De edelmoedigste overwinning
“De overwinning van Dharma brengt liefde en aanhankelijkheid.” Devanampriya geloofde dat, hoe klein ook de liefde verkregen door de overwinning, dit een ruime beloning zou brengen in de andere wereld. Dit is wat Ashoka zei in één van zijn inscripties.

De lessen van Buddha brachten vrede naar Ashoka, die opgejaagd werd door de herinneringen aan de doodsstrijd, die hij had gezien in Kalinga.

Buddha’s boodschap van geweldloosheid, goedheid en naastenliefde spraken de ongelukkige keizer aan. Een leerling van Buddha, Upagupta, wijdde hem in het Buddhisme. Vanaf die dag werd Ashoka’s hart het huis van erbarmelijkheid, een goede levensstijl en geweldloosheid. Hij gaf het jagen en het eten van vlees op. Hij maakte een eind aan de dood van vele dieren voor de keizerlijke keuken. Zich realiserend dat het niet genoeg was als hij een rechtschapen leven leidde, proclameerde hij dat al zijn onderdanen ook een rechtschapen leven zouden moeten leiden.

“Van alle overwinningen is de overwinning van Dharma het edelmoedigst. Men kan een stuk land winnen door in oorlog te gaan, maar door goedheid, liefde en erbarmelijkheid kan men de harten van mensen voor zich winnen. De scherpe punt van het zwaard vergiet bloed, maar in Dharma ontspringt de fontein van de liefde. De zege, gewonnen door legers, brengt vluchtige vreugde, maar de zege van Dharma brengt blijvende vreugde.” Ashoka maakte hiervan de werkelijkheid, dus hij leerde zijn bevolking de volgende les:

“Alle mensen moeten waarheidsgetrouw, rechtvaardig en liefdevol leven. Respecteer je ouders en behandel je leraren en familieleden met genegenheid, wees bescheiden in hun bijzijn. Doe aan liefdadigheid. Wees niet onaardig tegen dieren. Geen mens moet denken dat hij en zijn religie de beste zijn. Alle geloven prediken dezelfde deugden. Zoals het slecht is toe te geven aan egoïsme en het lasten van anderen, is het slecht andere religies te veroordelen. Respect voor andere religies brengt roem naar de eigen religie.”

Ashoka dacht niet alleen aan het goede voor zijn volk: hij dacht ook aan het goede voor de rest van de mensheid. Hij wenste de harten van de mensen te overwinnen en de wereld te dienen door religie en door goede wil en goede daden. Hij besloot zijn energie en al zijn krachten en rijkdom te wijden aan zijn doel.

Het eerste wat Ashoka deed om rechtschapenheid te verspreiden onder zijn mensen was het ondernemen van een pelgrimstocht. Dit was twee jaar na de oorlog in Kalinga. Zijn pelgrimstocht begon met een bezoek aan Sambodhi, de heilige plaats waar Gautama Buddha, zijn laatste adem uitblies. Hij bezocht ook andere heilige plaatsen tijdens deze pelgrimstocht. Ashoka legde in zijn eigen stad het doel van zijn pelgrimstocht uit: ‘Om Brahmans te ontmoeten en hun geschenken te geven. Om de ouderen te ontmoeten en te hen te eren met geschenken van goud. Om mensen te ontmoeten en de wet van Dharma te prediken en om Dharma te bepraten.’ Dit waren de belangrijke doelen.

Verspreiding van de boodschap van Dharma
Ashoka was niet te tevreden met het bezoeken van heilige plaatsen. Hij geloofde dat de boodschap van Dharma niet stil zou komen te staan als stilstaand water. Hij wilde het verspreiden in India, maar ook daarbuiten. Hij wilde dat de wereldbevolking zou baden in de pure stroom van Dharma en zich zou zuiveren. Daarom ondernam hij een grote taak, die blijvend zou kunnen zijn. Hij liet de wetten van Dharma op de rotsen en stenen graveren, zowel binnen als buiten het land. Deze inscripties werden gerelateerd aan Dharma, sociale ethiek en het morele leven. Ashoka zelf proclameerde dat het zijn wens was dat zijn boodschap de mensen van alle landen zou bereiken en hen in staat zou stellen hem te volgen en Dharma te propageren voor het welzijn van de wereld. Zulke inscripties zijn vandaag de dag nog steeds te bezichtigen in India en daarbuiten. In India zijn ze ontdekt in Madhya Pradesh, Guajarat, Uttar Pradesh, Maharashtra, Orissa, Andhra Pradesh, Siddapura (Chitradurga District), Koppala en Maski (Raichur District van Karnataka). Buiten India zijn ze zowel in het Peshawar in Pakistan gevonden als in de buurt van Khadar in Afghanistan en op de grens van Nepal.

De zaden van Dharma
In de geschiedenis lezen we over veel keizers en koningen die inscripties hebben geschreven over hun invasies, liefdadigheden, donaties en de uitbreiding van hun territoria. Het is alleen Ashoka echter, die inscripties liet graveren op rotsen en pilaren, die de mensen van leugens naar waarheid leidden, van de dood tot onsterfelijkheid en van duisternis naar licht. Tot aan de dag van vandaag zijn ze als bronnen van wijsheid. De wetten van Dharma zijn als de zaden van moed, die in het hart geketend zitten. Ze zijn als stappen die naar verlossing leiden.

Om meer te begrijpen over Dharma, nam Ashoka een dappere en flinke stap. Het was zijn wens om alle religies hetzelfde pad van deugd te tonen. In één van zijn inscripties zegt Ashoka: “We moeten de volgelingen van andere religies op elke manier respecteren. Door dat te doen kunnen wij de aanwas van onze religie en andere religies helpen. Als we op een andere manier reageren, zal het onze en ook andere religies kwaad doen. De man die zijn religie snel wil verspreiden en alleen zijn eigen geloof eert en kwaadspreekt over andere godsdiensten zal de interesse in zijn religie schaden. De kracht van alle religies moet groeien. Devanampriya beschouwt liefdadigheid en verering niet belangrijker dan dit.”

Hij wees officiers aan, Dharma-Mahamantras, om deze ideeën te verspreiden onder de mensen. Deze officieren ontmoetten aanhangers met verschillende religieuze achtergronden en leefden temidden van hen: zij hielpen de waanideeën, die zij hadden wat betreft andere religies, te ontzetten en het goede in de godsdiensten haalden zij naar boven. Vaak werd het geld, dat opzij was gelegd voor religieuze doeleinden op een andere manier verbruikt. Soms leek het zo alsof het voor deze doeleinden was gebruikt, maar egoïstische mensen hadden het dan in hun eigen zak gestoken. Het was de taak van de Dharma-Mahamantras om erop toe te zien dat geld voor religieuze doeleinden ook daadwerkelijk hieraan werd besteed. Zij reisden door het hele keizerrijk en bezochten ook de rechtbanken. De fouten in de rechtspraak zetten corrigeerden zij. Nergens anders in de wereldgeschiedenis zijn zulke officiers aangesteld. Bovendien waren er naast deze officieren, ook nog andere officieren aangesteld, die eens in de vijf jaar, volgens de regels van de keizer, Dharma verspreidden onder het volk.

Een religieuze conferentie
Na 17 jaar van het regime van Ashoka was er helaas een meningsverschil tussen de Buddhistische monniken ontstaan en vond er een breuk plaats. Vele luie en slechte monniken gingen het slechte pad op. Deze eigenzinnige sanyasi’s waren een vloek voor het Buddhisme. Daarom verloor het Buddhisme zijn aanhang en Ashoka was hier erg ongelukkig mee. Om het Buddhisme te redden van totale verduistering en om de invloed van het geloof te vergroten gooide hij veel luie monniken uit het Buddhistische veld. Hij nodigde de waardige en serieuze monniken uit in Ashokarama in Pataliputra voor een vergadering.

Moggaliputra Tishya was aangesteld als voorzitter door de monniken uit de vier hoeken van het land. Daar zat Ashoka dan met de grote onderwijzers en vroeg aan elk van hen: “Wat onderwees Heer Buddha?” Hij besprak zeer veel met hen. Na heel lang gediscussieerd te hebben waren zij het uiteindelijk erover eens wat Heer Buddha had onderwezen.

Het Buddhisme verkreeg een nieuwe kracht uit deze vergadering. Ashoka vond de andere keizers niet erg sympathiek en stuurde daarom zijn leger naar hun gebieden om ze te veroveren. Hij, die uitriep dat de overwinning van Dharma de echte overwinning is, stuurde Buddhistische monniken naar andere gebieden als Syrië, Egypte, Macedonië, Myanmar (het vroegere Birma) en Kashmir. Naar Ceylon (Sri Lanka) stuurde hij zijn eigen kinderen Mahendra en Sanghamitra. Het resultaat hiervan was dat het Buddhisme zich ging verspreiden in heel Oost-Azië.

De pilaar in Sarnath
In het twintigste jaar van zijn regering ondernam Ashoka zijn tweede pelgrimstocht, dit keer met zijn dochter en Upagupta. Tijdens deze tocht bezocht hij de ruïnes van Vaishali en de plaatsen waar Buddha altijd rustte. Vanuit Vaishali ging Ashoka naar het oosten en kwam in Ramagrama terecht. De gebouwen, die hij daar bezocht, waren gebouwd door een koning die de heilige botten van Buddha had verzameld en bewaard, na zijn dood. Later ging hij ook naar Lumbini, Kapilavastu, Shravanti, Gaya en andere heilige plaatsen. Waar hij ook naartoe ging, hij liet pilaren en andere bouwwerken bouwen ter nagedachtenis aan zijn bezoek. Zelfs vandaag herinneren zij ons nog aan het bezoek van Ashoka aan deze heilige plaatsen.

In Sarnath is één zo’n pilaar. Op de top van een pilaar die ongeveer 20 meter hoog is zijn hele mooie figuren gegraveerd van vier rechtopstaande leeuwen. Deze vier leeuwen zijn nu te zien in het officiële embleem van de regering van het onafhankelijke India en de Ashoka Chakra versiert de nationale vlag. Op deze wijze betoont de regering van India op gepaste wijze eer aan de ideale keizer, Ashoka, maar helaas is de pilaar in Sarnath gebroken en geruïneerd. Dit vond plaats tijdens de intrede van de mohammedanen in India en nu zijn er dan ook alleen maar restjes van te zien. Van de vierentachtig bouwwerken, die gebouwd zijn door Ashoka, is die in Sanchi bekend en fantastisch. Tot aan de dag van vandaag staat dit twintig meter hoge bouwwerk op een hoog voetstuk en vormt een halve cirkel. Naast deze bouwwerken en pilaren liet Ashoka woningen in grotten bouwen en ook rusthuizen in grote getale, Buddha Viharas. Niet alleen proclameren zij Ashoka’s lessen, maar ook zijn ze voorbeelden van de geweldige architectuur uit die dagen.

Ashoka was nu een groot keizer en deed veel aan zijn religie, maar desondanks vergat hij zijn volk niet…