De vriend van de mensen
Het oude India heeft vele keizers gekend, maar slechts een klein aantal regeerde over zo een groot keizerrijk als dat van Ashoka. Zijn rijk bestond uit een heel groot deel van India, Afghanistan en Beluchistan, het reikte verder dan de noordwestelijke provincies en Nepal in het noorden, de Bengalen, Bihar, Andhra Pradesh en een groot deel van het tegenwoordige Karnataka. Het bewijs hiervoor wordt geleverd door de gevonden inscripties.

Hoewel Paliputra de hoofdstad was van zijn keizerrijk, deelde Ashoka zijn rijk op in vier delen, om het regeren makkelijker te maken: Malava, Punjab, Dakshinapatha and Kalinga. Ujjain was de hoofdstad van Punjab, Taxila die van Malava, Suvarnagiri die van Dakshinapatha en Kosala die van Kalinga. In elke provincie stelde hij een vertegenwoordiger aan. Ze genoten aanzienlijke vrijheid aangaande de besturing van hun provincie.

Om de keizer te assisteren was er een ministerraad aangesteld in de hoofdstad. Als hij iets wilde veranderen, besprak hij dat met de ministerraad. Nadat de ministerraad de voor- en nadelen van het voorstel hadden besproken, werd het aangenomen dan wel verworpen. Heel zelden was de keizer het niet eens met de beslissingen van de ministers.

Chanakya (Kautilya), de hoofdminister van Chandragupta Maurya beschreef het dagelijks leven van de keizers in die tijd als volgt:

“Om drie uur in de ochtend staat de keizer op en onderzoekt tot half vier verschillende zaken aangaande het keizerrijk. Daarna wordt hij gezegend door leraren en priesters. Vervolgens ontmoet hij zijn doktoren en het personeel van de keuken, waarna hij naar de rechtszaal gaat om van zes tot zeven uur te vergaderen over de inkomsten en uitgaven van de vorige dag. Een half uur later gaat hij gesprekken aan met degenen die zijn gekomen om met hem te praten over urgente zaken en onderzoekt hun overgave. Om negen uur neemt hij alle tijd om eens rustig te baden. Na zijn bad, het ochtendgebed en het ontbijt komen zijn officieren bij hem op bezoek en krijgen zij allerlei instructies over verschillende zaken. De hele middag bespreekt hij zaken die gaan over het besturen van het land. Na zijn rust tussen half twee en drie inspecteert hij de verschillende divisies van zijn leger. Hierna krijgt hij informatie van zijn boodschappers en spionnen die zijn gekomen uit diverse regionen van zijn keizerrijk en zelfs ook nog uit de gebieden daarbuiten.”

Ashoka, die de idealen van zijn grootvader probeerde te realiseren, beoefende zich in de lettering en levenslustigheid, de routine neergezet door Chanakya. Daarnaast geloofde Ashoka ook dat de voorspoed van zijn onderdanen zijn voorspoed was, daarom stelde hij mensen aan om hem te informeren over het wel en wee van de bevolking. Als er iets mis was moesten zij het altijd direct rapporteren, ook al was het in de holst van de nacht. Zijn eigen bevelen zelf laten zien hoeveel hij om zijn mensen gaf:

“Of ik nu eet, slaap, aan het werk ben, een reis maak of uitrust, waar ik ook moge zijn en wat de tijd ook moge wezen mijn officieren moeten naar mij toe komen om mij te berichten over het welzijn van het volk. Waar ik ook zal zijn, hieraan zal ik denken en voor mijn volk zal ik werken.”

Deze woorden zijn genoeg om Ashoka’s toewijding aan zijn volk te tonen.

Overwonnen Kalinga
Ashoka had Kalinga verslagen in de oorlog. Toen wees hij officieren aan om dat gebied te besturen. Hoe gaan deze officieren om met de mensen in een verslagen land? Ze verliezen het rechtsgevoel en eerlijkheid en gedragen zich verwaand. Ze beledigen het overwonnen volk. Ashoka wilde niet dat dit zou gebeuren. Het was zijn wens dat de burgers van Kalinga in vrede en eer zouden leven. Het volgende was zijn bevel aan de officieren die hij naar Kalinga stuurde:

“Ik heb jullie de leiding geven over duizenden mensen. Verdien de liefde en toewijding van al die mensen. Welke situatie zich ook mag voordoen, behandel iedereen gelijk. Wees onpartijdig in je handelingen. Geef onbeschoftheid, haast, luiheid, ongeïnteresseerdheid op en wordt niet snel boos. We kunnen niks bereiken als we gaan vervelen en luieren, daarom moeten we actief zijn. Als je begrijpt hoe heilig je werk is en je verantwoordelijk gedraagt ga je naar de hemel en los je ook je schuld af aan de keizer, die je aangesteld heeft.” Ashoka, die zijn onderdanen als zijn kinderen behandelde, sprak verder: “Zoals een moeder haar kind geeft aan een zuster geeft om het kind goed op te voeden, zo heb ik mijn onderdanen aan jullie toevertrouwd.”

Waakzaam op alle fronten
Ashoka werkte hard, vooral voor de verspreiding van onderwijs in zijn rijk. Nalanda is bekend in de geschiedenis: het was het centrum van educatie en de universiteit van Magadha. Het gerucht zegt dat Ashoka zelf de grondlegger van deze universiteit is. Studenten van die universiteit hadden veel aanzien. In zijn tijd liepen alle handelsroutes met andere rijken over zee. Er waren kanalen om de irrigatie een handje te helpen. Al het geld dat uit de keizerlijke schatkist kwam ten goede aan de bevolking.

Ashoka liet grote wegen aanleggen om te zorgen dat de handel en industrie zich zouden uitbreiden. Hij liet aan de beide kanten van de wegen bomen planten, zodat reizigers er plezier van zouden hebben. Er werden putten aangelegd en herbergen en rusthuizen gebouwd. Voor alle mensen en dieren waren er gratis medische behandelingen. Ashoka is één van de eersten geweest die ziekenhuizen liet bouwen voor dieren. Vanuit verscheidene plaatsen liet hij planten met een medicinale werking en diverse fruitbomen halen en plantte die daar, waar ze niet te vinden waren. In één van zijn vele inscripties heeft hij uitgedrukt dat hij wenste dat zelfs bosbewoners gelukkig zouden zijn op zijn grondgebied.

Sandelhout verslijt zichzelf tot een koel en geurig stijfsel. Suikerriet geeft een lekkere zoete drank en na dit proces blijft er slechts een velletje over. De kaars brandt zichzelf uit, zodat het de mensen van licht kan voorzien. Zijn hele leven heeft Ashoka zoals sandelhout, suikerriet en kaarsen geleefd.

Hij werkte heel hard zonder te rusten en leerde zijn onderdanen een leven te leiden van eerlijkheid, Dharma, rechtvaardigheid en moraliteit. Er was geluk en vrede. Er waren sociale bijeenkomsten, waarbij mensen van alle geloofsovertuigingen bijeenkwamen en plezier maakten met elkaar zonder zich hoog of laag te voelen.

Tijdens zijn regeringsperiode was Ashoka blij en hij zorgde ervoor dat ook zijn volk blij was. Echter toen het eind van zijn tijd als keizer dichterbij kwam, nam ook zijn gevoel van ongeluk toe…