Koning Uttanpad had twee vrouwen: Suniti en Suruci. Suniti’s zoon heette Dhruva, terwijl Suruci’s zoon Uttam heette. De koning hield meer van Suruci dan van Suniti. Suruci was buitengewoon afgunstig op Dhruva en op een dag, toen hij bij zijn vader op de knie zat, maakte ze een nijdige opmerking: ”Je kunt niet bij je vader op schoot zitten” zei ze, “want ik heb je niet ter wereld gebracht!”

Ze trok Dhruva bij zijn vader weg en de jongen werd erg kwaad. Dhruva vatte dit op als een grote belediging en hij ging naar zijn moeder die van de troon gezet was. “Mama, mama” zei hij, “Mijn stiefmoeder heeft me beledigd, want ze heeft me van mijn vaders schoot afgetrokken.” “Lieve zoon” antwoordde de moeder, “Wat kan ik daaraan doen? Ik ben hulpeloos en je vader geeft niets meer om mij.” “Maar hoe kan ik me dan wreken?” vroeg de jongen. “Mijn lieve jongen, ook jij bent hulpeloos. Alleen wanneer Bhagvaan je helpt, kun je wraak nemen.”

“O, en waar is Bhagvaan?” vroeg Dhruva hoopvol. “Voor zover ik het begrijp, trekken er heel wat wijzen het woud in om tot Bhagvaan te komen,” antwoordde de moeder. “Ze leggen zich grote boetedoeningen op en ondergaan allerlei ontberingen om daar tot Bhagvaan te komen.”

Dhruva besloot toen zonder zijn ouders te melden naar het woud te trekken om te proberen tot Bhagvaan te komen. In het bos ontmoette hij Narada Muni. “Mijn beste jongen,” zei Narada Muni, “Je behoort tot de koninklijke familie. Je kunt jezelf al deze ontberingen en boetedoeningen niet aandoen. Ga alsjeblieft terug naar huis. Je vader en moeder maken zich vreselijk veel zorgen om je.”

“Probeer me alstublieft niet op deze manier af te leiden.” zei de jongen, “Als U iets van Bhagvaan afweet of me kunt vertellen hoe ik Bhagvaan kan ontmoeten, vertel het me dan alstublieft. Zo nee, ga dan weg en laat me met rust.” Toen Narada Muni zag dat Dhruva zo vastbesloten was, wijdde hij hem in als leerling en gaf hem de Mantra: “Aum namo Bhagavate Vasudevaya.”

Dhruva herhaalde deze mantra en werd volmaakt, waarna Bhagvaan zich voor hem manifesteerde. “Beste Dhruva, wat wil je? Je kunt van Me krijgen wat je wilt,” zei Hij. “Lieve Heer,” antwoordde de jongen. “Ik onderging de ernstige ontberingen alleen om mijn vaders land en koninkrijk, maar nu heb ik U gezien. Zelfs de grote wijze en heiligen kunnen U niet zien. Ik ging alleen maar van huis om wat glinsterende glasscherven te zoeken, maar in plaats daarvan heb ik een kostbare diamant gevonden. Nu ben ik tevreden. Ik hoef U niets meer te vragen.”

Dus ook al is men straatarm of al heeft men verdriet, als men zo vastberaden naar Bhagvaan gaat als Dhruva, als men Hem hoe dan ook wil zien en Zijn zegen ontvangen en als men erin slaagt Bhagvaan te ontmoeten, dan wil men niets van stoffelijk aard meer van Hem hebben. Want men ziet dan de dwaasheid van stoffelijk bezittingen in en dankt zijn materiële af ten koste van de Goddelijke werkelijkheid. Wanneer men net als Dhruva in Bhagvaan gelooft, wordt men volkomen tevreden en heeft men geen wensen meer.

Bron:
De vijf juwelen van het Hindoeïsme deel 1 Katha’s door Shri Pt. Balram Patandin