De Bhagavad Gita is één van de belangrijke heilige geschriften binnen Sanantan Dharm. Dit boek bestaat uit 18 hoofdstukken en is een deel van het epos de Mahabarat. De Mahabharat beschrijft de levens van twee takken van één koninklijke familie die Bharat (het oude India) regeerde. De Pandava’s zijn eerlijk, oprecht en volgen de pad van Dharma. Zij waren de rechtmatige heersers van Bharat.

 

Aan de andere kant stonden de Kauravas die het pad van adharma volgden. Ze waren de regenten die het koninkrijk voor zichzelf wilden houden. Het maakte niet uit wat ze daarvoor moesten doen. De Kauravas hadden vele pogingen gedaan om de Pandava’s te doden maar zonder succes. Uiteindelijk was er maar één weg over, de weg van oorlog en zou uitgevochten worden op het slagveld van Kurukshetra.

 

In de voorste linie van het leger van de Pandava’s stond Arjun in zijn strijdwagen en zijn wagenmenner was Shri Krishna Bhagvaan.

 

Volgens de oude regels mocht een oorlog pas mag beginnen nadat de leiders van beide kampen op hun schelphoorns geblazen hadden. Dit was een signaal aan alle krijgers dat de oorlog begonnen was. Nadat er op de schelphoorns geblazen was door beide partijen, werd er vreemd genoeg niet gevochten. Beide legers bleven staan waar ze stonden. Arjun zei tegen Shri Krishna Bhagvaan: “Ik moet zien wie hier bijeen zijn gekomen om te vechten voor het motief van de kwaadaardige Duryodhana, hem wenst een aardige gunst te verlenen door een oorlog namens hem aan te gaan.”

 

Shri Krishna Bhagvaan brengt op dat moment de strijdwagen naar het midden van het slagveld en Arjun kijkt naar allen die hij liefheeft en haat. Wijzend naar Bhishma, Drona en alle andere koningen van de wereld zegt Krishna Bhagvaan: “Arjun, ziedaar allen die gekomen zijn om te vechten voor de Kuru-dynastie.” Arjun kijkt om zich heen en hij ziet in beide kampen zijn broeders, vrienden, neven, ooms, leraren en zonen. Allen klaar om te vechten.

 

Arjun voelt zich op dat moment zwak en realiseert zich dat hij niet kan vechten tegen zijn eigen familie, zelfs al staan ze aan de kant van adharm. Hij wil geen bloed vergieten voor land of macht. Hij beeft, zijn wapens vallen op de grond en zegt tegen Bhagvaan: “Ik ga niet vechten.”

 

Op dit moment begint Shri Krishna Bhagvaan met het uitleggen wat ware plicht is en wat plicht betekent. Hij legt hem uit waarom Arjun daar is, wie hij echt is, wat zijn doel is en wat het pad naar verlossing is. Bhagvaan legt de wetten van Karma en de cyclus van leven en dood uit. Wat zintuigen zijn en en hoe ermee om te gaan. Bhagvaan legt ook over Zichzelf uit. Dit doet Hij om Arjun te laten begrijpen dat hij altijd moet vechten voor het goede en waarom het geen optie is om niet vechten in deze oorlog. Ook legt Shri Krishna Bhagvaan het belang van onbaatzuchtig handelen uit.

 

Arjun stelt vragen over alles wat Bhagvaan openbaart. Bhagvaan lacht vriendelijk en onthult steeds meer en meer Goddelijke kennis in de vorm van antwoorden op de vragen van Arjun.

 

Op het einde staat Arjun op, verlicht door de woorden van Krishna Bhagvaan, pakt zijn wapens op en is klaar om de strijd aan te gaan, alle twijfels zijn weggenomen. Arjun weet nu wie hij is en wat hij moet doen. Hij geeft zichzelf over aan Bhagvaan en zegt dat hij bereid is om zijn plicht te doen zonder angst en twijfels.

 

Zoals Arjun in de Bhagavad Gita onderwezen is door Krishna Bhagvaan, zo kunnen wij onszelf door de Bhagavad Gita te lezen onderwijzen.