Sultan Adilshah zag hoe Shivaji’s droom over de onafhankelijkheid van India steeds verder verwezenlijkt werd en voelde woede en hulpeloosheid tegelijk. Elke dag kwam er wel een bericht binnen dat één van zijn forten in handen van Shivaji terecht was gekomen.
De sultan had een stiefmoeder, Uliya Begum genaamd. Ze had een grote hekel aan Shivaji. Op een dag hield zij een vergadering en alle beroemde strijders van Bijapur kwamen ernaartoe. Bij die vergadering daagde Uliya Begum elke aanwezige uit met de woorden: “Ik ben benieuwd wie van jullie Shivaji gevangen kan nemen en hierheen kan brengen.” Terwijl ze dit zei hield ze een zilveren dienblad met paan (blad van een bepaalde boom) en nootmuskaat naar voren.
Een twee meter lange en robuuste generaal stond op en nam het geschenk aan. De naam van deze generaal was Afzal Khan. Hij was een Pathan, die erg dapper was, maar ook nog eens heel wreed en zeer bedreven in het bedriegen. De sultan stuurde een leger van 25,000 man om hem te helpen.

Afzal Khan wilde als eerste de Bhavani van Tuljapur vernietigen. De Godenfamilie, die hier huisde, werd door Shivaji geëerd. Met zijn bijl sloeg hij de Murti van de Godin van de Bhavani van Tuljapur aan diggelen. De generaal verwoestte niet alleen deze Murti, maar ook een in Pandharput. Dagelijks kreeg Shivaji berichten over deze wandaden.

Khan wist dat Shivaji moeilijk te verslaan zou zijn, zolang hij veilig in zijn forten in de jungle zat. Hij hoopte dat Shivaji in het open veld zou treden en hem uit zou dagen. Het doel hiervan zou dan moeten zijn dat Khan moest stoppen met de vernietiging van Mandirs, het slachten van koeien en het verkrachten van vrouwen. Op deze wijze zou het makkelijker voor hem zijn om Shivaji te verslaan.

Dit plannetje had Shivaji zelf ook wel door. Hij wist dat Khan hem zou overmeesteren wanneer hij uit zijn fort zou treden en hem uit zou dagen. Hij dacht daarom na en besloot toen om naar zijn nieuwe fort in Pratapagadh te gaan, dat hij in de bossen van Javali had laten bouwen. Dan pas zou hij Khan naar zich toe lokken en daar zou de strijd met hem aangaan. Juist toen hij dit plan smeedde verscheen de Godin Bhavani in zijn dromen. Deze godin zegende Shivaji en zei dat hij zou overwinnen.

Khan wilde Shivaji uit zijn fort in Pratapagadh lokken en met hem vechten in het open veld. Om dit te kunnen bereiken stuurde hij één van zijn mannen met geheime instructies op pad. Deze man ging naar Shivaji en vertelde hem beleefd dat Afzal Khan een bewonderaar was van Shivaji’s vader en dat hij geen kwaad in de zin had, ook zou Shivaji naar hem toe moeten komen om hem te ontmoeten.

Als antwoord op dit gebaar stuurde Shivaji zelf ook een vleiende brief via één van zijn mannen. De brief zei: “U bent als een oom voor mij. U moet mij al mijn misdaden vergeven. U moet naar Pratapagadh komen en mij meenemen naar de sultan van Bijapur.” De nederige taal van Shivaji misleidde Khan. De afgezant van Shivaji prees ook nog eens de moed van Khan en maakte de lafheid van Shivaji belachelijk. Dit alles maakte de generaal heel erg blij.

Met al zijn troepen arriveerde Khan bij de bossen van Javali. Hij ging staan aan de voet van Pratapagadh. Afzal Khan en Shivaji zouden elkaar als vrienden ontmoeten. Ook was het zo dat Shivaji een beetje bang was. Afzal Khan en Shivaji zouden elkaar alleen ontmoeten, hun lijfwachten zouden op een afstand blijven.

Het was de nacht voor de ontmoeting. Wie zou nou kunnen slapen in zo’n nacht? Netaji, Tanaji, Kanoji en andere betrouwbare luitenanten uit het leger van Shivaji traden uit het fort en verstopten zich met hun bataljons in de bossen: ze waren klaar voor actie. Ze hadden instructies gehad dat zij moesten aanvallen op het moment dat zij het kanon bovenop het fort zouden horen schieten. De avond brak aan. Zoals gewoonlijk ging Shivaji baden en vereerde Shiva Bhagvaan. Hij deed een metalen helm en borstpantser op, zodat zijn hoofd en borst beschermd waren. In de schede om zijn middel had hij een dolk en een zwaard.
Nadat hij had gemediteerd op de Godin Bhavani verliet hij het fort en ging op weg naar de ontmoeting met Afzal Khan. Halverwege de heuvel zouden zij elkaar ontmoeten. Deze plaats was niet te zien voor de troepen van Khan. Op de afgesproken plaats wachtte hij op Shivaji en zodra hij hem zag stond hij op. Ze keken elkaar kort aan. Khan deed alsof hij Shivaji vriendelijk wilde omhelzen en nodigde hem uit. Hij strekte zijn grote krachtige armen uit, terwijl hij nog steeds deed alsof hij Shivaji wilde omhelzen. Het leek alsof het een omhelzing van de dood zelf was. Maar wie zou er sterven? Ook Shivaji kwam naar voren en omhelsde hem. Meteen pakte Khan zijn vlijmscherpe mes en terwijl hij in zijn lip beet van woede boorde hij dat mes in de zij van Shivaji. Maar Shivaji droeg een pantser en het geluid van de weerkaatsing van metaal op metaal was te horen. Razendsnel maakte Shivaji zich los uit de greep van Afzal Khan en nadat hij snel zijn eigen mes tevoorschijn haalde, stak hij het diep in het lichaam van Khan. Khan probeerde te vluchten, maar Shivaji haalde zijn zwaard uit zijn schede en hakte Afzal Khans hoofd eraf.

Shivaji prikte het hoofd van Afzal Khan op zijn zwaard en rende ermee naar het fort. Tegelijkertijd klonk ook een kanonschot. De soldaten van Khan groepeerden zich en waren in de veronderstelling dat Khan Shivaji te pakken had. Plotseling sprongen de soldaten van Shivaji op en besprongen hen, zoals luipaarden hun prooi bespringen. De Godin Tulaja Bhavani was nu volledig gewroken.
Het leger van Khan was helemaal verslagen. Shivaji was de grote overwinnaar. Hij stuurde zijn moeder Jijabai een cadeautje: het hoofd van Afzal Khan!

Shivaji’s roem als de verdelger van Afzal Khan snelde hem vooruit. Niet alleen in het oude India, maar ook daarbuiten. Een donkere en sombere gloed daalde af op de sultan van Bijapur. Ondanks dat hij een grote overwinnaar was, bleef Shivaji een nederige Hindu en dus werd hij niet hoogmoedig. Door goed gebruik te maken van zijn overwinning trok hij op naar andere plaatsen en nam een aantal forten van de sultan in.

De sultan van Bijapur koos op zijn beurt weer een andere generaal en stuurde dit keer 70,000 man met hem mee om Shivaji te vermoorden. Deze generaal, Siddi Jauhar, deed zijn uiterste best om Shivaji te vangen, die zich op dat moment in Panhalgadh bevond. Zelfs de Engelsen kwamen hem te hulp met hun artillerie. De aanvallers werden sterker en sterker. Shivaji hoopte dat de aanvallers hun kracht zouden verliezen zodra de regentijd zijn intrede zou doen. Maar Shivaji werd hierin teleurgesteld.
Tegelijkertijd, in antwoord op een verzoek van de sultan van Bijapur, stuurde de baadshah (koning) van Delhi zijn oom, Shaista Khan, met een leger bestaande uit 100,000 man om Shivaji aan te vallen. De droom voor onafhankelijkheid en de overleving van het gehele Hinduvolk dreigde compleet verloren te gaan.

Tijdens deze periode van groot gevaar nam Shivaji’s moeder Jijabai de uitvoering over van haar zoon en beheerde de zaken zeer bekwaam. In de tussentijd besloot Shivaji dat hij zichzelf moest bevrijden van dit dreigende gevaar. Maar hoe? Siddhi Jauhar bewaakte het fort van onderaan de stad. Shivaji dacht aan een minder gevaarlijk idee dan vechten: vluchten. Via zijn afgezant verzond hij een brief waarin stond dat hij zich wilde overgeven. De volgende dag zou hij zich dan onvoorwaardelijk overgeven en hem moest dan ook gratie worden verleend. Vanaf het moment dat deze berichtgeving aankwam bij de soldaten van Jauhar verkeerden zij in grote vreugde. Shivaji wist dat noch hij noch zijn troepen noch de hoop van de overleving van het Hinduvolk gespaard zouden blijven, als zij zich zouden overgeven. Hij wist dat uit de ervaringen van zijn voorouders met de sultans. Het was een nacht met verschrikkelijke regenbuien en vreselijk gedonder en gebliksem. Juist op dat moment verlieten Shivaji en 800 van zijn mannen het fort en vertrokken stilletjes richting Vishalgadh. De soldaten stonden op wacht om te kijken of de vijanden in hun tenten waren, maar bij de gedachte aan de overgave van Shivaji raakten ze in extase. Zelfs de kleinste verdenking zou geleid hebben tot uiterste vernietiging. Door deze reden waren de soldaten van Shivaji erg gespannen bij elke stap die ze namen. Maar Godin Bhavani’s zegen reisde mee met dit kleine leger. Ze waren in staat om onopgemerkt te kunnen ontkomen.

De groep soldaten, die Shivaji in een palankijn vervoerde, begon steeds sneller en sneller te lopen. Terwijl ze begonnen te rennen werd het hele gebied opgelicht door een bliksemstraal. Eén van de spionnen van Siddi Jauhar merkte de groep op en snelde naar zijn leider om hem te informeren over deze ontsnapping.
Toen hij dit hoorde werd Siddi Jauhar heel erg woest. Maar het hoofd hield hij koel. Zijn schoonzoon, Siddi Masood, werd erachteraan gestuurd. Deze man was belast met de cavalerie en zette de achtervolging in. Shivaji voelde dat het moeilijk zou zijn om aan deze situatie te ontkomen. Maar opnieuw bedacht hij een plan. Hij ging in een andere palankijn zitten en vertrok in een andere richting.
Het lot was Shivaji goed gezind, want in zijn troepen bevond zich een man, die als twee druppels water op hem leek. Hij trok Shivaji’s kleren aan en nam zijn plaats in. Vervolgens werd hij gevangengenomen en naar Siddi Jauhar geleid. Toen de gevangene ondervraagd werd bleek dat hij Shivaji helemaal niet was, maar een doodgewone kapper uit Panhalgadh! Allen schaamden zich diep.
Siddi Masood zette onmiddellijk de achtervolging weer in. Tegen die tijd waren Shivaji en zijn soldaten al 40 kilometer verder en waren bijna het dorpje Gajapur genaderd. Vishalgadh was niet ver daarvandaan.
Er werden 5000 soldaten van Masood op Shivaji en zijn mannen afgestuurd. Shivaji had een zeer moedige luitenant, een man zo sterk als Bhim. Hij was Baji Prabhu Deshpande. Hij verzocht Shivaji om met de helft van de troepen te vertrekken naar Vishalgadh en met de overgeblevenen zou hij de strijd aangaan met Siddi Masood. Het was prachtig om te zien hoe Baji Prabhu twee zwaarden in zijn handen hield.

In de nauwe vallei begon Baji Prabhu de soldaten te bestrijden, die net als golven steeds terug bleven komen. In dit gevecht raakte ook hij gewond over zijn hele lichaam en het bloed stroomde als een waterval. Desondanks dit alles leverde hij strijd tot de avond aanbrak. Ook sneuvelden velen van zijn soldaten in dit gevecht. Uiteindelijk raakte Baji Prabhu zwaar gewond toen een vijandelijk zwaard hem zeer zwaar trof. In de tussentijd had Shivaji de soldaten die Vishalgadh aanvielen overmeesterd. Vervolgens klom hij op het fort en liet kanonschoten weerklinken ter ere van zijn zege. Terwijl Baji Prabhu op de grond lag te sterven, hoorde hij dit geluid. Hij stierf in vrede en hij was blij dat hij niet voor niets zijn leven had gegeven. De vallei was besprenkeld met het bloed van deze martelaar. Om deze reden staat deze vallei nu bekend als Pavan Khindi ofwel de Heilige Vallei.

Het nieuws dat Shivaji was ontsnapt en Vishalgadh had bereikt kwam ook de sultan van Bijapur ter ore. Hij voelde zich alsof hij door 1000 bliksemschichten tegelijk werd getroffen. Hij kon niet opnieuw de moed opbrengen om Shivaji nog eens aan te vallen.
Maar Shivaji had nog een gevaar af te wenden: Shaista Khan. Hoe moest hij zichzelf hieruit redden? Op de dag van de kroning van Aurangzeb zou er blijdschap en vreugde heersen. Zij zouden zeer weelderig eten en zeer vast slapen. Diezelfde dag daalde Shivaji neer van Raigadh met 2000 soldaten. Hij nam een plaats in op ongeveer 4 kilometer van Poona. Shaista Khan verbleef op dat moment in Lal Mahal (Rode Huis), waar Shivaji als kleine jongen opgegroeid was. In en rond Poona bevonden zich honderdduizenden soldaten van de keizer van de mohammedaanse moghuls.
Een vriend uit de kindertijd van Shivaji, Babaji genaamd, rukte met een klein leger op naar het kamp van de moghuls. Achter hem volgde Shivaji met een ander klein leger. Keuvelend en schreeuwend ging Babaji de stad binnen. De wachtposten hielden hem en zijn mannen tegen. Maar zonder enige aarzeling sprak Babaji de volgende woorden: “Ook wij zijn in dienst van Khan, we waren de wacht aan het houden en zijn nu weer teruggekomen.” Zij schonken de wachters geen verdere aandacht en gingen stilletjes de stad binnen. De soldaten van Shivaji volgden hem. Shivaji ging direct naar de poorten aan de achterkant van Lal Mahal, vanuit die plek ging hij richting keuken en vocht met man en macht tot de aanwezigen waren verslagen. Vervolgens zette hij zijn tocht voort naar de kamer waar Shaista Khan lag te slapen. Hij moest een kleine muur omverwerpen, die hem de toegang ontzegde. Een slaaf hoorde de muur vallen en ging dit meteen aan Khan rapporteren. Maar hij was zo slaperig dat hij zijn slaaf wegstuurde en het voorval afdeed als een rat, die in de keuken wat lawaai maakte.
Shivaji en zijn mannen stormden naar binnen. Binnen de kortste keren was Lal Mahal vervuld van gegil en daaruit bleek dat de vijand was binnengedrongen. De vrouwen van Shaista Khan verborgen hem achter het gordijn. Shivaji maakte zijn entree en hief zijn zwaard. Drie vingers van Khan, alsof ze voor de drie lettergrepen van de naam Shivaji stonden, werden met één slag eraf gehakt.
Khan sprong uit het raam en terwijl dit alles gebeurde werd Lal Mahal omsingeld door het leger van de moghuls. In deze opschudding schreeuwenden Shivaji en zijn mannen: “Vecht voor je leven!” Ze openden de poorten van Lal Mahal en gingen weg. Ze ontsnapten en gingen weg op de paarden, die stonden te wachten. Ze gingen naar Simhaoadh. Dit overtuigde de vijanden van Shivaji ervan dat hij niet zomaar een bergrat was, maar een duivel of demon of iemand met bovennatuurlijke krachten. Aurangzeb werd gehuld in een heel diep schaamtegevoel en plaatste Shaista Khan als straf zelfs over naar Bengal.
Om zo een enorm koninkrijk op te bouwen en om het te regeren met een leger en een vloot had Shivaji veel geld nodig. Waar zou hij zoveel rijkdom kunnen vinden om dit doel te dienen? Hij besloot om het geld van Aurangzeb zelf af te pakken, hij was tenslotte zelf degene die genoot van de rijkdommen van dit land. In die dagen stond Surat bekend als bijna de stad van Kubera te zijn, de God van de Rijkdom. Dus op een zekere dag viel hij Surat binnen en ledigde de stad van zijn rijkdommen.

Wordt vervolgd……