Het leven op aarde is zodanig opgebouwd dat ieder mens een fundament heeft, waarop hij zijn leven baseert. Met zo een fundament behandelt hij zijn medemens en doet hij zijn dagelijkse werk. In de Sanatan Dharm wordt aan de mens geleerd waarop hij zijn fundament moet baseren, opdat hij een collectief en maatschappelijk wezen kan zijn.

In de heilige geschriften van de Sanatan Dharm wordt duidelijk gemaakt hoe een mens Dharmisch (volgens de Dharm) kan leven. Er zijn vier eigenschappen, die een mens moet hebben. Deze worden ook wel de vier hoekstenen van Dharm genoemd. Deze vier hoekstenen zijn Satya (eerlijkheid, waarheid), Daya (mededogen), Daan (het geven) en Tap (gebed en meditatie).

Satya, (eerlijkheid, waarheid), is de allereerste hoeksteen. Een mens hoort eerlijk te leven met zichzelf, met zijn medemens en met de kosmos. Eerst wordt er gezegd dat u eerlijk moet zijn tegenover uzelf. Wie niet eerlijk tegen zichzelf is, zal nooit eerlijk tegen God of zijn medemens kunnen zijn. In een maatschappij is eerlijkheid een ontzettend belangrijk fundament. Zonder eerlijkheid kan een volk, organisatie, vriendschap, relatie of familie niet sterk blijven staan. Wees eerlijk tegenover uzelf en uw medemens. Benadeel uzelf niet, maar benadeel tegelijkertijd ook een ander niet; vooral niet door oneerlijkheid. Eerlijkheid betekent niet alleen de waarheid spreken, maar ook oprecht handelen op ieder moment in het leven.

Daya, mededogen, is een kenmerk waarmee velen terecht de menselijkheid beschrijven. Het is Daya in een mens dat hem een zwakker persoon laat beschermen, een ouder persoon laat verzorgen of iemand in nood laat helpen. Daya is een aspect dat ervoor zorgt dat mensen om elkaar geven. Daya betekent niet alleen mensen uit problemen helpen, maar ook voorkomen dat mensen problemen krijgen. Het concept van Daya gaat veel verder en is ook universeler. Een mens hoort niet alleen mededogen te hebben voor andere mensen, maar voor alle wezens op aarde. Een dier is ook een schepsel van de kosmos, net als de mens. Daya is ook de reden waarom de meeste Hindu’s en ook niet-Hindu’s vegetariër worden. Ze willen niet alleen geen leed veroorzaken bij mensen, maar ook niet bij dieren. Het is daarom begrijpelijk dat bijvoorbeeld Mahatma Gandhi, net als vele andere Hindu’s, een vegetariër was die Ahimsa (geweldloosheid tegen alle wezens) predikte.

Daan, het geven van giften of doneren, is iets dat ieder mens kan doen. Meestal als men het heeft over Daan (doneren), denkt men aan geld. Dit is een foute interpretatie. Een mens kan meer geven dan geld alleen aan bijvoorbeeld een kindertehuis. Een mens kan kleren doneren, een mens kan liefde doneren door met kinderen te spelen. Een mens kan kennis geven aan hen, die willen leren. Ouders kunnen liefde en tijd geven aan hun kinderen. Zo kunnen er nog meer voorbeelden genoemd worden.

Als u iets krijgt moet u ook iets teruggeven. Een mens die alleen neemt kan gezien worden als een dief. Als u iets krijgt van een persoon moet u dat waarderen en ook iets teruggeven. Een voorbeeld is dat Hindu’s voor het eten hun maaltijd offeren aan God als dank voor hun voedsel. Iemand dankbaarheid tonen is ook een manier van teruggeven. Het eten dat Hindu’s maken verdelen ze in Mandirs (tempels) aan hun medemens. Hindu’s tonen ook dankbaarheid aan God voor de kennis, die Hij ons heeft gegeven in de leringen van de Veda’s, de Ramayan en de Bhagvad Gita, door deze te volgen en een goed mens te zijn. Het komt erop neer dat ieder mens altijd iets heeft om anderen te geven. Het geven van iets, dat u hebt, aan een ander, die dat nodig heeft, is één van de meest gewaardeerde kwaliteiten van de mens.

Tap, gebed en meditatie, is een concept dat voor sommigen moeilijk te begrijpen is. Een mens moet zijn plaats op aarde en de dingen, waarin hij gelooft, niet vergeten. De kracht, die een mens nodig heeft om iedere dag een stapje verder te gaan in dit leven, kan hij door gebed verkrijgen. Het is de connectie, die een mens voelt met God, die hem laat weten dat hij nooit alleen is. Deze binding met de kosmos geeft een mens hoop en de mogelijkheid om steeds zichzelf te herstellen en te verbeteren.

In het Westen denkt men bij meditatie vaak aan een stilzittende yogi, die een mantra aan het herhalen is. Dit is een wat bekrompen idee over meditatie. Meditatie kan een mens de hele dag doen, waar hij ook is en wat hij ook doet. Bij meditatie voelt een persoon de ‘connectie’ met het goddelijke in zich en buiten zich. Sanatan Dharm leert ons dat wij altijd die ‘connectie open houden’ en er bewust van moeten zijn. Dit betekent niet dat wij de hele dag in een kamer in een lotushouding moeten zitten. Het leert ons dat wij altijd bewust moeten zijn van het goddelijke. Wanneer u werkt, leest, leert of praat moet u altijd bewust zijn van het goddelijke in en om u heen en uw handelingen plegen met respect, nederigheid en concentratie. Dit is waarom in Sanatan Dharm nadruk wordt gelegd op het feit dat iedere handeling van de mens meditatief moet zijn. Praten, het huis schoonmaken, in de Mandir zitten luisteren, bidden, ademen en alle andere handelingen horen meditatief te geschieden.

Dit zijn de vier hoekstenen van Dharm, die alle vier tezamen, het fundament moeten vormen van de mens. Satya, Daya, Daan en Tap zijn de fundamenten waarmee een mens sociaal kan zijn en zijn binding met God en de kosmos kan versterken.