Volgens de voorwaarden van het dobbelspel moesten de Kaurava’s nu de helft van de koninkrijk van de Pandava’s teruggeven. Shri Krishna was Zelf naar Duryodhana gegaan namens hen. Yudhishthira vroeg keer op keer aan Shri Krishna: “Alstublieft, voorkomt oorlog. We zullen ons geen zorgen maken als we de helft van ons koninkrijk niet zullen terug krijgen. Vijf dorpen zijn genoeg voor ons. Maar laat er geen oorlog zijn. Alstublieft voorkomt dood en gewonden, verschrikkelijke verliezen en alle pijn en lijden.”
Bhima, Arjuna en Nakula waren het ook met hem eens. Alleen Sahadeva wilde oorlog. Draupadi had in grote pijn, ze dacht aan de moeilijkheden en beledigingen zij moest ondergaan sinds ze met de Pandava’s was getrouwd. Ze zei: “Shri Krishna, heeft een andere vrouw zoveel moeten lijden als ik heb geleden? Was het niet zo dat Dusshasana aan mijn saree trok in een volle zaal waar de Pandava’s bij waren? Hebben die slechte mensen mij tot een slaaf gemaakt? Als U enige affectie voor mij hebt, wordt dan boos op de Kaurava’s. Vergeet U niet mijn haarvlecht waaraan Dushasana mij over de grond heeft gesleept. Als de Pandava’s niet zullen vechten met de Kaurava’s, dan zullen mijn oude vader, mijn broer en mijn zonen en ook Abhimanyu vechten met hen. Met vuur in mijn hart heb ik deze dertien jaren gewacht op deze dag. Shri Krishna, praat niet over vrede, maar besluit tot een oorlog.”
Draupadi’s ogen leken vuur te spuwen. Shri Krishna troostte haar: “Jij zult de vrouwen van degenen die jou beledigd hebben zien huilen uit verdriet. De tijd is gekomen voor de straf van de Kaurava’s.” Na dit gezegd te hebben ging hij naar de zaal van de Kaurava’s voor zijn missie, maar zijn onderhandelingen faalden.

Een gelofte volbracht
De oorlog tussen de Pandava’s en de Kaurava’s woedde op de vlaktes van Kurukshetra. Het duurde 18 dagen. Bloed stroomde als een rivier. Bhishma, de stamvader, lag op een bed van pijlen. Drona stierf. Karna was gedood door Arjuna. Nakula en Sahadeva doodden Shakuni en zijn zonen. Bhima sleepte Dusshasana van zijn strijdwagen, sloeg hem in elkaar met zijn knots en scheurde zijn borst open. Duryodhana’s dij was door Bhima gebroken met zijn grote knots.

Verdriet volgt verdriet
De Pandava’s lieten Duryodhana achter met een gebroken dij en keerden terug naar hun kamp. Zij dachten dat alle Kaurava’s dood waren en dat de overwinning aan hun kant was, maar Draupadi’s beker met ellende was nog niet vol.
Drona’s zoon Ashwatthama steunde Duryodhana. Hij zwoer de Pandava’s te doden en ging naar hun kamp in de nacht. Hij kon zijn handen niet op de Pandava’s leggen. Hij ging naar de vijf zonen van Draupadi.
De dag brak aan en Draupadi zag wat er gebeurd was. Haar hart werd net als as. Ze rolde op de grond met tranen van verdriet. Draupadi heeft lange jaren van intense kwelling beleefd, maar wanneer het geluk nadert, heeft ze al haar zonen verloren.

Naar de hemel
De oorlog was over. Yudhishthira was nu de koning, maar hij wilde alles opgeven: “Ik heb mijn eigen familie gedood, ben nu een zondaar en ik wil geen koning worden.”, zei hij. Hij wilde niet naar zijn broers luisteren die hem probeerden te troosten. Toen kwam de heldhaftige vrouw, Draupadi, die hem uiteindelijk heeft overtuigd. Zij vertelde hem: ”Dit was oorlog voor Dharma. De Kaurava’s brachten zichzelf vernietiging toe door hun eigen onrechtvaardige acties. Het is nu onze plicht om de mensen te beschermen die nog steeds in leven zijn en rechtvaardig dit land te besturen.”
Yudhishthira was het toen eens om de troon te betreden. De Pandava’s heersten over het land alleen voor de goede wil van de mensen. Zij zorgden ook liefdevol voor Dhritarashtra en zijn vrouw Gandhari.
Een aantal jaren later verliet Shri Krishna de wereld. In de tussentijd overleden Dhritarashtra, Gandhari en Kunti. Shri Krishna is de ziel van de Pandava’s geweest: daarom was de scheiding tussen hen een groot verdriet. Zij kroonden hun kleinzoon en verlieten het land. Draupadi volgde hen natuurlijk.
Toen zij dichtbij de berg Meru kwamen, viel Draupadi op de grond. Daar haar lichaam te hebben verlaten, vertrok ze naar de hemel. Evenzo gingen alle Pandava’s naar de hemel.

Zo een schoonheid! En zo’n lijden!
Draupadi zei een keer zelf tot Shri Krishna: “Ik ben de dochter van koning Drupad en de zus van Dhristadyumna, ik ben Jouw lieve metgezel, de schoondochter van koning Pandu en de gekroonde koningin van de vijf Pandava’s. Ik ben ook de moeder van heldhaftige zonen en toch heb ik zoveel beledigingen moeten aanhoren! De woorden somden haar zielige verhaal op. Een vrouw die gevuld was met schoonheid en pracht moest altijd het pad van problemen en beledigingen bewandelen.
Er wordt vaak gezegd dat vrouwen slap en hulpeloos zijn, maar toen de Pandava’s hun koninkrijk hadden verloren en Dhritarashtra haar een gunst had gegeven, had Draupadi het koninkrijk terug gevraagd voor haar mannen. Toen Yudhishthira haar verloren had in het gokspel, had Draupadi gevraagd: “Heeft hij zichzelf eerst verloren of mij? Als hij zichzelf eerst vergokt heeft en verloren, heeft hij geen enkele autoriteit over mij. Niemand in de volle zaal, zelfs niet de grote wijzen konden haar een antwoord geven.” Eenmaal geprovoceerd, werd Draupadi het symbool voor de kracht van vrouwen. Ze berispte de zaal: “Wanneer Drona, Bhishma en anderen ook als domme mensen zitten als hier, is dit geen rechtzaal.” Zij zwoer dat zij haar haren alleen zou vastbinden als Dusshasana gedood zou worden. Zij vervloekte Duryodhana en zijn broers. Wanneer Keechaka haar lastigviel, probeerde Yudhishthira haar te bedaren, maar zij wakkerde het vuur van Bhima’s woede aan en verbrandde Keechaka erin.

Na twaalf jaren in het bos te hebben geleefd en een jaar in vermomming, zegt Yudhishthira: “Laat er geen oorlog zijn waarin ouderen, families en duizenden anderen worden gedood. Als Duryodhana alleen vijf dorpen geeft is dat al genoeg.” Zelfs Bhima was slap, maar Draupadi sprak woorden van vuur: “Als jullie niet willen vechten zal ik mijn vader, broer, Abhimanyu en mijn zonen vragen om met de Kaurava’s te vechten. ”Zij bond haar haren vast alleen na de dood van Dusshasana, die lag in zijn eigen bloed. Maar deze vurige heldin was niet zonder vriendelijkheid en affectie. Zij was beledigd, beschimpt en gedreven in het bos door de zonen van Dhritarashtra en Gandhari. Toen Dusshasana aan haar saree trok, hadden Dhritarashtra en Gandhaari haar niet geholpen. Maar na de oorlog van Mahabharata, zorgde Draupadi voor Gandhari met respect en affectie: ze behandelde haar op dezelfde manier zoals zij met Kunti deed.

De onvergetelijke heldin
Het is niet geld of je positie dat iemand groot maakt. Niemand in de wereld kan ontsnappen van de problemen en moeilijkheden. Draupadi was de koningin van de vijf Pandava’s. Subhadra was Shri Krishna’s nichtje en de vrouw van Arjuna. Zelfs zij moesten zoveel lijden. Iedereen moet de kracht ontwikkelen om de beproevingen van het leven te verdragen. Wij zouden het moeten oplossen zonder de goede mensen kwaad te doen en niet te buigen voor de slechte. Draupadi was natuurlijk een vrouw, maar zij werd bekend net als de heldhaftige Pandava’s door haar vastberadenheid en devotie aan Shri Krishna. Haar persoonlijkheid was die van licht en donker. Zij had een oplossing die niet afgekoeld zou worden na dertien lange jaren van lijden en had toch ook sympathie voor Gandhari nadat alles over was. Zij is helemaal niet minder dan Bhima of Arjuna in kracht en geest, moed en deugd. Of is dit niet waar?

Bron: P. Shenoy