Dit zijn de 108 namen van Shri Ganesh. Volgens vertellingen kan degene die deze namen weet te reciteren met de betekenis duidelijk in gedachten in staat om dichterbij Hem te komen. Sommige vertalingen lijken op elkaar, maar zijn toch verschillend. De bedoeling is om met de namen die men kan begrijpen, het onbegrijpbare te verkennen. Daarom dat deze namen tijdens de meditatie op Shri Ganesh gebruikt worden.

 

  1. Akhuratha – Hij met een muis als wagenmenner
  2. Alampata – De eeuwige meester
  3. Amit – De onvergelijkelijke
  4. Anantachidrupamayam – Het oneindige bewustzijn gepersonifieerd
  5. Avaneesh – De heerster van de wereld
  6. Avighna – De verwijderaar van obstakels
  7. Balaganapati – De geliefde kind van de astrale wereld
  8. Bhalchandra – Hij de versierd wordt door de maan
  9. Bheema – De grote reus
  10. Bhupati – Meester van de Goden
  11. Bhuvanpati – God van de Goden (Hij die aanbeden wordt door de Goden)
  12. Buddhinath – God der wijsheid
  13. Buddhipriya – De schenker van wijsheid
  14. Buddhividhata – Hij die kennis begeleidt
  15. Chaturbhuj – Hij die 4 armen bezit
  16. Devadeva – Meester de meesters
  17. Devantakanashakarin – Vernietuger van het kwade en demonische krachten.
  18. Devavrata – Hij die alle gebeden accepteert
  19. Devendrashika – Beschermer van de Devtas (Goden)
  20. Dharmik – Hij die de Dharma draagt
  21. Dhoomravarna – Hij die de kleur van rook heeft
  22. Durja – De onoverwinnelijke
  23. Dvaimatura – Hij die twee moeders heeft
  24. Ekaakshara – Hij die met een klank opgeroepen kan worden
  25. Ekadanta – Hij die één slagtand heeft
  26. Ekadrishta – Hij die één slagtand nodig heeft
  27. Eshanputra – Zoon van Shiva
  28. Gadadhara – De drager van de knots
  29. Gajakarna – Hij die de ogen als die van een olifant heeft
  30. Gajanana – Hij met het gezicht van een olifant
  31. Gajananeti – Hij die lijkt op een olifant
  32. Gajavakra – Hij die een olifanten slurf heeft
  33. Gajavaktra – Hij die de mond heeft als die van een olifant
  34. Ganadhakshya – Opdrachtgever van de astrale wezens
  35. Ganadhyakshina – Meester van de hemellichamen
  36. Ganapati – Begeleider van de astrale wezens
  37. Gaurisuta – De zoon van Gauri (Parvati Mata)
  38. Gunina – De meester van alle deugden
  39. Haridra – Hij die een gouden aura heeft
  40. Heramba – De geliefde zoon van de moeder
  41. Kapila – Hij die goud-bruine lichtstralen afgeeft
  42. Kaveesha – De meester van dichters
  43. Kirti – De meester van music
  44. Kripalu – Hij die barmhartig is
  45. Krishapingaksha – Hij die donker gele ogen heeft
  46. Kshamakaram – Hij die de vergeving zelve is.
  47. Kshipra – Hij die met het simpele tevreden is
  48. Lambakarna – Hij met lange oren
  49. Lambodara – Hij die een grote/machtige romp heeft
  50. Mahabala – Hij die immense kracht heeft
  51. Mahaganapati – De machtigste heerser van de astrale wereld
  52. Maheshwaram – Heer van het heelal
  53. Mangalamurti – Hij die de belichaming is van het geluk
  54. Manomay – Hij die harten overwint
  55. Mrityuanjaya – Hij die boven de dood (het sterfelijke) staat
  56. Mundakarama – De belichaming van het geluk
  57. Muktidaya – Gever van verlossing (verlichting)
  58. Musikvahana – Hij die een muis als rijtuig heeft
  59. Nadapratithishta – Hij die waardering en liefde heeft voor muziek
  60. Namasthetu – Overwinnaar van innerlijke zwakheden (zonden)
  61. Nandana – Zoon van het Goddelijke
  62. Nideeshwaram – Gever van welzijn en spirituele schatten
  63. Omkara – Hij die de vorm van AUM heeft
  64. Pitambara – Hij die versierd is in goud-geel
  65. Pramoda – Meester van alle woonplaatsen
  66. Prathameshwara – De aller eerste
  67. Purush – De omnipotente persoonlijkheid
  68. Rakta – Hij die rood straalt
  69. Rudrapriya – Geliefd door Rudra (Shiva)
  70. Sarvadevatman – Ontvanger van alle astrale offeringen
  71. Sarvasiddhanta – Gever van talenten en kennis
  72. Sarvatman – Berschermer en heerser van de zielen
  73. Shambhavi – De zoon van moeder Aarde
  74. Shashivarnam – Hij die de rust van de maan uitstraalt
  75. Shoorpakarna – Hij die olifanten oren heeft
  76. Shuban – Belichaming van het gunstige
  77. Shubhagunakanan – Meester van alle deugden
  78. Shweta- Hij die puur is al de kleur wit
  79. Siddhidhata – Hij die spirituele groei bevorderd
  80. Siddhipriya – Hij die wensen vervult en het spirituele verwezenlijkt
  81. Siddhivinayaka – Hij die succes brengt
  82. Skandapurvaja – Voorganger (oudere broer) van Skanda (Kartik)
  83. Sumukha – Hij met een geluk spreidende uitstraling
  84. Sureshwaram – Meester van de positive elementen (meester van de Devta’s)
  85. Swaroop – Schoonheid
  86. Tarun – Tijdloos
  87. Uddanda – Vernietiger van het kwade en zondes
  88. Umaputra – Zoon van moeder natuur
  89. Vakratunda – Meester met de gekromde slurf
  90. Varaganapati – Gever van spirituele gaven
  91. Varaprada – Hij die wensen vervult
  92. Varadavinayaka – Hij die zegent met succes
  93. Veeraganapati – De heldhaftige meester
  94. Vidyavaridhi – God der kennis en wijsheid
  95. Vighnahara – Verwijderaar van moeilijkheden (obstakels)
  96. Vignaharta – Vernietiger van obstakels
  97. Vighnaraja – Meester over alle moeilijkheden
  98. Vighnarajendra – Meester over alle obstakels
  99. Vighnavinashanaya – Vernietiger van wat vooruitgang tegen werkt
  100. Vigneshwara – Hij die alles overmeestert
  101. Vikat – Groot en Machtig
  102. Vinayaka – Meester over creatie
  103. Vishwamukha – Meester die creatie sturing geeft
  104. Vishwaraja – Kining van het heelal
  105. Yagnakaya – Naar wie alle gebeden gaan
  106. Yashaskaram – De gever van eer en geluk
  107. Yashvasin – Geliefd en populair onder de Goden
  108. Yogadhipa – Meester van meditatie