Satyavati werd nu de vrouw van koning Shantanu en dus koningin. Bhishma’s vreugde kende geen grenzen, want hij had zijn vader gelukkig gemaakt. Hij ging naar de koningin toe, groette haar met gevouwen handen en sprak: “Moeder, u bent net als mijn moeder Ganga Mata voor mij. Uw wens is mijn bevel. Aarzel niet iets te vragen, ik zal u met plezier gehoorzamen.”

Na een tijdje kregen koning Shantanu en koningin Satyavati twee zoons, Chitrangada en Vichitravirya. Helaas hebben zij hun vader maar kort gekend, want hij overleed toen zij nog klein waren. Zij vertrouwde haar zoons toen toe aan Bhishma en hij accepteerde deze verantwoordelijkheid als een heilige plicht. Bhishma onderwees zijn broers.

Chitrangada had de juiste leeftijd om te heersen al bereikt en daarom sprak Bhishma hierover met de koningin: “Moeder, Chitrangada is oud genoeg om de koning te worden. Als u toestemming geeft, kan hij gekroond worden.” De koningin reageerde: “Mijn zoon, deze jongens zijn helemaal onder jouw zorg. Hun welzijn is in jouw handen. Maak Chitrangada koning als je wil.”

De dag van de kroning was aangebroken en toen Chitrangada het rijk overnam, sprak Bhishma tot hem: “Broer, je bent intelligent en sterk. Wees goed en deugdzaam als je vader.” Chitrangada volgde het advies van zijn broer op en regeerde rechtvaardig met Bhishma aan zijn zijde. Echter stond het niet in zijn lot geschreven om lang te heersen. Eens ging hij namelijk vechten tegen zijn vijanden en hij stierf op het slagveld. Opnieuw hield Bhishma zich aan zijn woord: nu plaatste hij Vichitravirya op de troon.

Deze koning had nu al de huwbare leeftijd bereikt en Bhishma vond dat hij wel kon trouwen met de dochters van de koning van Kashi. Met toestemming van koningin Satyavati vertrok hij naar Kashi.

De koning van Kashi had drie prachtige dochters en wenste waardige echtgenoten voor hen. Daarom organiseerde hij een Svayamvar om de kracht en wapenexpertise van de jonge mannen te testen.

Bhishma had gezworen nooit te trouwen, maar ging toch naar de Svayamvar. Toen hij de zaal binnenkwam, waren alle bijeengekomen prinsen zeer verrast. Iedereen begon te smoezen, want wat moest iemand die heeft gezworen nooit te trouwen bij een Svayamvar? Bhishma werd boos en schreeuwde: “Ik heb gezworen nooit te trouwen en ik zal dus ook nooit trouwen, maar ik heb een broer, Vichitravirya. Ik ben hier gekomen om bruiden voor hem te halen. Hij is een deugdzame koning en hij is jong, sterk en knap. Omdat hij niet is uitgenodigd, ben ik hier gekomen namens hem. Ik neem deze prinsessen mee naar Hastinapur en zij zullen trouwen met Vichitravirya. Wie dapper genoeg is, mag achter mij aankomen om mij uit te dagen.”

De koning van Shalva ging achter Bhishma aan en vocht tegen hem, maar Bhishma overwon. Bhishma spaarde zijn leven en stuurde hem weg. Toen ging hij met de prinsessen naar Hastinapur, maar daar aangekomen hoorde hij dat een van de prinsessen, Amba, verliefd was op de koning van Shalva en met hem wilde trouwen. Bhishma schonk haar toen haar vrijheid en stuurde haar naar Shalva met zijn beste wensen voor de koning en Amba.

Amba bedankte Bhishma en ging naar de koning van Shalva, maar zijn verlies had ervoor gezorgd dat deze zich schaamde. Toen hij Amba zag, sprak hij: “Bhishma heeft mij verslagen en jou gewonnen. Jij behoort nu aan hem.”

Amba was verdrietig en ging terug naar Bhishma. Ze vertelde hem wat er was gebeurd en wilde met hem trouwen, maar Bhishma had gezworen nooit te trouwen. Hij zei tegen haar: “Ik heb gezworen nooit te trouwen, ik zal heel mijn leven een vrijgezel blijven. Ik kan niet met jou trouwen.”

Amba probeerde Bhishma te overtuigen, maar het lukte haar niet. Ze werd erg kwaad en vervloekte Bhishma. Ze schreeuwde dat zij zijn doodsoorzaak zou zijn en ging weg.

Vichitravirya trouwde toen met Ambika en Ambalika en beiden werden moeder. Ambika kreeg een zoon die blind was, Dhritirashtra. Haar zus Ambalika beviel ook van een zoon, Pandu. Dhritirashtra trouwde later met Gandhaari en zij kregen honderd zonen en een dochter. Deze zonen werden de Kaurava’s genoemd en de oudste van hen was Duryodhan. Zij waren van nature erg jaloers en wreed. Pandi trouwde met Kunti en later ook met Madri. Kunti baarde drie zonen, Yudhishtira, Bhima en Arjun. Madri kreeg een tweeling, Nakul en Sahadev. Deze vijf jongens werden de Pandava’s genoemd.

Bhishma hield van zowel de Kaurava’s als de Pandava’s en wenste het beste voor hen allemaal. Hij zorgde ervoor dat zij les gekregen van de beroemde Guru’s Dronacharya en Kripacharya. Arjun werd de favoriete leerling van Dronacharya. Bhima en Duryodhan waren even goed in het hanteren van de knots, maar Bhima was fysiek sterker. Om deze redenen was Duryodhan jaloers op Bhima en Arjun. Ook was hij jaloers op hen om een hele andere reden. Op de Svayamvar van Draupadi (de vrouw van de Pandava’s) faalde Duryodhan Draupadi voor zich te winnen en Arjun was dit wel gelukt.

Bhishma zag de competitie tussen de Pandava’s en de Kaurava’s en dit deed hem veel pijn. Hij wilde gevechten tussen hen voorkomen. Daarom werd het rijk verdeeld en namen de Pandava’s hun intrek in Indraprasth en kregen de helft van het koninkrijk.

Yudhishtira was een goede koning en erg populair. Met de hulp van Shri Krishna Bhagvaan voerde hij ook een offer uit waardoor hij keizer werd. Dit zorgde ervoor dat de jaloezie van Duryodhan groeide. Hij wilde niets anders dan de vernietiging van de Pandava’s. Daarom ging hij naar zijn mama (broer van zijn moeder) Shakuni, die het advies gaf Yudhishtir uit te nodigen om te dobbelen.

Yudhishtir accepteerde de uitnodiging en verloor keer op keer. Hij verloor alles wat hij op het spel zette: zijn rijkdom, zijn rijk, zijn broers, zichzelf en als laatste ook zijn vrouw. Dit maakte Duryodhan erg blij en hij probeerde Draupadi schande toe te brengen in een volle zaal waar iedereen bij was.

Op aangeven van de ouderen liet Duryodhan de Pandava’s tegen zijn zin in gaan en de Pandava’s keerden terug naar Indraprasth. De jaloezie van Duryodhan brandde nog steeds en opnieuw nodigde hij Yudhishtir uit om te dobbelen. Yudhishtir verloor weer, maar nu moest hij zijn rijk aan Duryodhan geven. De Pandava’s moesten twaalf jaren in het bos leven en daarna nog een jaar in anonimiteit. Dit waren de voorwaarden waaraan de verliezer moest voldoen.

Na dertien jaar keerden zij terug, maar Duryodhan gaf hen hun rijk niet terug. De Pandava’s besloten samen met Krishna Bhagvaan en hun bondgenoten om Duryodhan te benaderen om een beroep op hem te doen hun rijk terug te geven. Shri Krishna Bhagvaan zelf zou gaan om te onderhandelen en kwam aan bij Duryodhans hof. Daar waren Bhishma, Dronacharya en Kripacharya aanwezig. Natuurlijk waren Duryodhan zelf en zijn vertrouwelingen Shakuni, Karna en Dusshasana ook daar.

Shri Krishna Bhagvaan gaf Duryodhan advies: “Luister goed, Mijn woorden zullen aankomen als een donderslag bij heldere hemel, maar je zal ze later wel waarderen. Geef de Pandava’s hun rijk terug, ze zijn per slot van rekening toch je neven. Omwille van Dharm hebben zij geleden in hun leven, maak nu van hen je vrienden en leef gelukkig. Een oorlog brengt de dood en verschrikkelijk lijden voor miljoenen met zich mee. Een oorlog zal alles vernietigen.”

Duryodhan begon op een achterbakse manier te lachen en sprak trots: “Krishna, ondanks alles ben Jij toch een herdersjongen. De Pandva’s zijn dakloze bedelaars. Natuurlijk zijn jullie vrienden met elkaar. Luister naar elk woord dat ik zeg: ik zal de Pandava’s niet eens land ter grootte van de punt van een naald geven. Wij willen geen overeenkomst. Laat hen maar vechten in plaats van opscheppen over het terugnemen van hun koninkrijk.

Bhishma was als de grootvader van de Pandava’s en Kaurava’s. Hij was al oud en deed veel moeite om de rivaliteit in te dammen. Hij nam het woord en richtte zich tot Duryodhan: “Duryodhan, luister naar Shri Krishna. Geef de Pandava’s hun rijk terug. Een oorlog zal noch jou noch je mensen goed doen.” Alle ouderen gaven Duryodhan ditzelfde advies, maar hij wilde niet luisteren en dus was een oorlog onvermijdelijk.