Introductie
Maharaj Ashoka was keizer van een reusachtig rijk. Na een grote overwinning op het strijdperk had hij genoeg van geweld en legde een eed af nooit meer te vechten. Hij was de ideale heerser. Hij streefde ernaar het licht dat hij in zijn leven had gewonnen over te brengen naar andere landen. Hij wijdde zichzelf toe aan de overwinningen van de Dharm.

Ashoka
“Alle mensen zijn mijn kinderen. Ik ben als een vader voor hen. Zoals elke vader het goede en het geluk voor zijn kinderen wenst, wens ik dat alle mensen altijd gelukkig zullen zijn.” Dit zijn de woorden van een keizer, die ruim 2000 jaar geleden leefde.

We zien in de geschiedenis hoe vele keizers arrogant werden en hun macht egoïstisch en onrechtvaardig gebruikten. Maar de keizer die de bovengenoemde woorden sprak, regeerde over het grootste deel van India. Hij had de kracht van leven en dood over miljoenen uit zijn volk.

Is het verrassend dat het onafhankelijke India met bewondering aan hem terugdenkt?

Deze keizer was Ashoka, ook wel Devanampriya Priyadarshi genoemd. Het wiel in de abacus van de pilaar, dat hij oprichtte als monument in Saranath, versiert nu de nationale vlag van het onafhankelijke India.

Wie was Priyadarshi?
De stenen inscripties van Devanampriya Priyadarshi werden eeuwenlang in heel India ontdekt, maar voor lange tijd bleef de identiteit van deze ‘Devanampriya Priyadarshi’ een mysterie.

Op een dag in 1915 in de buurt van het dorpje Maski in het district Raichur van Karnataka, werd een stenen inscriptie gevonden op een heuvel. In deze inscriptie werd voor het eerst de naam van Ashoka gevonden met titels zoals Devanampriya en Priyadarshi. Het was glashelder dat met Devanampriya Priyadarshi niemand anders bedoeld werd dan Ashoka.

De Mauryaanse keizer, wiens naam als een schitterende ster scheen in de wereldgeschiedenis en die geëerd en geliefd wordt door de hele wereld is 2000 jaar na zijn dood gevonden.

De keizers
Ashoka was de kleinzoon van Chandragupta Maurya. Chandragupta was de eerste heerser van het Mauryaanse Rijk. Hij heerste ongeveer 24 jaar en op zoek naar gemoedsrust handigde hij zijn rijk over aan zijn zoon Bindusara. Deze Bindusara was de vader van Ashoka. Subhadrangi was de moeder van Ashoka. Zij was de dochter van een arme man uit Champakanagar.

Als kleine jongen was Ashoka niet alleen actief, maar ook ondeugend. Hij was een bekwaam jager. Vanaf de tijd van Chandragupta Maurya was de jachtexpeditie van de keizer en de keizerlijke familie een prachtig gezicht.

Ashoka was niet aantrekkelijk, maar er was geen prins die hem kon overtreffen in zijn moed, waardigheid, liefde voor avontuur en bekwaamheid. Daarom was zelfs een prins als Ashoka geliefd en gerespecteerd bij zijn onderdanen en dienaren. Vrij vroeg ontdekte Bindusara de bekwaamheid van zijn zoon en toen Ashoka nog jong was, wees hij hem toe aan de gouverneur van Avanti.

Taxila
Ujjain was de hoofdstad van Avanti. Het was een mooie stad en het huis van kennis, rijkdom en kunst. Binnen een paar dagen na het overnemen van het bestuur van Avanti, werd Ashoka een uitmuntend staatsman. In deze stad trouwde hij met zijn vrouw Shakya Kumari, de mooie dochter van een koopman uit Vidishanagar. Zij bracht twee kinderen ter wereld: Mahendra en Sanghamitra.

Ashoka’s moed en wijsheid zouden spoedig getest worden. De bewoners van Taxila kwamen in opstand tegen de heerschappij van Magadha, de stad waar de familie van Ashoka woonde. Bindusara’s oudste zoon, Susheema, kon er niet voor zorgen dat de rebellie gestaakt werd, daarom stuurde Bindusara Ashoka om de opstand de kop in te drukken. Ashoka had niet genoeg strijdkrachten, maar dapper trok hij naar die stad.

Dit zorgde voor een verrassende wending. De burgers van Taxila hadden er nooit over gedacht tegen Ashoka te vechten. Zij verwelkomden hem hartelijk.

Zij pleitten: “Wij haten Bindusara en de keizerlijke familie niet. De slechte ministers zijn verantwoordelijk voor onze revolutie. We begrepen u verkeerd door hun kwade advies. We zijn geen rebellen. Alstublieft, vergeef ons.”

Ashoka kreeg de werkelijke situatie in de gaten en strafte hen, die verantwoordelijk waren voor de rebellie. Hij bleef daar enkele dagen en gaf de bevolking raad in simpele en mooie woorden. Toen er overal in de stad complete vrede tot stand was gekomen, keerde Ashoka terug.

Jaren en dagen gingen voorbij. Bindusara werd oud, zijn lichaam werd zwak en zijn gezondheid ging achteruit. Onder zijn ministers was er één gezaghebbend, Radhagupta. Hij en anderen begonnen te denken over de toekomstige welvaart van het rijk.

Bindusara’s oudste zoon was Susheema, die volgens de traditie de troon zou moeten bestijgen. De revolutie in Taxila echter had zijn zwakte naar buiten gebracht, daarnaast begon hij zich brutaal te gedragen.

De raad van ministers voelde dat het rijk zou lijden en vrede en voorspoed zou verliezen als Susheema tot keizer gekroond zou worden. Daarom stuurden zij Ashoka het bericht dat zijn vader erg ziek was en dat hij zich naar het ziekbed van zijn vader moest haasten.

Ashoka wordt keizer
Keizer Bindusara had de titel Amitraghatha verkegen (hij die de onvriendelijken verslaat). Hij had het gebied tussen de oost- en westkust van Zuid-India ingelijfd en vergrootte zo zijn rijk. Toenhij in 272 voor Christus stierf, had hij 25 jaar over dit rijk geheerst. Ashoka, die op verzoek van Radhagupta vanuit Ujjain naar Paliputra was gekomen, werd na de dood van zijn vader tot keizer van Magadha gekroond.

Wat hierna gebeurde is niet geheel duidelijk. Misschien hoorde Susheema het verhaal van zijn vaders overlijden, vreesde dat Ashoka de nieuwe keizer zou worden en kwam hij uit Taxila met een groot leger. Als het nodig was, dan zou hij bereid zijn te vechten, maar hij werd vermoord toen hij probeerde de stad binnen te komen.

Er is een verhaal dat Ashoka al zijn broers liet vermoorden omwille van het keizerrijk. Er is geen historisch bewijs voor deze theorie. Ashoka sprak aanhankelijk over zijn broers in zijn rotsinscripties.

De vijfde dag van de maand Jyestamasa van het jaar 268 voor Christus was de veelbelovende dag waarop Ashoka tot keizer gekroond zou worden. Paliputra was prachtig versierd.

Het moment van de kroning was daar en er klonk schitterende muziek. De jonge en stralende Ashoka betrad de binnenplaats, omgeven door zijn lijfwachten. De erfgenaam van de troon van Magadha boog voor de troon en besteeg hem. Terwijl de priesters heilige verzen scandeerden, werd de erfgenaam opgesierd met de gepaste koninklijke symbolen en de kroon werd op zijn hoofd geplaatst. De burgers van Paliputra verheugden zich over het feit dat het keizerrijk gezegend was met een bekwame leider.

Ashoka was een heel intelligent staatsman. Wijs en bekwaam regeerde hij over Magadha. De raad van ministers en officieren waren gehoorzaam, plichtsgetrouw en kundig. Daarom fleurde vrede het land op.

Geluk laat de mens vergeten hoe de tijd voorbij gaat. Acht jaren vlogen voorbij zonder dat iemand het doorhad, maar al gauw bleek het tijd voor oorlog…