In Delhi ontmoette Bhagat Chandrasekhar Azad. Het was alsof vuur en wind gecombineerd werden. De vrijheidsbeweging kreeg vernieuwde krachten. Bhagat schoor zijn baard af, zodat hij niet herkenbaar zou zijn. Hij was al een grote held voor de Sikhs en nu hij zou een nationale held worden. De revolutionaire partij,Hindustan Prajatantra Sangha (De Indiase Republieke Partij) veranderde zijn naam naar Hindustan Samajvadi Prajatantra Sangha (De Indiase Socialistische Republiek Partij). Dit werd gedaan om een republiek te maken van India en dat door een revolutie.

Er waren bommen nodig om de Britten te verslaan. Om bommen te leren maken ging Bhagat naar Calcutta. Daar krijg hij het te leren van Jatindranath Das, ook een lid van de vrijheidsbeweging. Met deze kennis werd in Agra een geheime fabriek gebouwd om bommen te maken, maar ze hadden geld nodig. Soms aten Bhagat Singh en zijn vrienden hele dagen niet. Bedden om op te slapen hadden ze niet. Ook hadden ze geen dekens en sommige nachten was het erg koud. Ze wisten dat de politie achter hun aanzat en voelden zich opgejaagd. Toch gingen ze door met hun heilige werk. Uiteindelijk slaagden ze erin om bommen te maken. De bommen werden met succes getest bij Fort Jhansi.

In februari 1928 werd er een commissie naar India gestuurd om te beslissen hoeveel vrijheid en verantwoordelijkheid aan het volk van India gegeven mocht worden. Maar het comité, de Simon-commissie genaamd, bestond alleen uit Britten. Hier was het volk niet mee eens en werd woedend door deze actie van de Britten. Ze besloten het werk van de commissie onmogelijk te maken. Het plan was om de commissie terug naar huis te sturen. Waar de commissie naar toe ging verschenen Hindustanen met zwarte vlaggen en schreeuwden dat ze terug moesten naar Engeland.

In Lahore ondervond de Simon-commissie veel tegenwerking van het volk.Naujavan Bharat Sabha organiseerde een protestactie. Onder leiding van een oudere patriot, Lala Lajpat Ray, deden duizenden mensen hieraan mee. Problemen voor de commissie begonnen al bij het treinstation, het volk liet de Simon-commissie niet verder gaan. De politie kon de veiligheid van de commissieleden niet garanderen. Dit werd teveel voor het hoofd van de politie en hij beval de politieagenten mensen te slaan met stokken. De politieagenten begonnen de menigte met zware stokken te slaan en de mensen die de klappen moesten vangen begonnen weg te rennen. Lajpat Ray en zijn vrienden bleven staan waar zij stonden. Een politieagent, die Saunders heette, rende naar Lajpat Ray en sloeg hem op zijn borstkast. Lajpat Ray was oud en ziek, deze zware stokslag zou hem uiteindelijk fataal worden. Hij leed een maand voordat hij stierf.

Zijn dood was een zware tegenslag voor de revolutie. Zijn vrienden besloten om wraak te nemen en Scott te doden. Scott was de agent, die het bevel had gegeven om mensen te slaan. Een plan werd bedacht. Jaya Gopal zou Scott volgen, Bhagat Singh en Rajguru zouden hem neerschieten. Ook werd er een goed ontsnappingsplan opgesteld. Alles gebeurde onder leiding van Chandrasekhar Azad. In het begin ging het al mis, Jaya Gopal zag Saunders aan voor Scott.

De dag van de aanslag was aangekomen. Saunders kwam uit het politiebureau en wilde met zijn motorfiets weggaan. Jaya Gopal gaf het sein en Bhagat en Rajguru kwamen in actie. Toen Saunders dicht in de buurt was, openden ze het vuur. Een kogel raakte Saunders in zijn borst en hij overleed. Bhagat Singh en Rajguru ontsnapten. De hele stad wist van de moordaanslag op Saunders. De spionnen begonnen de stad te doorzoeken om de moordenaars te vinden.

De volgende dag verschenen posters in Lahore waarop stond: “Lala Lajpat Rays dood is gewroken, Saunders is vermoord.” Ook werd de regering gewaarschuwd. Op de posters werd vermeld wie achter de aanslag zat namelijk De Hindustan Samajvadi Prajatantra Sena (het Indiase Socialistische Republieke leger). Zo wist iedereen wie ze waren. Het respect van het volk nam toe voor deze organisatie. De moord van Saunders kwam als een schok voor de Britse regering.

Bhagat Singh, Rajguru en Chandra Sekhara Azad ontsnapten uit Lahore. Bhagat kleedde zichzelf als een buitenlandse toerist en droeg een hoed. Durga Bhabhi, de vrouw van Bhagavaticharan, één van de andere vrijheidsstrijders, en hun kind gingen met Bhagat mee, zodat de spionnen zouden denken dat ze een normaal gezin waren. Ze ontsnapten per trein. Rajguru verliet Lahore verkleed als een arbeider. Azad verkleedde zich als een Pandit (Hindupriester).

De politie bleef zoeken naar het drietal maar ze waren verdwenen. In 1929 kwam de centrale wetgevingsorganisatie samen in Delhi. De Britse regering wilde twee wetsvoorstellen presenteren voor de organisatie. Ook al zouden ze de wetsvoorstellen niet accepteren dan kon de gouverneur het toch laten doorvoeren, omdat hij speciale rechten had. De Hindustan Samajvadi Prajatantra Sena besloot er een stokje voor te steken.

De vrijheidsstrijders waren ontsnapt uit Lahore, maar de politie martelde de bewoners van de stad. Dit wilden de vrijheidsstrijders niet, maar ze moesten de Britten en de wetsvoorstellen stoppen. De boodschap van Hindustan Samajvadi Prajatantra Sena moest ook verklaard worden aan het volk over het gehele land. Met dit in gedachte stuurde het leger Bhagat Singh en Batukeshwar Dutt naar Delhi. Beiden moesten een bom gooien tijdens de vergadering en ze moesten gearresteerd worden. Bhagat en Batukeshwar namen twee ongevaarlijke bommen mee.

Op 8 april 1929 namen ze de bommen mee naar de bijeenkomst. Ze gingen zitten in de bezoekersruimte. Beide wetsvoorstellen werden voorgelegd en werden afgewezen door de bijeenkomst van de regering. De gouverneur gebruikte zijn vetorecht om de wetsvoorstellen toch door te laten voeren. Toen ontploften er twee bommen en werd er geschoten. De hal was vol met rook, mensen renden weg om te ontsnappen. Sommige waren bang en vielen flauw. Rode folders werden in de rondte gegooid. Luid werd er geroepen: “Lang leve de revolutie.”

De politie rende naar de bezoekersruimte toe, alleen Bhagat en Batukeshwar Dutt stonden daar gewapend met pistolen. De politie was bang om hun te arresteren en ging achteruit. Maar Bhagat en Batukeshwar Dutt gooiden hun wapens weg en lieten zichzelf arresteren.

De ontplofte bommen hadden geen dodelijke slachtoffers geëist, wel waren een aantal mensen gewond geraakt. Het was nooit de bedoeling geweest om mensen te doden. De hele wereld was op de hoogte van deze aanslag. De naam van de organisatie Kranti Dal werd bekend en de Britse regering beefde bij het horen van deze naam.

Na de aanslag vond de regering twee fabrieken waar bommen werden gemaakt en beiden werden gesloten. De meeste leiders van Kranti Dal werden binnen enkele dagen gearresteerd. Allen werden ze beschuldigd van de moordaanslag. Bhagat en zijn vrienden werden in de gevangenis van Lahore geplaatst.

De politieke gevangenen werden slecht behandeld in de gevangenis, ze kregen geen eten en werden dagelijks gemarteld. Bhagat Singh en zijn vrienden waren het hier niet eens mee en wilden er iets tegen doen. Bhagat wist dat hij opgehangen zou worden, maar dan zouden de andere politieke gevangenen het tenminste beter hebben. Bhagat en zijn vrienden gingen vasten. Na twee maanden wilde de regering hun eisen onder beschouwing nemen. Een aantal van hen gaf het vasten op. Jatin Das echter deed dat niet, hij luisterde naar niemand. Op de 64e dag van het vasten stierf hij. Bhagat Singh ging nog 32 dagen door met vasten.

De hele wereld volgde de rechtszaak van Bhagat Singh en zijn vrienden. De politie bewaakte de rechtszaal en geen enkele toeschouwer mocht aanwezig zijn bij de rechtszaak. Voordat ze de rechtszaal ingingen schreeuwden ze: “Lang leve de revolutie.”

Bhagat Singh en Batukeshwar Dutt spraken: “Als de doven het moeten horen, dan moet het geluid wel heel hard zijn”. Ze verkaarden ook dat het niet de bedoeling was dat er slachtoffers zouden vallen. “We hebben onschadelijke bommen gebruikt, maar de Britten moeten India vrijmaken.” Ook verklaarden ze de doelstelling van hun organisatie. De hele wereld kende nu de doelstellingen doordat verslaggevers uit verschillende landen artikelen erover schreven.

Het eindvonnis was dat drie jongemannen opgehangen moesten worden. Dit waren Bhagat, Shukhdev en Rajguru, anderen kregen levenslange gevangenisstraffen en slechts een klein gedeelte kwam er met minder strafjaren vanaf.

Het nieuws dat Bhagat en zijn vrienden opgehangen zouden worden verspreidde zich snel. Het volk was het hier niet eens mee. Duizenden van hen vroegen de regering hen niet op te hangen, maar dit was tevergeefs. Besloten werd om Bhagat en zijn vrienden op 24 maart 1931 op te hangen. Familiebezoek was alleen toegestaan op 24 maart zelf. De Britten hielden zich niet aan de opgegeven datum, ze hadden Bhagat, Sukhdev en Rajguru al één dag eerder, op 23 maart, opgehangen.

Zelfs op de dag dat ze opgehangen zouden worden waren ze blij en zonder angst. Ze maakten grappen wie er als eerste opgehangen zouden worden. Uiteindelijk werd besloten dat eerst Sukhdev, daarna Bhagat en als laatste Rajguru opgehangen zouden worden. Alle drie liepen zij het platform op en kusten de strop, die om hun nek werd gebonden. Ze stierven met de naam van Bharat Mata(Moederland India) op hun lippen. Zo kwamen er drie grote vrijheidsstrijders aan hun eind.

Uit respect voor hun helden at die dag geen enkele gevangene iets. Iedereen was bedroefd. De volgende dag kwamen de familieleden om hun zonen voor de laatste keer te bezoeken, maar ze wisten niet dat hun zonen de dag daarvoor al opgehangen waren. En hun lichamen werden stiekem verbrand bij de rivier Sutley. Toen de menigte hier achter kwam, renden de mensen naar de rivier. Daar vonden ze slechts het as van de drie helden. De mensen waren droevig en huilden met as in hun handen. Over het gehele land werd de eer bewezen aan de helden, die gevochten hadden voor de vrijheid en hiervoor uiteindelijk stierven. Er werden vele liederen werden samengesteld, die het verhaal vertelden van de grote held Bhagat Singh. Zelfs vandaag is de heldhaftige geest van Bhagat Singh een oneindige bron van inspiratie voor de jeugd van India. Zijn moed, wens voor avontuur en patriottisme zijn een voorbeeld voor ons allen.