Lang geleden in Dvapar Yug regeerde de beroemde dynastie van de Yaduvanshi’s. Koning Shantanu was één van de koningen van deze dynastie. Hij regeerde over een groot rijk met Hastinapur als hoofdstad. Hij trouwde met Ganga Mata, niemand in de wereld van de Devta’s bezat zulke schoonheid. Mata en koning Shantanu kregen een zoon, Devavrata.

Devavrata kreeg onderwijs over de Veda’s en de Purana’s, daarnaast leerde hij boogschieten van de grootste boogschutter aller tijden, Parshuramji. Van zijn vader, die een goede en rechtvaardige koning was, leerde hij hoe hij op Dharmische wijze een koninkrijk moest besturen. Hij was dus op elke mogelijke manier goed opgeleid om het rijk over te nemen wanneer de tijd zou komen. Koning Shantanu wees Devavrata ook aan als zijn waardige opvolger, de Yuvaraja.

Op een zekere dag ging de koning jagen. Aan het einde van de dag werd een kamp opgezet op de oevers van de rivier Jamuna. Daar zag hij een prachtige vrouw, Satyavati. Niemand in zelfs de hemel kon zo mooi zijn als haar. Hij vroeg haar: “Wie ben je? Ben je een mens of kom je uit de hemel? Satyavati antwoordde dat zij een gewoon mens was, de dochter van de Dasharaja, het hoofd van de vissers.

De koning werd verliefd op haar en vroeg haar of zij met hem wilde trouwen. Hji vertelde ook dat hij koning Shantanu was, de koning van Hastinapur en na hun huwelijk zou Satyavati dus de koningin van zijn rijk zijn. Satyavati werd verlegen, ze boog haar hoofd en zei dat als haar vader zijn toestemming zou geven dat de koning met haar zou mogen trouwen.

Binnen een paar dagen ging de koning naar Dasharaja en vertelde hem dat hij met Satyavati wilde trouwen. Dashraja was verbaasd en hield het niet voor mogelijk dat de koning met zijn dochter wilde trouwen. De koning zag dit en probeerde Dashraja gerust te stellen: “Vertelt mij waar u mee zit. Vreest niet omdat ik de koning ben, ziet mij als een goede vriend.” Dasharaja voelde zich vrij om te praten en hij sprak: “Grote koning u bent een goed man. Ik zal u met plezier mijn dochter geven, maar u hebt een zoon. Hij is uw opvolger.” De koning zag het probleem niet en vroeg wat er scheelde.

Dasharaja zei met grote moeilijkheid: “Grote koning, Satyavati is mijn dochter. Ik moet denken aan haar voorspoed. Wat zal er gebeuren met haar zoon? De Yuvaraja zal de koning worden of niet?”

De koning schrok toen hij deze woorden hoorde. Dasharaja ging verder: “Als mijn dochters zoon koning kan worden, zal ik instemmen met dit huwelijk en met plezier mijn dochter weggeven in een huwelijk met u. Alstublieft, weest niet boos op mij. Ik smeek u, vergeeft mij. Ik ben de vader van het meisje.”

De koning verkeerde in tweestrijd. Hij was gecharmeerd van de schoonheid van Satyavati en wilde graag met haar trouwen. Echter kon hij zijn dierbare zoon Davavrata op wie hij zo trots was geen pijn doen. Daarom dacht hij lange tijd na over de woorden van Dasharaja en zei: “Ik ben trots op mijn zoon Devavrata. Ik kan zijn vijand niet zijn.” Na dit gezegd te hebben ging hij meteen weg.

Koning Shantanu stopte met jagen en ging terug naar Hastinapur. Hij maakte zich zorgen en werd ziek. Hij bracht al zijn tijd alleen door en sprak tot niemand.

Devavrata merkte op dat zijn vader altijd droevig was. Ook hij begon zich toen zorgen te maken en ging naar zijn vader. Devavrata raakte de voeten van de koning aan, die hem op zijn beurt met grote liefde groette.

Devavrata vroeg zijn vader: “Vader, u bent een goed heerser, u hebt altijd de Dharm gevolgd. U bent ook een sterke koning. Er is geen angst voor oorlog zolang u op de troon zit. De mensen zijn heel gelukkig. Welk verdriet drukt op u? Alstublieft, ik smeek u, vertelt u het aan mij.”

De koning zuchtte diep en zei: “Devavrata, denk er niet aan. Ik heb zo geregeerd dat de wereld dit goedkeurt, ik heb zo geleefd dat Bhagvaan het goedkeurt.”

Een nieuwe gedachte bemoeilijkte Devavrata. Had hij zelf iets gedaan dat zijn vader ongelukkig maakte? Zoals een kind smeekte hij zijn vader: “Vader, heb ik iets verkeerds gedaan? Als ik dat heb gedaan, zegt u het mij dan. Ik zal mijzelf straffen en smeken om uw vergiffenis.”

De koning was diep geroerd en zei: “Mijn zoon, jij bent mijn leven. Jij bent een geleerd persoon. Jij zal nooit iets fouts doen, jij bent dapper en sterk, nooit zal jij iemand onrecht aandoen. De mensen houden van je zoals ze van mij houden en eren jou eren zoals ze mij eren. Hoe kan ik een fout in jou vinden?”

Devavrata begreep het verdriet van zijn vader niet en zag dat zijn vader iets voor hem verzweeg, maar wist niet wat. Daarom liet hij zijn vaders wagenmenner komen en van hem hoorde hij alles wat er was gebeurd. “Mijn vaders geluk is het enige dat belangrijk is. Ik zal alles voor hem opofferen.” zei hij en Devavrata ging naar Dasharaja.

Daar aangekomen verwelkomde Dasharaja Devavrata en behandelde hem met veel respect. Toen kwam Devavrata ter zake en zei: “Dasharaja, ik weet alles. Ik heb nagedacht over de dingen die zijn gebeurd. Ik heb een beslissing genomen. Mijn naam is Devavrata, dat betekent dat ik trouw ben aan Bhagvaan. Mijn vader is Bhagvaan, daarom geef ik voor mijn vader de troon op. Dit is mijn eed en ik zal mij hieraan houden.” Toen Dasharaja dit hoorde was hij verbaasd, maar ook blij. Toch had hij nog angsten en hij zei tegen Devavrata: “Jij bent een groot man, jij zal je zeker aan je eed houden. Jouw zoon echter zal met de zoon van mijn dochter vechten om de troon. Wat zal er dan gebeuren?”

Devavrata begon te lachen en stelde Dasharaja gerust met de volgende woorden: “Voor mijn vader heb ik de troon opgegeven. Nu zal ik voor mijn moeder, zij is ook als Bhagvaan voor mij, ook een eed afleggen. Luister naar mijn eed, Moeder Aarde, de Zon en de Maan zijn mijn getuigen. Ik zweer in de naam van mijn ouders dat ik nooit zal trouwen. Alle vrouwen zijn mijn moeders. Dit is mijn eed.”

Dasharaja was nu gerust en hij stemde toe met een huwelijk tussen zijn dochter en koning Shantanu. De laatste was verbijsterd toen hij hoorde over de geloftes van zijn zoon. Hij was vol lof over hem, bewonderde zijn grote offers en zei: “Mijn zoon, wat voor eed heb je afgelegd? Dit is een eed die nooit geëvenaard zal worden. Vanaf nu zal jij bekend staan als Bhishma vanwege jouw verschrikkelijke eed.” Ook gaf koning Shantanu Devavrata een zegen: “Jouw dood zal alleen maar komen wanneer jij dat zal willen. De Dood zal wachten op jouw wens.”

Zo is Bhishma wereldberoemd geworden.