apalaApala is de naam van een vrouwelijke Rishi/Rishika (ziener) die genoemd wordt in de achtste mandala van de Rig Veda; het oudste heilige geschrift van de mensheid. Zij wordt ook genoemd in de Satyayana Brahmana; een belangrijk deel uit de Vedas.

Apala was de dochter van Rishi Atri; een van de Sapta Rishis. Zij was voor een tijd getrouwd met Krshasava, maar volgens vertellingen verliet hij haar omdat zij leed aan een erge huid aandoening.

Rishi Atri adviseerde Apala om haar energie te besteden aan meditatie. Volgens vertellingen was het Apala die met haar kennis over planten en de natuur de heilige Somalata plant had ontwikkeld en gegeven aan Indra, de koning van de Devta’s, toen hij voor haar verscheen na haar diepe meditatie. De Somalata plant heeft volgens de legende bijzondere geneeskracht en geeft een gezond persoon meer levensenergie en bovenmenselijke krachten. Hiernaast heeft zij ook andere minder bekende planten ontwikkeld die geneeskrachten hadden.

Apala vroeg aan Indra drie gunsten: Om haar vader’s grondgebied te maken tot vruchtbare grond waar alle soorten medicinale planten konden groeien, om haar vader’s kaalheid te genezen en om haar huidziekte te genezen. Indra zegende haar met alle drie gunsten.

Indra heelde Apala op drie niveaus. Eerst haar fysieke lichaam, daarna haar levensenergie en als laatste haar ziel. Hierna veranderde Apala in een beeldschone vrouw.

Het verhaal van Apala is te vinden in de 91ste sukta van de 18e mandala van de Rig Veda. Daar zijn ook belangrijke mantra’s toegewijd aan Indra die geschreven waren door Apala. Dit is ook de oudste referentie naar iemand die kennis had over planten en zelfs wist om nieuwe plant soorten te ontwikkelen. Vandaar dat zij vaak de eerste of oudste botanica genoemd wordt.