De grens van Aurangzebs geduld was bereikt en hij verkeerde in grote woede, maar hij zou er wel twee keer over nadenken om een leger tegen Shivaji te leiden. Hij wist precies hoe scherp de nagels van deze ‘bergrat’ waren, dus bedacht hij een plan.
Hij besloot een ‘Leeuw’ te sturen om deze leeuw te verslaan. Voor deze taak koos hij koning Jayasimha (simha betekent leeuw). Jayasimha was een groot krijger en held. Daarnaast was hij ook nog een slimme generaal. Wat zonde dat een man zoals hij in dienst was van een buitenlander die het land plunderde! Met zijn grote leger trok Jayasimha richting het zuiden. De sultan van Bijapur kreeg hij aan zijn kant en de strijd tegen Shivaji begon.
Plotseling schreef Shivaji Jayasimha een brief, waarin hij te kennen gaf dat hij een vriendschappelijk compromis wilde sluiten. Maar er was nog meer aan de hand, hij ontmoette Jayasimha en zei dat hij trouw zou blijven aan de baadshah van Delhi.

Shivaji was een leeuw die onafhankelijk was opgegroeid in de berggebieden van Sahyadri. Hoe kan het dan opeens zo zijn dat hij wilde buigen voor de baadshah? Iedereen was verbijsterd. Velen dachten dat er een addertje onder het gras zat. Het is mogelijk dat Shivaji van plan was om naar Delhi te gaan onder voorwendselen de baadshah te gaan dienen als een afhankelijke en dan in een confrontatie een eind te maken aan het leven van Aurangzeb.
Misschien was dit wel een avontuur van grotere heldhaftigheid en scherpere strategie dan ooit tevoren in zijn leven. Dienovereenkomstig probeerde hij de keizer, Aurangzeb, te benaderen. Zijn zoon Sambhaji vergezelde hem. Thuis, in het vrije land, waren allen vervuld van bezorgdheid. De Hindugemeenschap verwelkomde hem en met veel respect bogen zij voor hem. Shivaji bereikte Agra om Aurangzeb daar te ontmoeten. De laatstgenoemde was net zo tactvol als Shivaji zelf. Hij zou Shivaji nooit dichtbij hem laten komen. Hij gebood hem op een afstandje op de binnenplaats te blijven. Dit stelde Shivaji erg teleur, want dit gebeurde tegen zijn verwachtingen in. Aurangzeb handelde ook op een manier, die bedoeld was om Shivaji te beledigen. Aurangzeb hield zich niet aan de belofte dat hij Shivaji met respect zou bejegenen. Vanzelfsprekend was Shivaji heel erg kwaad. Zonder Aurangzeb nog meer aandacht te schenken verliet hij de binnenplaats.

Shivaji verkeerde nu in groot gevaar. Aurangzeb was niet zo een dwaas dat hij een vijand die binnenhandbereik was makkelijk zou laten gaan. Hij gaf bevelen om Shivaji gevangen te nemen en hem ook te executeren.
Ondanks dat hij de ernst van de situatie onder ogen kwam, verloor Shivaji de moed niet. Op dit kritieke uur kwamen zijn intellect en moed nog beter uit de verf.
Plotsklaps werd Shivaji ziek en het werd steeds erger en erger. Shivaji smeekte Aurangzeb zijn soldaten toestemming te geven om terug te keren. Aurangzeb voelde zich opgelucht en stemde toe.
Shivaji begon zoetigheden uit te delen aan de fakirs, bedelaars en asceten in de hoop zijn dat ziekte spoedig zou genezen. Hij begon ook de rijke mensen in de stad geschenken te geven. Aurangzeb liet dit alles toe. Zelfs zo een sluw persoon als de keizer had geen twijfels. Niemand kon de toestand van Shivaji verbeteren. De dag van Shivaji’s executie was vastgesteld. Op de dag daarvoor nam de ziekte drastische vormen aan en hij verloor zijn bewustzijn.

Zoals gewoonlijk werden de manden met de zoetigheden naar binnen gehaald. Shivaji die op zijn ziekbed lag sprong plotsklaps in één van de manden en zijn zoon, Sambhaji, deed hetzelfde. Meteen sloten de slaven de manden en werden ze meegenomen.

De wachtposten die de manden onderzochten waren na al het routinewerk ervan overtuigd dat er niets anders dan zoetigheid in de manden zou zitten. Zelfs op die dag onderzocht het hoofd van de posten zelf, Polad Khan, een paar van de manden. Maar in die manden zat niets anders dan zoetigheid. Gelukkig koos Khan niet die manden uit waarin Shivaji en Sambhaji verborgen zaten. Dat hadden zij te danken aan gratie van de Godin Bhavani en de vergeetachtigheid van Khan. Toen hij zei dat manden doorgelaten mochten worden bedoelde hij dat Shivaji en zijn zoon in leven mochten blijven.

In de gevangenis waar Shivaji zich kort daarvoor bevond, lag nu een vriend van hem. Deze vriend, Hiroji, droeg de koninklijke ring, die Shivaji hem had gegeven. Hij lag daar, met zijn hand, waaraan de ring zat, opzij geduwd. De rest van zijn lichaam was bedekt met een deken. Madari, een onschuldig lijkende jongen, masseerde zijn ledematen. Polad Khan had zo nu en dan de gewoonte om eventjes te komen kijken hoe het met Shivaji ging, maar niets wekte zijn achterdocht.
De dag van de executie kwam dichterbij en de avond viel. De Shivaji die daar de hele tijd lag, stond op en zette de dekens en kussen zo neer dat het leek alsof er een man op de stede lag. Nadat hij zijn normale kledij had aangetrokken, snelde hij naar buiten en vertelde de wachtposten dat de toestand van Shivaji kritiek was en dat het nog een kwestie van uren zou zijn, voordat hij zijn toevlucht zou gaan nemen in het hiernamaals. Hij zei dat hij enkele medicijnen zou gaan halen. Nadat hij dit kenbaar had gemaakt, ging hij op weg. Madari volgde hem stilletjes. Beiden vertrokken en zouden nooit meer terugkeren. Binnen op de stede lag de imitatie van Shivaji. Buiten de gevangenis stonden de wachtposten met hun zwaarden in de aanslag.

De dag, aangewezen voor de executie van Shivaji, brak aan. Polad Khan kwam binnen. Er was een immense stilte. Khan werd achterdochtig. Hij zag dat Shivaji lag te slapen. Deze aanblik zorgde ervoor dat hij kalmeerde, maar er was helemaal geen beweging te zien. In de veronderstelling dat Shivaji al gestorven was, kwam Khan dichterbij en trok de dekens weg. Toen hij de stede zag met een paar kussen schrok hij: Shivaji was verdwenen. U kunt u de gevoelens van Polad Khan wel voorstellen en nog belangrijker die van Aurangzeb ook. Ze voelden een kwelling alsof ze door duizend schorpioenen waren gestoken. Aurangzeb beval meteen zijn manschappen Shivaji gevangen te nemen en ze vertrokken in alle mogelijke richtingen.

Tegen deze tijd hadden Shivaji en Sambhaji hun paarden, die kant-en-klaar stonden te wachten, allang beklommen en trokken naar het zuiden. Met grote snelheid renden ze weg. Onderweg kregen zij comfortabel onderdak van Swami Samarth Ramdas.

Als een heilige man, in de kleren van een sanyasi, bereikte Shivaji uiteindelijk Raigadh. Voor enkele ogenblikken kon zelfs zijn moeder haar zoon niet herkennen. Maar toen ze begreep wie het was – wat een schok van de herkenning. Wie kan de extase beschrijven op zo’n moment van een moeder die zo een nobele zoon heeft gebaard?

Toen het nieuws van de ontsnapping van Shivaji uit Agra ook zijn vijanden in het zuiden bereikt had, waren zij allemaal sprakeloos en hulpeloos. Niet alleen omdat Shivaji’s roem verspreid was over heel India, maar ook omdat hij stof had gegooid in de ogen van de grootste intrigant en politicus en ontsnapt was uit de stad van Aurangzeb waar 24 uur per dag wachters stonden met getrokken zwaarden in de hand. Hij had de starende blik van de mohammedaanse soldaten ontweken voor een afstand van duizend mijl. De wereld had nog nooit gehoord van zo’n lef en sluwheid.

Wordt vervolgd…