De legers van beide partijen ontmoetten elkaar op het slagveld van Kurukshetra. Dronacharya gaf Duryodhan nog het volgende advies: ”De Pandava’s zijn machtige krijgers en geweldige helden. Daarbij genieten ze ook nog eens van Bhagvaans genade, Shri Krishna Zelf is met hen. Zij betekenen voor Hem evenveel als Zijn leven. Wij hebben Bhishma als schild, hij is de oudste van ons allen. Maak hem tot de leider van je leger.”

Duryodhan volgde dit advies op en maakte Bhishma de commandant. Trots zei hij: “Ons leger is groter dan dat van de Pandava’s en Bhishma is onze leider. Nu zullen de Pandava’s terug moeten gaan naar het bos.”

Na het horen van deze woorden, werd Karna woedend. Hij begon te spreken: “Duryodhan, je bent gek geworden. Bhishma is in staat Dharma te onderwijzen, maar zijn huid is gerimpeld. Hij is zijn tanden verloren. Zijn snor is wit. Zijn hoofd trilt, zijn schouders hangen en hij is onze commandant? Als je Bhishma dood wilt hebben, waarom gooi je hem dan niet meteen voor de leeuwen?”

Nu werd Dronacharya boos en hij schreeuwde tegen Karna: “Houd op met je onzin. Praat niet zomaar omdat jij jong bloed in je lichaam hebt. Denk je dat de gelijke bent van Bhishma? Hij is de stamvader van de Kurudynastie. Hij is ouder dan ons allemaal.”

Bhishma stond op. Hij sprak met grote bescheidenheid en legde een eed af: “Als ik er niet in slaag om dagelijks voor zonsondergang tienduizend hoofden te laten rollen, ben ik geen Bhishma. Als ik Shri Krishna niet dwing zijn Sudarshan-Chakra (het wielvormige wapen van Shri Krishna Bhagvaan) te gebruiken, ben ik geen Bhishma. Als ik de wagen van Arjun met de vlag van Hanuman Svami niet terug weet te dringen, ben ik geen Bhishma.”

Voordat de oorlog begon, ging Dharmaraj Yudhishtir naar Bhishma toe. Daar raakte hij Bhishma’s voeten aan en kreeg zijn zegen. Toen de oorlog eenmaal begon had Bhishma de eerste twee dagen tienduizend slachtoffers gemaakt voor de avond viel. Op de derde dag ging Arjun zelf de strijd aan met Bhishma. Over en weer regende het pijlen. Ondanks dat Bhishma les had gehad van Parshuramji was het moeilijk voor hem om de aanvallen van Arjun te pareren.

Bhishma dacht dat Arjun zoveel succes had omdat Shri Krishna Bhagvaan zijn wagenmenner was. Daarom probeerde hij Krishna Bhagvaan en Arjun te scheiden. Hij pakte een pijl en schoot die op Krishna Bhagvaan. Krishna Bhagvaan werd geraakt en haalde de pijlen weg.

Het gevecht ging door en woedde nog heviger dan eerst, maar Arjun en Bhishma gingen gelijk op. Toen stond Krishna Bhagvaan op en hield zijn Sudarshan Chakra in Zijn hand. Hoewel Hij een eed had afgelegd niet deel te nemen aan de strijd wilde Hij dit nu wel. Omdat Arjun zijn best niet deed, was Shri Krishna Bhagvaan bereid om Zijn eed te breken en de straf daarvoor te accepteren. Bhishma was erg blij toen hij dit zag, want als Bhagvaan Zelf hem zou doden, zou hij meteen in de hemel terechtkomen en de eed die Bhishma voor de oorlog had afgelegd was nu ook vervuld. Arjun sprong van zijn wagen af en hield Krishna Bhagvaan tegen, hij wilde niet dat Krishna Bhagvaan Zijn eed om hem zou breken en Arjun zou vanaf nu nog feller vechten.

De oorlog duurde nu al negen dagen. De Pandava’s leden hevige verliezen dankzij Bhishma en het was moeilijk om van de Kaurava’s te winnen. Daarom volgden de Pandava’s het advies van Krishna Bhagvaan op en gingen naar Bhishma toe.

Daar aangekomen sprak Yudhishtir tot Bhishma: “Wij kunnen niet van u winnen, zelfs de Devta’s kunnen dat niet. Wij hebben al veel verlies geleden.” Bhishma wist heel goed dat Dharm aan de kant van de Pandava’s was en zij waren degenen die zich steeds aan hun woord hadden gehouden. Bhishma vocht dan wel aan de kant van de Kaurava’s maar deed dit omdat het zijn plicht was. Hij was gebonden aan Hastinapur. Als hij zou mogen kiezen zou hij liever samen met de Pandava’s strijden voor Dharm.

Bhishma zei toen tegen Yudhishtir dat hij Shikhandi moest opstellen tegen Bhishma. Hij zou dan niets doen, omdat hij niet vecht tegen vrouwen. Shikhandi was weliswaar een man, maar Bhishma wist dat Shakhandi in zijn vorige leven niemand anders was dan Amba, de dochter van de koning van Kashi die met hem wilde trouwen. Amba wilde wraak toen ze was weggelopen en dus begon zij op Shiv Bhagvaan te mediteren. Zij wilde een gunst hebben dat zij de doodsoorzaak zou zijn van Bhishma en die heeft ze toen gekregen.

De strijd op de tiende dag van de Mahabharat oorlog woedde heviger dan ooit. Bhishma was een echte verschrikking voor de Pandava’s. Toen verscheen Shikhandi en Bhishma kon niet tegen hem vechten. Arjun schoot honderden pijlen af op Bhishma en allemaal doorboorden ze hem. Hij viel, maar raakte de grond niet. De pijlen van Arjun vormden een bed voor hem.

Bhishma bedankte Arjun voor het bed wat past bij een held: eentje opgebouwd uit pijlen die hem hebben doorboord. Toen zei Bhishma: “Ik zou nog graag een kussen willen, zoon.” Arjun tilde het hoofd van Bhishma op en schoot pijlen op de grond, waarop Bhishma’s hoofd kon rusten.

Inmiddels waren Duryodhan, Karna, Kripacharya en andere leden van het leger van de Kaurava’s naar de plaats gekomen waar Bhishma lag. Ook Yudhishtir, Bhima en de anderen waren daar. Bhishma had dorst en vroeg om water. Duryodhan stuurde zijn mensen direct om water te halen, maar Bhishma lachte ondanks alle pijn en zei: “Mijn zoon, het water dat ik zoek is niet het water dat jij mij wil bieden.” Hij keek naar Arjun, die de booschap meteen begreep. Arjun schoot een pijl diep de grond in en water spoot als een fontein uit de grond in de mond van Bhishma. Dit water was het water van Ganga Mata, Zij was gekomen om de dorst van Haar zoon te lessen. Bhishma voelde de aanwezigheid van Zijn moeder.

Bhishma richtte zich tot Duryodhan en zei: “Mijn zoon, geef je koppigheid op. Sluit vrede met Yudhishtir. Leef gelukkig met de Pandava’s als broers.” Duryodhan luisterde niet en ging door met de oorlog. Uiteindelijk stierven ook Dronacharya, Dusshasana en Karna. Duryodhans dij werd gebroken door Bhima en later stierf hij ook.

De oorlog was voorbij en Yudhishtir werd gekroond. Hij ging samen met Krishna Bhagvaan naar Bhishma toe om hem eer te betuigen. Bhima, Arjun, Nakul, Sahadeva en Draupadi waren allemaal ook daar. Ze raakten zijn voeten aan en Bhishma zegende hen allemaal. Hij gaf nog enkele laatste woorden mee aan Yudhishtir: “Bescherm Dharma. Straf de goddelozen. Geef de waarheid niet op. Geef egoïsme op. Heers in het belang van de onderdanen. Moge het jullie allemaal voorspoedig gaan!”

Toen keek Bhishma naar Krishna Bhagvaan: “Waar Krishna Bhagvaan is, daar is Dharma en waar Dharma is, daar is de overwinning. Ik buig voor U, mijn Heer. U bent de Heer van alle werelden. Ik ben moe van dit leven. Dharma heeft overwonnen en ik ben gelukkig. Daarom zal ik nu de Aarde verlaten.

Maharishi Vyas heeft de Mahabharat geschreven in het Sanskriet. Hij heeft een heel duidelijk beeld gegeven van het karakter en de persoon die Bhishma was. Laten wij allen de Mahabharat lezen en in de voetstappen treden van Bhishmacharya.

Bron: B.S. Panduranga Rao