Kalinga
Ashoka was nu de heerser van een groot rijk, maar het kleine staatje Kalinga, het tegenwoordige Orissa, bleef onafhankelijk naast het rijk van Ashoka bestaan.

Kalinga was een rijk en vruchtbaar land tussen de rivieren Godavari en Manhandi. De mensen in deze staat waren patriotten en hielden van vrijheid. Zij waren klaar om te vechten en te sterven in de strijd ter verdediging van hun vaderland.

De oorlog met Kalinga – Een verandering van het hart
In de tijd van Ashoka’s grootvader had het leger van Kalinga 60,000 mannen in de infanterie, 1000 in de cavalerie en 700 op olifanten. Tijdens de heerschappij van Bindusara en zijn zoon moest Kalinga het leger wel behoorlijk hebben uitgebreid.

Het machtige leger van Magadha marcheerde richting Kalinga en Ashoka zelf liep voorop. Het leger van Kalinga bood weerstand tegen dat van Magadha en vocht heel moedig. Ze vreesden zelfs de dood niet, hun moed en opofferingen waren nobel. Het leger werd steeds verder uitgedund en uiteindelijk werd de nederlaag geaccepteerd.

Ashoka won een glorieuze overwinning. Ashoka was de grote overwinnaar en Kalinga was van hem, maar hij dacht: “Wat heb ik gedaan?! Wat is de prijs van deze overwinning?” Eén van Ashoka’s eigen inscripties beschrijft het: “Anderhalf miljoen mensen werden gevangengenomen. Een meer werd verwoest tijdens de gevechten. Nog vele anderen stierven als resultaat van de oorlog.”

Ashoka, die leiding gaf aan het leger, zag het slagveld met zijn eigen ogen. Zo ver als zijn ogen reikten zag hij alleen lijken van olifanten en paarden en de ledematen van soldaten, die in de strijd waren omgekomen. Er waren stromen van bloed en soldaten rolden op de grond in ondraaglijke pijn. Er waren ook weeskinderen en arenden vlogen rond om te smullen van de dode lichamen.

Niet één of twee, maar honderden gruwelijke aanblikken begroetten Ashoka’s gezichtsveld. Zij hart was gebroken door verdriet en schaamte.

Hij voelde zich ongelukkig over de overwinning, die hij had behaald ten koste van zoveel leed. “Wat een vreselijke daden heb ik begaan! Ik was het hoofd van een groot keizerrijk, maar ik verlangde ernaar een klein koninkrijk in te lijven en heb de dood van duizenden soldaten veroorzaakt, ik heb duizenden vrouwen tot weduwe gemaakt en duizenden kinderen tot wees.” Met deze gedachten in zijn hoofd kon hij daar niet langer blijven. Hij leidde zijn leger terug naar Paliputra met een droevig hart.

Ongeëvenaard in de geschiedenis
Ashoka werd de heerser van Kalinga zoals dat hij wilde, maar de overwinning bracht hem geen vreugde, slechts verdriet. De gezichten van de akelige slachtpartijen dempten de trots van de overwinning. Of Ashoka nou rustte, sliep of wakker was de taferelen van de kwellingen en de dood, die hij had gezien spookten constant door zijn hoofd: voor zelfs één moment kon hij geen rust hebben.

Ashoka begreep dat de vlammen van de oorlog niet alleen het slagveld verbranden en verwoesten, maar zich ook verspreiden naar andere velden en daar vele onschuldige levens vernietigen. Het lijden, veroorzaakt door de oorlog, eindigt niet op het strijdveld: het gaat door met het vergiftigen van de geesten en levens van de overlevenden voor een lange tijd. Rond deze tijd zat Ashoka aan het maximum van zijn macht: hij was het hoofd van een groot koninkrijk en hij had geen gelijke in rijkdom of gewapende kracht. Toch werd de oorlog in Kalinga, die zijn eerste oorlog was, zijn laatste oorlog! De kracht van de legers boog voor de kracht van Dharma.

Ashoka zwoer dat hij nooit meer naar wapens zou grijpen en dat hij nooit meer zo een misdaad zou begaan tegen de mensheid. En later zou blijken dat het een eed was, die een man van staal waardig was.

Hoeveel keizers werden geraakt door medelijden in het uur van de waarheid en hebben hun wapens neergelegd? Misschien was er maar één zo’n keizer in de wereld: Ashoka.

Met deze verandering van zijn innerlijk, veranderde ook zijn manier van leven…