voor een laatste test. Een test die nog geen enkel mens had doorstaan en ooit zal doorstaan.

Karna stond bekend om zijn vrijgevigheid en gulheid. Zijn hele leven stond in het teken van opoffering. Er bestond geen loyalere vriend dan Karna die altijd achter zijn beste vriend Duryodhana stond, ongeacht of Duryodhana goed of slecht bezig was. Karna is de strijd aangegaan met zijn jongere broers, omwille van Duryodhana. Aan zijn moeder beloofde Karna dat hij zijn broers niet zou doden en aan Indra Dev gaf hij een deel van zichzelf: zijn oorbellen en schild die hij bij geboorte al bij zich droeg.

Shri Krishna wilde ondanks dat Karna verslagen was tijdens het duel met Arjuna nog iets van hem hebben. De in pijn vergaande Karna zei tegen Shri Krishna dat Hij hem kon vragen wat Hij wilde. En Shri Krishna vroeg om een paar gouden tanden van Karna. Zonder erbij stil te staan vervulde Karna de wens van Shri Krishna. Hij pakte een steen van de grond en sloeg deze tegen zijn gebit aan. Het bloed stroomde uit zijn mond en gouden tanden vielen eruit. Maar Shri Krishna was nog niet tevreden en zei tegen Karna: “Er zit bloed aan de tanden Karna, hoe wil je dit aan Mij offeren?” Geraakt door de woorden van Shri Krishna greep Karna met zijn resterende kracht een zwaard en boorde deze in de grond, waarna er water uit spoot om zijn gouden tanden mee schoon te wassen.

Door deze daad ontroerde Karna het slagveld van Kurukshetra en stond men stil om om Karna heen te gaan staan. Duryodhana, Ashwatthama, Bhima, Yudhistira, Arjun, allemaal kwamen ze kijken naar wat er gebeurde.

KIEZEN OM TE STERVEN

Het was aan Shri Krishna om Karna uit zijn lijden te verlossen. Zijn laatste daad moest beloond worden en Shri Krishna zei tegen Karna: “Alles dat jij nu wilt, zal je ook krijgen. Wil je verder leven, dan zal je dat. Wil je de strijd en oorlog winnen, dan gebeurt dat. Alles wat je nu vraagt, zal je ook krijgen.” Karna antwoordde dat hij geen van deze zaken had nodig in het leven, zelfs het leven zelf niet. Alles dat hij kon geven in het leven, had hij al gegeven en Karna vroeg om een dood en crematie die nog niemand op deze aarde op deze aarde had gekregen en nooit in de toekomst zou krijgen. Hij wilde gecremeerd worden op een plek waar nog niemand was gecremeerd en hij wilde één worden met de Heer zelve.

Shri Krishna liep naar Karna toe, tilde hem op en hield hem stevig tegen Zijn lichaam aan. De laatste adem die Karna uitblies was in de armen van Shri Krishna en zijn ziel die uit het lichaam vertrok, werd voor eeuwig één met Shri Krishna. Duryodhana, Ashvatthama, Yudhishtir en zelfs Shri Krishna huilden om de vrijgevige maar principiële held die door deze daad alle grenzen van goedgeefsheid had doorbroken terwijl op het gelaat van Karna een glimlach te zien was. In de armen van Shri Krishna vloog toen zijn lichaam in brand en de as waaide over het oorlogsveld van Kurukshetra. Er zijn veel helden geweest, behalve de vrijgevige Karna is er geen enkele andere held in de geschiedenis van mensheid die zo een glorieuze manier door Bhagvaan tot Zich is geroepen.